eenhoorn-rigaux-proshots-1

Pro shots

Exclusief

Eenhoorns Moneyball-model bracht AZ dicht bij de landstitel

Martijn

Enkele maanden nadat AZ in 2009 landskampioen was geworden, viel een belangrijk deel van het financiële fundament onder de club weg. DSB Bank ging failliet, eigenaar en geldschieter Dirk Scheringa verdween en ook het stadion belandde in de failliete boedel. De club die net de traditionele top drie had afgetroefd, moest zichzelf opnieuw uitvinden.

AZ kon voortaan niet meer op een suikeroom rekenen om de afstand tot Ajax, Feyenoord en PSV te overbruggen. Met minder geld moesten in de hele voetbalorganisatie betere beslissingen worden genomen. Die noodzaak vormde de voedingsbodem voor een werkwijze die later met Moneyball werd verbonden. Bij AZ kwamen de vijf kenmerken uit het eerste deel uiteindelijk samen in één clubmodel. Club Brugge werkte onder Dévy Rigaux volgens veel van dezelfde principes, maar nam ook grotere risico's.

Van suikeroom naar systeem
De omslag begon niet pas bij de komst van Robert Eenhoorn. AZ was na het wegvallen van Scheringa al gedwongen de salariskosten te bewaken, spelers tijdig te verkopen en meer rendement uit de jeugdopleiding te halen. Eenhoorn maakte van die noodzaak vanaf 2014 wel een breder gedragen koers.

De voormalig honkballer kende Billy Beane uit de Amerikaanse sportwereld. Op voorspraak van Eenhoorn werd de geestelijk vader van Moneyball in 2015 adviseur van AZ op het gebied van innovatie en topsport. Beane kwam niet op afstand een lijst met aankopen samenstellen. Hij bracht vooral een manier van denken mee: aannames ter discussie stellen, beslissingen beter onderbouwen en zoeken naar kwaliteiten die de markt nog onvoldoende waardeerde.

Eenhoorn introduceerde de gedachte niet vanuit het niets. Hij zei bij de aanstelling van Beane zelf dat AZ al vóór zijn komst in Moneyball geïnteresseerd was. Zijn verdienste was vooral dat de filosofie organisatiebreed werd verankerd. Max Huiberts leidde het technische beleid en onder anderen Paul Brandenburg en Marijn Beuker werkten aan de jeugdopleiding en talentontwikkeling. Eenhoorn bewaakte de samenhang en schiep de voorwaarden. Zo werd AZ de eerste Nederlandse profclub die Moneyball herkenbaar in de hele voetbalorganisatie toepaste.

De vijf kenmerken komen samen
Het eerste kenmerk is een vaste voetbalidentiteit. AZ wil dominant en aanvallend spelen, uitgaan van eigen kracht en spelers zelf initiatief laten nemen. Die uitgangspunten keren terug van de jeugdopleiding tot het eerste elftal. Daardoor kan de club per positie vooraf bepalen welke kwaliteiten nodig zijn. De spelers moeten bij de club passen, niet alleen bij de trainer van dat moment.

Het tweede kenmerk is het gebruik van data naast het oordeel van scouts en trainers. Cijfers dienen als trechter om spelers te vinden en prestaties over een langere periode te vergelijken. Daarna blijven videobeelden, live scouting, medische informatie en karakteronderzoek nodig. Ook in de opleiding worden wedstrijden geanalyseerd en de fysieke belasting en belastbaarheid gemonitord. Data vervangen het voetbalverstand niet, maar maken het oordeel controleerbaarder.

Daarbij kijkt AZ verder dan doelpunten en assists. Dat is het derde kenmerk. Voor een aanvaller kunnen de kwaliteit en frequentie van zijn kansen meer zeggen dan een tijdelijk doelpuntentotaal. Bij middenvelders gaat het bijvoorbeeld om het onder druk vooruit brengen van de bal en het herkennen van ruimte. Ook fitheid, loopvermogen, handelingssnelheid en drukzetten zijn relevant. In de jeugd probeert AZ bovendien te voorkomen dat vroege fysieke ontwikkeling ten onrechte voor meer talent wordt aangezien.

Het vierde kenmerk is het benutten van marktinefficiënties. AZ zoekt waar de concurrentie kleiner is of een speler om een andere reden wordt ondergewaardeerd: in de Eerste Divisie, een beloftenelftal, een kleinere buitenlandse competitie of achter een topspeler bij een grote club. Soms ontbreekt het een speler niet aan kwaliteit, maar aan een route naar speeltijd.

Het vijfde kenmerk maakt het model financieel houdbaar. AZ koopt of leidt spelers op voordat hun marktwaarde volledig is ontwikkeld, geeft ze speeltijd in een herkenbaar systeem en verkoopt ze wanneer een grotere club voor die ontwikkeling wil betalen. De opbrengst wordt vervolgens opnieuw in de selectie en de organisatie geïnvesteerd.

