pieter-smorenburg
Analyse

De transferpuzzel van Feyenoord: kopen, verkopen en blijven rekenen

Martijn

Het WK is inmiddels in volle gang en bij Feyenoord is de transferzomer nu ook echt begonnen. Charles Vanhoutte werd vrijdag gepresenteerd als eerste versterking voor het nieuwe seizoen. Mika Mármol en Nacho Ferri lijken de volgende namen te zijn die nadrukkelijk in beeld zijn. Daartegenover staat het afscheid van Gernot Trauner, terwijl ook Plamen Andreev en Jeyland Mitchell vertrekken. Voor de nieuwe technisch directeur Dévy Rigaux is het werk dus nog lang niet klaar. Feyenoord heeft veel contractspelers en moet deze zomer toewerken naar een selectie die sportief sterk genoeg is, maar financieel ook gezond blijft.

Daarbij helpt het dat Feyenoord zich rechtstreeks heeft geplaatst voor de Champions League. De club weet daardoor dat er komend seizoen veel Europese inkomsten binnenkomen. Dat geeft ruimte, maar het betekent niet dat Feyenoord onbeperkt kan uitgeven. Veel inkomsten komen pas later in het seizoen binnen, terwijl de keuzes op de transfermarkt nu al moeten worden gemaakt.

Bovendien kan het WK ervoor zorgen dat de transfermarkt wat later op gang komt. Spelers willen zich tonen, clubs wachten af en grote transfers kunnen daardoor pas later in de zomer in beweging komen.

Daarom is dit een goed moment om op een eenvoudige manier naar de financiële kant van transfers te kijken. Waarom kan Feyenoord niet elke verkoopopbrengst meteen opnieuw uitgeven? Waar zit de ruimte? En waarom moet de club blijven opletten, ook als er miljoenen binnenkomen?

Afschrijvingslasten
Feyenoord heeft de afgelopen jaren veel geld uitgegeven aan nieuwe spelers. Dat zie je niet alleen terug op het veld, maar ook in de jaarrekening. Als Feyenoord een speler koopt, wordt de transfersom niet in één keer als kosten geboekt. De club verdeelt die kosten over de jaren van het contract. Dat heet afschrijven.

Een simpel voorbeeld: stel dat Feyenoord voor Charles Vanhoutte uitgaat van een totale aanschafwaarde van € 6 miljoen. Hij heeft getekend voor vier jaar. Boekhoudkundig kost hij dan € 1,5 miljoen per jaar. Niet omdat Feyenoord elk jaar opnieuw € 1,5 miljoen betaalt, maar omdat de aankoop over vier seizoenen wordt verdeeld.

Die jaarlijkse kosten zijn bij Feyenoord hard opgelopen. In het seizoen 2011-2012 bedroegen de afschrijvingslasten nog ongeveer € 2,4 miljoen. In het seizoen 2024-2025 was dat al ruim € 43 miljoen. Door de grote investeringen van afgelopen zomer zou dat bedrag dit seizoen zelfs boven de € 50 miljoen kunnen uitkomen.

grafiek-m

Dat drukt zwaar op de winst-en-verliesrekening. Simpel gezegd: Feyenoord begint elk seizoen al met een grote kostenpost door eerdere aankopen. Zeker in een seizoen zonder Champions League-inkomsten moet daar met spelersverkopen voldoende tegenover staan. Het lijkt erop dat Feyenoord dicht tegen een financieel draagbaar plafond aan zit. Niet omdat de club niets meer kan, maar wel omdat elke nieuwe aankoop automatisch nieuwe jaarlijkse kosten oplevert. Een transfersom is dus niet alleen een bedrag op de dag van aankoop. Die werkt nog jaren door.

Rekenvoorbeeld: afschrijvingslasten Valente
Luciano Valente is een goed voorbeeld om de invloed van een contractverlenging uit te leggen. Hij kwam in de zomer van 2025 over van FC Groningen. In de media werd een transfersom van ongeveer € 7 miljoen genoemd. Bij de aanschafwaarde van een speler kunnen daar nog tekengelden en bijkomende kosten bovenop komen. Ook kunnen bonussen later nog meetellen. Om het voorbeeld eenvoudig te houden, rekenen we hier met een fictieve aanschafwaarde van € 7,2 miljoen.

