Column • Laat ze maar lullen
Het seizoen was nog geen minuut onderweg of het vonnis was al geveld. In de Hilversumse talkshows, aan de analistentafels en in de landelijke sportkranten klonk het eindoordeel unaniem: Feyenoord deed dit jaar niet mee voor het kampioenschap. Ajax en PSV waren de concurrentie op voorhand al ontstegen, dat waren dé ploegen waar het om zou draaien. Met vele miljoenen werd er gesmeten in Eindhoven en Amsterdam. De ene na de andere topaankoop werd gepresenteerd, alsof de landstitel simpelweg te koop was. En in Rotterdam? In Rotterdam bleven we rustig.
Onze nieuwe algemeen directeur en technisch directeur lieten zich niet gek maken door irritante Fransen die voor een fooitje onze beste middenvelder wilden ophalen, of een stelletje steenrijke Arabieren die na het sluiten van onze transfermarkt Hadj Moussa nog even wilden wegkapen en zijn hoofd gek maakten door hem een bizar miljoenensalaris voor te spiegelen. Nee, ondanks alle hectiek bleven we in Rotterdam erg rustig. Met stalen ballen werd er onderhandeld. Toen op de valreep van de transfermarkt ook Ueda nog werd verkocht en een directe vervanger uitbleef, wist de buitenwacht het zeker: de handdoek was in De Kuip al vóór de eerste aftrap in de ring gegooid. Feyenoord zou weer eens een tussenjaar beleven. Een figurant in de schaduw van de grote geldsmijters uit Eindhoven en Amsterdam.
Maar in Rotterdam lullen we niet; wij poetsen…
Wie nu naar de ranglijst en het veld kijkt, ziet een heel andere realiteit. Terwijl de miljoenenploegen elders worstelen met hun vorm en identiteit, laat Feyenoord zien waar écht succes vandaan komt. Het spel is fris, de intensiteit is hoog, het tempo is moordend. Vanaf de eerste minuut vliegen we erop: hoog drukzetten, de tegenstander bij de keel grijpen en pas loslaten als de buit binnen is. Het combinatiespel is van een zeer hoog niveau. Het is flitsend, attractief en bovenal bloedstollend effectief. Er staat geen verzameling dure individuen op het veld; er staat een team. Een hecht collectief van spelers en wisselspelers dat bereid is om voor elkaar door het vuur te gaan, en dat voel je tot in de verste haarvaten van De Kuip. En dit team staat onder leiding van een echte aanvoerder, Luciano Valente: een geweldige voetballer met leiderskwaliteiten die de ploeg bij de hand kan nemen bij tegenslag en haar ook kan leiden naar grote successen.
De wisselwerking met De Kuip is hierdoor ook sterker dan ooit. Als de moeder aller stadions begint te kolken en de energie van de tribunes overslaat op het veld, is er geen club ter wereld die standhoudt. Dat wisten ze al in Italië, maar na gisteravond des te meer. Wat een fantastische Champions League-avond was het tegen Como. Como is nog geen grote Italiaanse club van naam, maar qua spel zeker wel. Gisteren was weer een magische Europese avond waarin alle puzzelstukjes op hun plek vielen. Terwijl de critici vooraf nog twijfelden of dit Feyenoord wel klaar was voor het hoogste Europese podium, gaven de spelers het enige juiste antwoord. Niet in een microfoon, niet in een ronkend persbericht, maar daar waar het telt: op het veld!
Laat ze in Eindhoven en Amsterdam dus maar praten. Laat de analisten hun theorieën maar spuien over budgetten en transferwaarden. Wij laten het zien op het veld. Het seizoen is nog heel lang en de weg naar de Coolsingel is altijd bezaaid met obstakels, maar dit fundament staat voorlopig als een huis. Daar kunnen we supertrots op zijn en alle credits hiervoor gaan naar Rigaux, Eenhoorn, Van Bronckhorst en de hele staf. Voorlopig kunnen we met een rechte rug en de borst vooruit lopen. We zijn trots op het frisse spel, trots op het hechte team en trots op de mooie resultaten. De concurrentie en de media hadden vooraf hun praatjes al klaar, maar laat ze maar lullen. Wij houden het gewoon bij: geen woorden maar daden!
Rood-witte groet,
Roeland