Drie verschillende marktinefficiënties
De interne scoutingrapporten zijn niet openbaar. Het is daarom te gemakkelijk om achteraf te beweren welke statistiek de doorslag gaf. De loopbanen van Vincent Janssen, Tijjani Reijnders en Milos Kerkez tonen wel welke vormen van onderwaardering AZ benutte.

Janssen kwam in 2015 voor ongeveer een half miljoen euro over van Almere City. Een spits uit de Eerste Divisie werd anders gewaardeerd dan een even oude aanvaller in een grotere competitie. Eén seizoen en 27 competitiedoelpunten later vertrok hij voor ongeveer 22 miljoen euro naar Tottenham Hotspur. Bij hem kwamen een goedkope markt, sportieve ontwikkeling en het verdienmodel samen.

Reijnders vertegenwoordigde een ander soort inefficiëntie. Hij had bij PEC Zwolle nauwelijks ervaring in het eerste elftal en was nog geen directe versterking. AZ liet hem 92 wedstrijden voor Jong AZ spelen en verhuurde hem aan RKC Waalwijk. Pas jaren later groeide hij uit tot een vaste waarde en vertrok hij naar AC Milan. Zijn ontwikkeling toont dat geduld, een passend traject en voldoende speeltijd een even groot voordeel kunnen vormen als een slim algoritme.

Bij Kerkez zat de kans in een geblokkeerde loopbaan. De jonge linksback had bij AC Milan met Theo Hernández een wereldtopper voor zich. AZ kon hem wel een duidelijk pad naar het eerste elftal bieden. De Alkmaarders betaalden naar verluidt twee miljoen euro en verkochten hem anderhalf jaar later voor ruim twintig miljoen euro aan Bournemouth. Ook aangeboden speeltijd had dus economische waarde.

De jeugdopleiding als levensader
Moneyball wordt vaak versmald tot het goedkoop kopen van onbekende spelers. Bij AZ is de eigen opleiding minstens zo belangrijk. Een jeugdspeler kost geld aan scouting, begeleiding en faciliteiten, maar geen transfersom. Bovendien kent hij de speelwijze al jaren wanneer hij het eerste elftal bereikt.

AZ wil dat de helft van de A-selectie uit zelfopgeleide spelers bestaat. Individuele ontwikkelplannen, videoanalyse, fysieke begeleiding en wetenschappelijke inzichten moeten de kans op doorbreken vergroten. De winst van de UEFA Youth League in 2023 was de zichtbaarste bevestiging, maar de echte opbrengst zit in structurele doorstroming en de waarde die zo in de eigen selectie ontstaat.

Opleiding en externe scouting zijn daarbij geen losse werelden. Voor iedere positie kan eerst worden beoordeeld of intern een speler klaarstaat of kan worden ontwikkeld. Dat voorkomt dat een aankoop de route van een vergelijkbaar eigen talent blokkeert.

AZ op weg naar de landstitel in 2020
Het doel van Moneyball is niet het winnen van de transferbalans, maar het verkleinen van een sportief verschil met rijkere concurrenten. In het seizoen 2019/20 lukte dat AZ bijna letterlijk. Na 25 wedstrijden stonden Ajax en AZ allebei op 56 punten, gevolgd door Feyenoord met 50 punten. Ajax stond alleen op basis van het doelsaldo bovenaan, terwijl de ploeg van Arne Slot beide onderlinge competitiewedstrijden had gewonnen.

Door de coronapandemie werd het seizoen niet afgemaakt en kwam er geen landskampioen. Niemand weet of AZ anders de titel had veroverd. De club had echter uitstekende papieren met een iets minder zwaar resterend programma. Met een veel kleiner budget was het gat met Ajax op het veld verdwenen en presteerden de Alkmaarders beter dan Feyenoord en PSV.

Ook mensen uit het Alkmaarse model vonden hun weg naar de top drie. Slot stapte rechtstreeks over naar Feyenoord en Koen Stam ging er in de jeugdopleiding werken. Marijn Beuker belandde via Queen's Park bij Ajax, terwijl Earnest Stewart via functies in de Verenigde Staten uiteindelijk bij PSV terechtkwam. Niet iedere overstap was rechtstreeks en zij werkten niet allemaal in dezelfde fase. Wel ontwikkelde AZ duidelijk meer dan alleen spelers.

Club Brugge koos voor dezelfde waardecyclus
Club Brugge paste veel van dezelfde uitgangspunten toe, maar met een groter budget en meer ruimte voor risico. Dévy Rigaux werkte er onder meer als jeugdtrainer, teammanager en recruitmentmanager, voordat hij in februari 2024 Director of Football werd. Daardoor kende hij zowel de route van Club NXT naar het eerste elftal als de internationale scouting.

Data, internationale scouting, talentontwikkeling en handel in spelers waren er sterk verbonden. Antonio Nusa werd jong uit Noorwegen gehaald en voor ruim twintig miljoen euro aan RB Leipzig verkocht. Igor Thiago kwam voor ongeveer acht miljoen euro van Ludogorets. Eén seizoen later betaalde Brentford ruim dertig miljoen euro voor een spits die door zijn fysieke kracht, arbeid zonder bal, drukzetten en aanspeelbaarheid binnen een duidelijk profiel paste.

