Stadion Feijenoord (De Kuip)

NL nieuws

Analyse

Feyenoord volgt Eredivisie-trend: baas in eigen Kuip

Martijn

Voor de tweede keer in de geschiedenis krijgt de club Feyenoord haar stadion in eigen beheer. In juli wordt de eenwording tussen club en stadion voltooid. Stadion Feijenoord N.V. wordt dan een dochtermaatschappij van Feyenoord Rotterdam N.V., waarin de club een belang van ruim 95% krijgt.

Daarmee komt een einde aan een uitzonderlijke situatie die bijna negentig jaar heeft geduurd. Feyenoord en De Kuip horen voor het gevoel altijd al bij elkaar, maar juridisch waren club en stadion sinds de opening van De Kuip in 1937 gescheiden. De club speelde in het stadion, leefde in het stadion en ademde het stadion, maar was nooit de baas over het stadion. Dat verandert nu.

Van Afrikaanderplein naar Kromme Zandweg
De Kuip is in de historie het derde terrein waarop Feyenoord officiële thuiswedstrijden speelt. Tot 1917 speelde de club op het Afrikaanderplein. Dat terrein werd gehuurd van de gemeente.

In 1917 verhuisde de club naar de Kromme Zandweg. Daar stond voor het eerst een echt voetbalstadion. Dat complex werd gerealiseerd door N.V. Sportterrein Feijenoord, de vennootschap waarvan Sjaak Barzilaij de directeur en eigenaar was. Feyenoord kreeg daar de beschikking over een eigen voetbalcomplex en kon daardoor groeien in uitstraling, bezoekersaantallen en sportieve ambities.

Tien jaar later kwam de eerste eenwording. In 1927 nam Feyenoord het stadion aan de Kromme Zandweg over. Club en stadion kwamen daarmee in één hand. Dat gaf Feyenoord meer grip op de eigen toekomst. De Kromme Zandweg groeide uit tot een stadion met ruim 20.000 plaatsen, maar uiteindelijk werd ook dat te klein voor de ambities van de club.

De Kuip in een aparte vennootschap
In 1937 verhuisde Feyenoord naar De Kuip. Voor de bouw en exploitatie van het nieuwe stadion werd gekozen voor een aparte juridische structuur: Stadion Feijenoord N.V.

Die keuze was begrijpelijk. De Kuip was voor die tijd een enorm project. Het stadion moest niet alleen door de club, maar ook door aandeelhouders en financiers mogelijk worden gemaakt. Stadion Feijenoord N.V. gaf 4.000 aandelen uit. De club verwierf daarvan 2.000 aandelen. Het belang van Feyenoord in het stadion was daarmee lange tijd 50%.

In 1978 werd de club gesplitst in een prof- en amateurtak. Die scheiding kwam voort uit de financiële en organisatorische druk rond het betaalde voetbal. De profclub ging zelfstandig verder als betaaldvoetbalorganisatie, terwijl de amateurtak doorging als Sportclub Feyenoord. De aandelen in het stadion kwamen toen bij Sportclub Feyenoord terecht. Daarmee bleef De Kuip buiten de BVO-structuur en werd Feyenoord Rotterdam N.V. in de praktijk huurder van het stadion.

Feyenoord volgt een bredere trend
Feyenoord staat niet alleen. In de Eredivisie hebben inmiddels de meeste clubs het stadion waarin zij spelen in eigendom of binnen de eigen clubgroep ondergebracht.

Tot die groep behoren onder meer AZ, Excelsior, FC Twente, FC Utrecht, Go Ahead Eagles, N.E.C., PSV, SC Cambuur, Sparta Rotterdam en Willem II. In veel gevallen zit het stadion in een aparte stadion-B.V. of vastgoedvennootschap binnen de clubstructuur. Dat is ook logisch. Zo blijft het stadion apart zichtbaar, financierbaar en bestuurbaar, terwijl de club wel de zeggenschap houdt.