Valente tekende aanvankelijk een contract tot medio 2029. Dat is een contract voor vier seizoenen. Bij een aanschafwaarde van € 7,2 miljoen schrijft Feyenoord dan € 1,8 miljoen per seizoen af. Na een half seizoen is er € 900.000 afgeschreven en staat de speler nog voor € 6,3 miljoen in de boeken.

In januari 2026 verlengde Valente zijn contract met één jaar, tot medio 2030. Daardoor mag Feyenoord de resterende boekwaarde over een langere periode verdelen. Die € 6,3 miljoen hoeft dan niet meer over 3,5 jaar te worden afgeschreven, maar over 4,5 jaar. De jaarlijkse afschrijving daalt daardoor van € 1,8 miljoen naar ongeveer € 1,4 miljoen.

Boekhoudkundig levert dat ruimte op. Daar staat wel tegenover dat een contractverlenging vaak gepaard gaat met tekengeld, bijkomende kosten of een hoger salaris. Eventuele extra contractkosten kunnen ook weer tot extra afschrijvingen leiden. Het voordeel van de lagere jaarlijkse afschrijving kan daardoor geheel of gedeeltelijk verdwijnen door hogere loonkosten en nieuwe afschrijvingslasten.

De kern is dus eenvoudig: een langer contract kan de jaarlijkse afschrijving verlagen, maar niet automatisch de totale jaarlijkse last van salaris en afschrijving samen.

Transfervrij is niet hetzelfde als gratis
Ook bij transfervrije spelers moet Feyenoord financieel blijven rekenen. Een speler zonder transfersom is namelijk niet automatisch gratis. Er hoeft dan geen bedrag aan een andere club te worden betaald, maar vaak zijn er wel tekengelden, makelaarskosten en bijkomende kosten om de speler vast te leggen.

Als Feyenoord er bijvoorbeeld in slaagt om Mika Mármol transfervrij vast te leggen, kan dat sportief en financieel aantrekkelijk zijn. Toch kan ook zo’n speler een aanschafwaarde krijgen in de boeken. Die bestaat dan niet uit een transfersom, maar uit de kosten die direct samenhangen met het vastleggen van de speler.

Ook die aanschafwaarde wordt vervolgens over de looptijd van het contract afgeschreven. Daarom kunnen de afschrijvingslasten ook stijgen bij het vastleggen van een transfervrije speler.

Verkopen is niet altijd hetzelfde als winst maken
Bij transfers gaat het niet alleen om de verkoopprijs. Minstens zo belangrijk is de boekwaarde van de speler.
Bij spelers uit de eigen jeugd is die boekwaarde vaak laag of zelfs nihil. Wordt zo’n speler verkocht, dan blijft na aftrek van transfergerelateerde kosten vaak een groot deel van de verkoopopbrengst over als boekhoudkundige winst. Dat maakt zelfopgeleide spelers financieel heel waardevol.
Bij aangekochte spelers ligt dat anders. Daar staat vaak nog een bedrag op de balans. Dat bedrag moet eerst worden terugverdiend voordat Feyenoord boekhoudkundig echt winst maakt.

Een voorbeeld: staat een speler nog voor € 6 miljoen in de boeken en wordt hij verkocht voor € 8 miljoen, dan is de boekhoudkundige winst geen € 8 miljoen, maar € 2 miljoen. De resterende boekwaarde moet namelijk eerst worden weggestreept.

Daarom is het bij spelers als Hwang, Zerrouki, Ueda, Watanabe, Ivanušec, Lotomba, Ahmedhodžić en Borges vooral belangrijk hoe de verkoopopbrengst zich verhoudt tot de resterende boekwaarde. Een verkoop kan ruimte geven doordat salaris en toekomstige afschrijvingen wegvallen, maar dat betekent niet automatisch dat er een grote boekwinst ontstaat.