Club NXT liet jonge spelers op profniveau aan de intensiteit wennen en maakte een eerdere beoordeling voor het eerste elftal mogelijk. Zo werden jeugdontwikkeling, selectieplanning en toekomstige transferwaarde gekoppeld. Op het gebied van data, marktinefficiënties en waardecreatie paste Club Brugge Moneyball overtuigend toe.

Toch was de werkwijze minder zuiver dan bij AZ. Club Brugge wisselde geregeld van trainer en tactische accenten. Toch heeft de club wel degelijk vastgelegd hoe het wil voetballen. Al in 2012 bestond de visie van de jeugdopleiding uit kenmerken als aanvallend voetbal, een verzorgde opbouw van achteruit, dwingend dieptespel, hoog druk zetten, verzorgd positiespel en dominantie in de duels. Jaren later vatte Rigaux de identiteit op vergelijkbare wijze samen: Club Brugge wil met veel intensiteit spelen, de wedstrijd domineren, op de helft van de tegenstander voetballen en kansen creëren. ‘No Sweat No Glory’ vormt daarbij de fysieke en mentale ondergrens. Er loopt dus wel een rode draad door de club.

Toch is een vaste filosofie nog geen vast spelmodel. De precieze tactische invulling en de eisen per positie bleven bij Club Brugge sterker afhankelijk van de zittende hoofdtrainer dan bij AZ. Voor Moneyball is dat relevant: data kunnen pas gericht naar ondergewaardeerde spelers leiden als vaststaat welke handelingen binnen iedere rol nodig zijn. Club NXT bood continuïteit in de opleiding, maar de aansluiting op het eerste elftal was daardoor minder trainer-onafhankelijk. Bovendien werden soms spelers aangetrokken die al dicht bij hun marktwaarde zaten, waardoor de marge voor een fout kleiner werd.

Yaremchuk en Sowah tonen de risico's
Roman Yaremchuk is het duidelijkste voorbeeld. Club Brugge betaalde in 2022 ongeveer zeventien miljoen euro voor een 26-jarige international met ervaring bij Gent en Benfica. Dat was een poging direct sportief rendement te kopen. Zijn reputatie was gevestigd, de prijs hoog en de ruimte voor waardestijging beperkt. Twee jaar en een verhuur aan Valencia later vertrok hij voor ongeveer twee miljoen euro naar Olympiakos.

Kamal Sowah paste op papier beter. Hij was bij zijn komst in 2021 pas 21 jaar, kende de Belgische competitie en had bij OH Leuven ontwikkelbare kwaliteiten getoond. Club Brugge betaalde echter negen miljoen euro. Een aanzienlijk deel van zijn verwachte groei zat dus al in de prijs. Een vaste positie en langdurige rol vond hij niet. Na verhuurperiodes bij AZ en Standard Luik werd zijn contract begin 2025 beëindigd.

Rigaux maakte ten tijde van beide aankopen als recruitmentmanager deel uit van de sportieve organisatie, maar was niet als enige eindverantwoordelijk. Vincent Mannaert voerde destijds de sportieve leiding. Bij de verkoop van Yaremchuk en de contractontbinding van Sowah was Rigaux inmiddels Director of Football en medeverantwoordelijk voor de afwikkeling. Dat waren vormen van schadebeperking.

Deze missers ontkrachten de filosofie niet. Moneyball belooft geen foutloze transfermarkt, maar probeert risico en verwachte opbrengst gunstiger te maken. Yaremchuk toont het gevaar van veel betalen voor reputatie met weinig toekomstige waardegroei. Sowah toont dat een jonge leeftijd alleen nog geen Moneyball-transfer garandeert. De prijs en de aansluiting op een vaste rol blijven doorslaggevend.

AZ iets zuiverder dan Club Brugge
Over de afgelopen jaren heeft AZ de Moneyball-filosofie beter toegepast dan Club Brugge. Club Brugge behaalde grotere successen en boekte spectaculaire transferwinsten. AZ paste de vijf kenmerken echter consequenter als één systeem toe. Vooral de vaste voetbalidentiteit, financiële discipline en koppeling tussen jeugdopleiding en eerste elftal maken het Alkmaarse model zuiverder.

Voor Feyenoord is dat verschil relevant. Rigaux neemt ervaring mee met internationale scouting, doorstroming en transferwaarde, maar ook met kostbare correcties wanneer een aankoop niet past. AZ toont de belangrijkste voorwaarde om die kennis te benutten: eerst moet duidelijk zijn welk voetbal de club wil spelen en welk type speler daar per positie voor nodig is.

Derde en laatste deel
In het derde en laatste deel bekijken we of die voorwaarden bij Feyenoord opnieuw worden opgebouwd. Met Giovanni van Bronckhorst en Sipke Hulshoff is de speelwijze uit de succesvolle periode onder Slot weer als vertrekpunt genomen. Daarna leggen we de eerste aankopen van Rigaux, de doorstroming uit de jeugd en de mogelijke waardegroei van de selectie langs dezelfde vijf kenmerken.

Delen