Pro Shots
Gio’s tweede termijn: nieuwe kans op succes of valkuil van het verleden?
Giovanni van Bronckhorst keert terug op bekend terrein. Voor Feyenoord is dat geen gewone trainersaanstelling. Gio is jeugdproduct, oud-aanvoerder, kampioenstrainer en clubicoon. Onder zijn leiding won Feyenoord de KNVB Beker, de Johan Cruijff Schaal en vooral de landstitel van 2017, de titel die na achttien jaar wachten voelde als een bevrijding.
Toch is een terugkeer van een trainer nooit alleen een romantisch verhaal. De geschiedenis leert dat een tweede termijn vaak ingewikkelder is dan de eerste. De herinnering is groot, de verwachting nog groter en de omstandigheden zijn meestal veranderd. De vraag is dus niet of Gio Feyenoord kent. Dat staat buiten kijf. De vraag is vooral of Feyenoord de juiste voorwaarden kan creëren om zijn tweede periode kans van slagen te geven.
Feyenoord en terugkerende trainers
Van Bronckhorst wordt in de hoofdlijn van de Feyenoord-historie de vijfde grote terugkeer op de trainersbank. De eerste was Jack Hall, de Engelse trainer die Feyenoord in 1928 aan de tweede landstitel uit de clubgeschiedenis hielp. In het seizoen 1939/40 keerde hij terug. Dat had opnieuw een succesvol hoofdstuk kunnen worden, maar vlak voordat Feyenoord afdelingskampioen werd en zich plaatste voor de kampioenscompetitie, besloot Hall te vertrekken. Zijn opvolger maakte Feyenoord in 1940 alsnog landskampioen.
Richard Dombi is nog altijd de enige trainer die twee keer landskampioen werd met Feyenoord. In zijn eerste periode pakte hij in 1936 en 1938 de landstitel. Later keerde hij terug in de seizoenen 1951/52 en 1955/56, maar in die tweede en derde periode bleven prijzen uit. Tussendoor was ook Adriaan Koonings tweemaal trainer van Feyenoord.
Daarna duurde het lange tijd voordat er opnieuw een rentree op de Feyenoord-bank te beleven viel. In de seizoenen 1991/92 en 1992/93 werd Wim Jansen halverwege het seizoen trainer. Beide keren eindigde het seizoen met de KNVB Beker. Daarmee was zijn terugkeer sportief bijzonder succesvol, al bleef het bij korte periodes.
De meest recente terugkeer was die van Bert van Marwijk. In zijn eerste termijn stond hij vier seizoenen aan het roer. Feyenoord eindigde onder hem steevast in de top 3 van de Eredivisie en won in 2002 de UEFA Cup. In 2007 keerde hij voor één seizoen terug. Hij gaf het 100-jarig jubileumseizoen glans met de winst van de KNVB Beker, maar eindigde ondertussen op een teleurstellende zesde plaats. Aanvoerder van dat elftal was Giovanni van Bronckhorst. Dat maakt de cirkel nu extra bijzonder.
Feyenoord-trainers die elders terugkeerden
Ook Leo Beenhakker keerde later terug in De Kuip, al duurde de tweede termijn als hoofdtrainer slechts twee play-off-wedstrijden in 2007. Zijn grote Feyenoord-verhaal blijft de landstitel van 1999. Beenhakker is vooral interessant omdat hij bij Ajax wél als trainer terugkeerde en opnieuw succes had. In zijn eerste periode werd hij kampioen in 1980. Bij zijn terugkeer deed hij dat in 1990 opnieuw. Daarna maakte hij Feyenoord in 1999 landskampioen. Daarmee is Beenhakker één van de weinige trainers die zowel in Amsterdam als Rotterdam kampioen werd.
Dick Advocaat is een ander voorbeeld van een trainer met een Feyenoord-verleden die elders terugkeerde bij een oude club. Bij PSV kende hij in de jaren negentig een sterke eerste periode met onder meer een landstitel en bekerwinst. Toen hij in 2012 voor één seizoen terugkeerde, won hij de Johan Cruijff Schaal, maar bleef de landstitel uit. Bij AZ keerde Advocaat eveneens terug. Daar bracht hij vooral rust, ervaring en stabiliteit. Hij leidde AZ in zijn tweede periode naar de kwartfinales van de Europa League.
Fred Rutten, trainer van Feyenoord in het seizoen 2014/15, maakte eerder bij FC Twente een terugkeer mee. In zijn eerste periode in Enschede won hij de KNVB Beker. In zijn tweede termijn groeide FC Twente onder Rutten uit tot een ploeg die nadrukkelijk meedeed in de subtop en zich via de play-offs zelfs plaatste voor de voorronde van de Champions League.
Wat zeggen de analyses?
De algemene les uit de cijfers is voorzichtig. Verschillende analyses naar terugkerende trainers laten zien dat een tweede termijn gemiddeld minder succesvol is dan de eerste. Dat is ook logisch. Een trainer keert vaak terug omdat de eerste periode goed was. Daardoor ligt de lat automatisch hoog. Bovendien komt een terugkeer geregeld voort uit onrust, teleurstelling of bestuurlijke twijfel. De trainer wordt dan niet gehaald in ideale omstandigheden, maar juist om een probleem op te lossen.
