frans-reichardt
Columns

Column • Het levensgeluk van een Feyenoorder hangt niet af van één wedstrijd

Frans

"Jij ken een paard nog doodlullen", zei zijn vader ooit. En lullen kan hij nog steeds. Met zijn zus in Vreewijk kan hij moeiteloos een paar uur beeldbellen. Aan zijn eetkamertafel zitten wij nu ook al een paar uur te praten. Over Feyenoord vooral en heel even over zijn ziekte.

Als ik er niet naar had gevraagd, was hij er waarschijnlijk niet over begonnen. Hij wil niet klagen, niet zeuren. Op X, waar Feyenoorders Paul kennen als 'Paulus', schrijft hij er soms iets over.
Kort vertelt hij me over de onderzoeken naar slokdarmkanker die hij ondergaat in het Radboud Universitair Medisch Centrum. Dat zit zowat bij hem om de hoek. Het leven bracht de inmiddels 65-jarige Rotterdammer naar Nijmegen, waar hij al meer dan veertig jaar woont. Hij groeide op aan de Schiedamseweg in Delfshaven in een gelovig gezin met veertien kinderen. "Op zondag kwam meneer pastoor op bezoek om mijn ouders aan te moedigen, als je begrijpt wat ik bedoel. Wil je nog koffie?"

Moeiteloos noemt hij de namen op van zijn zes broers en zeven zussen van wie enkelen niet meer leven. Ze hadden het thuis niet breed. Zijn vader was fabrieksarbeider en zijn ouders deden hun best de eindjes aan elkaar te knopen. Dat lukte niet altijd. Vanaf zijn twaalfde verblijft Paul twee keer op een kostschool. "Daar werd toen niet moeilijk over gedaan. Later heeft mijn vader wel eens 'sorry' gezegd. Voor mij hoefde dat niet, want ik begreep het wel. Wil je nog taart?"

Paul koestert geen wrok en denkt met plezier terug aan zijn jeugd in Rotterdam. Paul mag dan uit Rotterdam zijn weggegaan, Rotterdam is nooit weggegaan uit Paul. "Soms denk ik erover terug te gaan naar Rotterdam", zegt hij terwijl hij naar buiten staart, waar regen en harde wind de ramen van zijn appartement teisteren.

We praten uren over Feyenoord. Over zijn held Willem van Hanegem, over Coen Moulijn, de held van zijn vader, over de kampioenswedstrijd Feyenoord-FC Twente in 1974, over Mladen Ramljak, Zier Tebbenhoff, Kenneth Monkou, Read, Zechiël en Hadj Moussa, door Paul steevast 'Hadimassa' genoemd. Feyenoord bezorgt hem weer plezier, maar over Diarra is Paul duidelijk: "Wat moet je d'rmee. Zo'n speler vind je toch ook hier in Groesbeek?"
Pauls broers zijn ook Feyenoorders. "Mijn broer Eddie is het meest fanatiek. Die eet niet als Feyenoord verliest."

Na drieëneenhalf uur zijn we nog niet uitgepraat. Als ik mijn jas aantrek en aanstalten maak om te vertrekken, loopt Paul met het boek dat ik voor hem heb meegenomen naar zijn boekenkast.

"Ik zet je naast 'De Snor van Kiprich'."

"Een betere plek kan ik me niet wensen, Paul."

Zondagmiddag viert Feyenoorder Ad in Café 't Haantje in Rotterdam-Lombardijen zijn zeventigste verjaardag. Met een stuk of tien vrienden kijkt hij PSV-Feyenoord. Na afloop overheerst tevredenheid. Met twee armen in de lucht zingt Ad mee met 'Super Feyenoord, you make us happy!'.
Met de 1-1 in Eindhoven blijft Feyenoord ongeslagen en houdt het titelkandidaat PSV vier punten achter zich. Kijkend naar de 70-jarige Ad die zingt voor zijn club, bedenk ik dat het levensgeluk van een Feyenoorder samenhangt met de prestaties van zijn club, maar nooit met één wedstrijd. Het geluk schuilt ook in de band met medesupporters: bij winst, verlies en alles daartussenin.

Na de wedstrijd app ik Paul: "En? Tevreden?" Zijn antwoord laat niet lang op zich wachten: "Het is goed, we blijven eerste".
Lang zal Ad leven, lang zal Paul leven, lang zullen Feyenoorders leven in de gloria.


Frans

Delen