Daarbij moet wel een nuance worden gemaakt. Bij sommige clubs is de club eigenaar van het stadiongebouw, maar niet van de grond. Dat speelt onder meer bij PSV, Go Ahead Eagles, N.E.C. en Willem II. Daar is sprake van gemeentelijke grond, erfpacht of een vergelijkbare constructie. Het stadion is dan wel in handen van de club of clubgroep, maar de grondpositie blijft apart geregeld. Dat geldt straks ook voor Feyenoord. De Kuip komt via Stadion Feijenoord N.V. vrijwel volledig in de clubstructuur terecht, maar de grond onder het stadion blijft van de gemeente Rotterdam. Stadion Feijenoord heeft daarvoor een erfpachtrecht.

Er zijn ook Eredivisieclubs die het stadion niet in eigendom hebben. Ajax is geen eigenaar van de Johan Cruijff ArenA, maar heeft een minderheidsbelang in de stadionstructuur. FC Groningen huurt de Euroborg. ADO Den Haag speelt in een stadion van de gemeente. PEC Zwolle speelt in een stadion dat bij een private eigenaar ligt. Fortuna Sittard huurt het stadion. sc Heerenveen is geen volledig eigenaar van het Abe Lenstra Stadion. Telstar kent een meer versnipperde situatie met gemeentelijke grond en verschillende huur- en gebruiksrechten.

Het beeld is duidelijk: stadionbezit is niet overal hetzelfde geregeld, maar de richting in het betaald voetbal is wel helder. Clubs willen meer zeggenschap over hun eigen thuisbasis.

Waarom clubs hun stadion terughalen
De laatste jaren zijn meerdere clubs eigenaar geworden van het stadion waarin zij spelen. De redenen zijn niet overal precies hetzelfde, maar de grote lijn is wel vergelijkbaar: minder afhankelijkheid, meer grip op exploitatie en meer mogelijkheden om te investeren.

Sparta Rotterdam zette in 2018 een belangrijke stap door commerciële ruimten in het Sparta Stadion terug te kopen. Bij Sparta was het eigendom jarenlang versnipperd geraakt. De club wilde al langer weer meer grip krijgen op Het Kasteel. Door het stadion vrijwel volledig in eigen hand te krijgen, kon Sparta verder werken aan verbetering van horeca, publieksfaciliteiten en uitbreiding van het stadion.

Willem II werd in 2022 eigenaar van het Koning Willem II Stadion. Daar was de afweging heel zakelijk. De club en de gemeente vergeleken huur en koop. De belangrijkste argumenten voor aankoop waren structureel lagere huisvestingskosten, vermogensopbouw en betere exploitatie van het stadion. Het stadion werd ondergebracht in Willem II Vastgoed B.V., een aparte vennootschap binnen de clubstructuur.

FC Utrecht kocht in 2023 Stadion Galgenwaard na meer dan vijftig jaar huren. Voor FC Utrecht ging het om meer dan alleen het verlagen van huurkosten. De club wilde de naam Galgenwaard veiligstellen, meer exploitatiemogelijkheden krijgen en een sterkere rol spelen in de gebiedsontwikkeling rond het stadion.

N.E.C. werd in 2025 eigenaar van het Goffertstadion. Daar stond vooral groei centraal. N.E.C. wil het stadion moderniseren en uitbreiden. Zolang het stadion van de gemeente was, bleef de club afhankelijk. Door het stadion over te nemen, kan N.E.C. zelfstandiger bouwen aan de toekomst.

Feyenoord past in dat rijtje, maar de schaal is groter. De Kuip is geen gewoon stadion, maar een belangrijk deel van de identiteit van de club. Toch bleef het stadion jarenlang buiten de BVO-structuur. Niet uit luxe, maar omdat Feyenoord simpelweg niet de financiële ruimte had om De Kuip over te nemen én te vernieuwen.

Robert Eenhoorn weet wat eenwording betekent
Bij Feyenoord krijgt Robert Eenhoorn een bijzondere rol. Voor hem wordt dit de tweede eenwording tussen club en stadion die hij van dichtbij meemaakt. Bij AZ maakte hij als algemeen directeur al mee wat het betekent als een club weer baas in eigen huis wordt.