Bij een speler als Read ligt dat anders. Zijn boekwaarde is laag, waardoor een verkoop financieel snel aantrekkelijk lijkt. Tegelijkertijd moet Feyenoord dan sportief wel een goedkope, zelfopgeleide speler vervangen. Als daarvoor een dure aankoop nodig is, stijgen de jaarlijkse lasten juist weer. Ook hier draait het dus om balans.

Geld op papier en geld op de bank
Naast winst speelt nog iets anders: liquiditeit. Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent eigenlijk gewoon: hoeveel geld is er op welk moment beschikbaar? Een transferwinst op papier betekent niet dat het geld meteen op de bank staat. Transfers worden vaak in termijnen betaald. Feyenoord kan vandaag een speler verkopen, maar het geld verspreid over meerdere jaren ontvangen. Andersom geldt hetzelfde bij aankopen: ook die worden vaak in delen betaald. Daarom kan een club op papier winst maken, terwijl er toch goed op het banksaldo moet worden gelet.

Uit de balans per 30 juni 2025 blijkt dat Feyenoord nog bedragen moest betalen voor eerdere aankopen, maar ook nog bedragen moest ontvangen uit eerdere verkopen. Het gaat dus niet alleen om de hoogte van de transfers, maar vooral ook om de timing: wanneer komt het geld binnen en wanneer moet Feyenoord zelf betalen?

Na balansdatum meldde Feyenoord bovendien voor ongeveer € 49 miljoen aan nieuwe verplichtingen voor spelers. Daar stonden ook forse verkoopresultaten tegenover. Dat klinkt positief, maar ook hier geldt: het geld komt en gaat niet allemaal op dezelfde dag.

Squadfinanciering
Daar komt nog iets bij. Feyenoord heeft in oktober 2024 een zogenaamde squadfinanciering van € 15 miljoen opgenomen. Dat is in gewone taal een lening die is gekoppeld aan de spelersgroep en aan toekomstige transferinkomsten. Je kunt het zien als een voorschot op geld dat Feyenoord later nog uit transfers ontvangt. De club krijgt eerder geld beschikbaar, maar moet die lening later aflossen zodra bepaalde transferbetalingen binnenkomen. Dat betekent dat niet elke euro uit een transfer vrij besteedbaar is. Een deel van de binnenkomende transfergelden moet worden gebruikt om de lening af te lossen.

Ook dat maakt de transferzomer ingewikkelder dan vaak wordt gedacht. Supporters zien een speler voor tientallen miljoenen vertrekken en denken al snel dat Feyenoord dat bedrag opnieuw kan uitgeven. In werkelijkheid gaat daar nog van alles vanaf: resterende boekwaarde, doorverkooppercentages, solidariteitsbijdragen, belastingen, oude verplichtingen en soms ook aflossingen op financieringen.

Champions League helpt, maar lost niet alles op
De deelname aan de Champions League geeft Feyenoord deze zomer meer lucht. De club weet dat er komend seizoen flinke Europese inkomsten binnenkomen. Dat maakt de uitgangspositie beter dan in een seizoen zonder Champions League. Maar ook die inkomsten komen gedurende het seizoen binnen. De transferzomer vraagt nu al om beslissingen. Feyenoord moet dus vooruitkijken en zorgen dat de selectie sterk genoeg is, zonder de financiële ruimte te ver op te rekken.

Voor financieel directeur Pieter Smorenburg blijft het daarom balanceren. En voor Dévy Rigaux betekent deze transferzomer meer dan alleen spelers halen en verkopen. Hij moet samen met de financiële leiding bouwen aan een selectie die sportief kan presteren in de Champions League, maar financieel ook houdbaar blijft voor de jaren daarna.

De kern is simpel: Feyenoord heeft meer mogelijkheden dan enkele jaren geleden, maar de club moet nog steeds verstandig omgaan met iedere transfer. Ambitie is nodig, maar zonder financiële discipline wordt succes op de lange termijn moeilijk vast te houden.

Delen