De Premier League maakte een analyse van managers die terugkeerden bij een oude club. De conclusie was duidelijk: in de meeste gevallen lag het puntenaantal per wedstrijd in de tweede periode lager dan in de eerste. Er waren uitzonderingen, zoals Harry Redknapp bij Portsmouth en David Moyes bij West Ham United, maar de hoofdlijn was dat terugkerende trainers moeite hebben om het niveau van hun eerste termijn te benaderen. Het oude succes blijkt vaak moeilijk opnieuw te vangen.
Christopher Askew onderzocht in een data-analyse terugkerende trainers in de vijf grootste Europese competities sinds 1993. Ook daar kwam hetzelfde patroon naar voren. Gemiddeld daalde het winstpercentage in de tweede termijn met bijna zes procentpunt. Dat klinkt misschien beperkt, maar op een heel seizoen kan zo’n verschil meerdere plaatsen op de ranglijst betekenen. Belangrijk is wel dat zo’n analyse niet alles kan verklaren. Er wordt niet volledig gecorrigeerd voor selectie, budget, blessures, tegenstand, clubbeleid en timing. Toch is de richting duidelijk: een tweede kans is statistisch gezien eerder lastig dan vanzelfsprekend succesvol.
The Tomkins Times kwam in een eigen analyse tot een nog scherpere conclusie. Van 55 onderzochte terugkeerperiodes waren er slechts 10 beter dan de eerste periode. Vooral bij trainers die in hun eerste termijn veel succes hadden, was de terugval zichtbaar. Dat is precies de valkuil voor clubs: ze halen niet alleen een trainer terug, maar ook een herinnering. En herinneringen zijn vaak mooier dan de werkelijkheid die daarna opnieuw moet worden opgebouwd.
De sleutel: meer dan de naam van de trainer
Daar zit voor Feyenoord precies de sleutel. Een tweede termijn van Gio mag geen vlucht naar het verleden worden. Het moet geen poging zijn om 2017 nog een keer te kopiëren. Die titel was uniek, met een unieke groep spelers, een unieke spanning en een unieke ontlading op de Coolsingel. Zo’n seizoen laat zich niet herhalen door dezelfde naam weer op de bank te zetten.
Succesvolle tweede termijnen bestaan wél degelijk. Carlo Ancelotti keerde terug bij Real Madrid en won in zijn tweede periode opnieuw de Champions League, de landstitel, de Spaanse Supercup, de UEFA Super Cup, het WK voor clubteams en de Copa del Rey. Guus Hiddink keerde terug bij PSV en won in zijn tweede periode opnieuw drie landstitels, een KNVB Beker en een Johan Cruijff Schaal. Jupp Heynckes keerde terug bij Bayern München en beleefde met de treble van 2013 zelfs één van de grootste seizoenen uit de clubgeschiedenis.
Maar juist die voorbeelden laten zien dat succes niet alleen bij de trainer begint. Ancelotti kwam terecht in een club die gewend is om topvoorwaarden te creëren. Hiddink werkte bij PSV in een omgeving waarin technisch beleid, scouting, spelersontwikkeling en bestuurlijke rust samenkwamen. Heynckes kon bij Bayern bouwen op een selectie en clubstructuur die klaar waren om te winnen. De succesvolle terugkeer is zelden alleen het verhaal van de terugkerende trainer. Het is vooral het verhaal van een club die weet wat zij aan het doen is.
Daarom is de rol van Robert Eenhoorn en Dévy Rigaux bij Feyenoord zo belangrijk. Zij moeten de structuur en voorwaarden creëren waarin Van Bronckhorst kan slagen. Dat betekent: een uitgebalanceerde selectie, duidelijke technische keuzes, een sterke staf, rust in de organisatie en een directie die niet alleen reageert op de waan van de week.
In zijn eerste periode groeide Gio als jonge trainer mee met een groep die uiteindelijk boven zichzelf uitsteeg. In zijn tweede periode zal hij vooral moeten kunnen werken binnen een helder kader. Feyenoord is sinds 2017 veranderd. De club heeft sportief, financieel en organisatorisch stappen gezet, maar staat ook voor nieuwe keuzes. Juist daarom kan de samenwerking tussen Gio, Eenhoorn en Rigaux bepalend worden.
Als Feyenoord Van Bronckhorst alleen terughaalt omdat het vertrouwd voelt, is de kans groot dat de geschiedenis gelijk krijgt en de tweede termijn minder wordt dan de eerste. Maar als de club de structuur neerzet waarin Gio kan werken, ontwikkelen en bouwen, kan zijn terugkeer veel meer worden dan een nostalgische keuze. Dan hoeft hij 2017 niet te herhalen. Dan kan hij met Feyenoord een nieuw hoofdstuk schrijven.