Bij AZ speelde een bijzondere geschiedenis. Het stadion was eerst eigendom van DSB Stadion B.V., een vennootschap binnen de DSB-groep van Dirk Scheringa. Na de val van DSB Bank kwam ook de stadionvennootschap in de problemen. Het stadion werd in 2010 verkocht aan Stadion Alkmaar Beheer B.V., een vehikel van regionale en lokale ondernemers met een AZ-hart. AZ bleef huurder, maar kreeg wel een eerste recht van koop. In 2017 kocht AZ het stadion terug. Robert Eenhoorn motiveerde die stap met de wens om structureel tot een betere exploitatie te komen en de club betere mogelijkheden voor de toekomst te geven. Club en stadion waren weer één.

Daarna kreeg AZ meteen te maken met een groot stadiondossier. In 2019 stortte een deel van het dak van het AFAS Stadion in. Op het eerste gezicht lijkt dat het voorbeeld van vastgoedrisico dat je als club misschien liever niet in eigen huis haalt. Maar zo simpel ligt het niet. Een groot deel van de schade was verzekeringswerk. AZ ontving een verzekeringsuitkering voor materiële schade en gevolgschade. Tegelijk koos de club ervoor om niet alleen het probleem te repareren, maar een geheel nieuw dak te laten plaatsen. Daarbij werden ook verbeteringen doorgevoerd. AZ moest daarvoor extra financieren, maar kon wél zelf bepalen welke oplossing het beste was voor de toekomst van de club en het stadion.

Als het stadion nog in handen van een derde partij was geweest, was het risico voor AZ niet zomaar verdwenen. De externe eigenaar had de kosten van herstel of vernieuwing waarschijnlijk uiteindelijk via de huur of nieuwe afspraken op de club kunnen afwentelen. AZ kon immers niet zomaar ergens anders gaan spelen. Het juridische eigenaarsrisico lag dan misschien bij de verhuurder, maar het economische stadionrisico was alsnog bij AZ terechtgekomen. Dat is de belangrijkste les: huren lijkt soms veiliger, maar als je als club volledig afhankelijk bent van één stadion, ben je economisch toch kwetsbaar. Dan is het vaak beter om zelf de regie te hebben.

AZ is wijzer geworden van de eenwording. De club kreeg niet alleen vastgoedrisico, maar vooral controle. Controle over exploitatie, onderhoud, investeringen en toekomstplannen. Precies dat is nu ook voor Feyenoord van belang.

Waarom de eenwording voor Feyenoord logisch is
Voor Feyenoord biedt de eenwording meer voordelen dan nadelen. De club heeft, anders dan de stadion-N.V. op eigen kracht, de middelen om onderhoud en investeringen te betalen. Maar dan moet daar wel eigendom en zeggenschap tegenover staan. Wie betaalt, bepaalt.

Feyenoord heeft bovendien groot belang bij een goed onderhouden stadion. Dat is essentieel voor de continuïteit van club én stadion en om De Kuip geschikt te houden voor supporters, sponsors, KNVB, UEFA en overheid.

De eenwording maakt de structuur eenvoudiger en geeft de directie meer slagkracht. Besluiten over onderhoud, verbouwing, commerciële mogelijkheden en eventuele toekomstige renovatie kunnen voortaan vanuit één belang worden genomen. Feyenoord kan zelf met partijen om de tafel zitten als er ooit een grotere renovatie nodig is.

Alles in een hand moet ook efficiencyvoordelen opleveren. Verbeteringen aan het stadion kunnen leiden tot meer zakelijke omzet, een betere ontvangst van sponsors en relaties, een sterkere commerciële exploitatie en uiteindelijk een financieel voordeel voor de club.

Dennis te Kloese heeft samen met onder anderen financieel directeur Pieter Smorenburg veel voorbereidend werk verricht om deze historische stap mogelijk te maken. Daarmee ligt er een fundament waarop Feyenoord verder kan bouwen. Vanaf 1 juli krijgt Feyenoord bovendien met Robert Eenhoorn een algemeen directeur die dit proces niet alleen vanuit theorie kent, maar ook uit de praktijk. Bij AZ maakte hij mee wat het betekent als club en stadion weer één worden. Hij weet dat stadionbezit verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Maar hij weet ook dat regie over het eigen huis een club sterker kan maken.

Delen