slot-te-kloese-proshots

Pro shots

Exclusief

Hoe Moneyball na Slot steeds verder naar de achtergrond verdween

Martijn

Een honkbalteam met een bescheiden spelersbudget won in 2002 twintig wedstrijden op rij en versloeg tegenstanders die veel meer geld konden uitgeven. Billy Beane, de technisch directeur van de Oakland Athletics, had zijn selectie niet samengesteld op basis van reputatie en traditionele statistieken. Hij zocht met behulp van data naar kwaliteiten die door andere clubs onvoldoende werden gewaardeerd.

De werkwijze werd wereldberoemd door het boek Moneyball en de gelijknamige film met Brad Pitt. De vraag was vervolgens of de filosofie ook toepasbaar was op voetbal.

Billy Beane keek niet alleen naar het slaggemiddelde, het aantal homeruns, de snelheid en de atletische uitstraling van een speler. Hij zocht naar eigenschappen die aantoonbaar bijdroegen aan het maken van punten, maar door andere clubs onvoldoende werden gewaardeerd. Vooral honkbereik, geduld aan de plaat, het afdwingen van vier wijd en het voorkomen van uitballen bleken belangrijk. Doordat een slagbeurt een duidelijk begin en einde heeft, kon de bijdrage van een slagman of werper bovendien nauwkeurig worden gemeten.

In voetbal bestaat geen rechtstreeks equivalent van het honkbereik. Het spel loopt grotendeels door en de waarde van een pass, loopactie of ingreep zonder bal hangt af van de posities en bewegingen van andere spelers. Bovendien verschilt per speelwijze welke kwaliteiten belangrijk zijn. Daarbij worden technische en tactische gegevens, zoals progressieve passes, drukzetten en loopacties zonder bal, gecombineerd met fysieke data over snelheid, loopvermogen, intensiteit en beschikbaarheid. De vertaling van Moneyball naar voetbal vereiste daarom complexere modellen om ondergewaardeerde spelers te vinden die binnen een specifiek spelsysteem tot hun recht komen.

Benham brengt Moneyball naar het voetbal
Matthew Benham was de eerste clubeigenaar die de principes achter Moneyball systematisch naar het voetbal vertaalde. De Britse natuurkundige had zijn vermogen opgebouwd met statistische modellen waarmee voetbalwedstrijden werden voorspeld. Die kennis gebruikte hij bij Brentford en FC Midtjylland om ondergewaardeerde spelers te vinden, prestaties objectiever te beoordelen en met een beperkt budget structureel waarde op te bouwen.

Brentford groeide onder Benham uit van een noodlijdende club op het 3de Engelse niveau tot een stabiele Premier League-club. Het succes bij FC Midtjylland liet nog minder lang op zich wachten. Benham nam de Deense club in 2014 over. In zijn eerste seizoen, 2014/15, werd FC Midtjylland direct voor het eerst in de historie kampioen van Denemarken.

Moneyball bleek ook in het voetbal te kunnen werken. Het is alleen veel meer dan een computerprogramma dat vertelt welke speler moet worden gekocht.

Pas nadat Frank Arnesen technisch directeur van Feyenoord was geworden en Arne Slot als trainer had aangesteld, deed de Moneyball-filosofie zijn intrede in De Kuip. Arnesen hervormde de voetbalorganisatie en haalde Mark Ruijl in 2021 naar Rotterdam als coördinator scouting en hoofd data scouting. Data, videoscouting, livebezoeken, medische informatie en de gewenste speelwijze werden steeds meer met elkaar verbonden.

De vijf kenmerken van Moneyball
Om te beoordelen in hoeverre een voetbalclub volgens Moneyball werkt, kunnen vijf opeenvolgende kenmerken worden onderscheiden.

1. Recruitment vanuit een vaste speelwijze
Een club bepaalt eerst hoe zij wil voetballen en welke eigenschappen daarvoor per positie nodig zijn. Pas daarna wordt naar geschikte spelers gezocht. Niet de bekendste of statistisch beste voetballer wordt gehaald, maar degene die het beste bij de gevraagde rol past.

2. Data als aanvulling op scouting
Data worden gebruikt als trechter om uit duizenden spelers een eerste selectie te maken. Daarna volgen videoanalyse, live scouting, medische onderzoeken en gesprekken over het karakter. De cijfers vervangen het menselijke oordeel niet, maar maken de zoektocht gerichter.

3. Onderliggende prestaties boven oppervlakkige cijfers
Doelpunten, assists en gespeelde wedstrijden vertellen maar een deel van het verhaal. Moneyball-clubs kijken ook naar kansenkwaliteit, loopacties, balveroveringen, drukzetten, progressieve passes en het vermogen om linies te doorbreken. Daarmee proberen zij niet alleen het huidige niveau, maar vooral de toekomstige prestaties te voorspellen.

4. Het benutten van marktinefficiënties
De verwachte sportieve waarde wordt vervolgens vergeleken met de marktprijs. Een speler kan ondergewaardeerd zijn doordat hij in een kleinere competitie speelt, weinig speeltijd krijgt, niet binnen het systeem van zijn club past, een blessureverleden heeft of uitblinkt in kwaliteiten die minder snel opvallen.

5. Waarde creëren, verkopen en herinvesteren
De gevonden speler moet zich binnen een vaste speelwijze verder ontwikkelen. Daarna kan hij met winst worden verkocht en wordt de opbrengst opnieuw geïnvesteerd. Ook de jeugdopleiding behoort tot deze pijler. Een zelfopgeleide speler kost geen transfersom en kan zowel sportief als financieel veel waarde vertegenwoordigen.

Waarde is meer dan een transfersom
De verwachte waarde van een speler is geen bedrag dat met één eenvoudige formule kan worden berekend. Een club maakt verschillende inschattingen. Hoeveel minuten kan een speler naar verwachting maken? Hoe goed passen zijn kwaliteiten bij de speelwijze? Kan hij het niveau van een hogere competitie aan? Hoe groot is het risico op blessures of een mislukte aanpassing?

Daar staan de totale kosten tegenover. Niet alleen de transfersom telt mee, maar ook het salaris, tekengeld, commissies en de contractduur.

Bij jonge spelers wordt daarnaast gekeken naar hun ontwikkelpotentieel en mogelijke toekomstige verkoopwaarde. Bij een oudere speler zal het rendement vaker op het veld moeten worden behaald. Zo vertegenwoordigde Gernot Trauner bij zijn komst weinig toekomstige transferwaarde. Voor ongeveer een miljoen euro kreeg Feyenoord wel een leider die de defensie organiseerde en andere spelers beter liet functioneren.

Moneyball betekent dus niet dat iedere speler goedkoop moet zijn of later met winst moet worden verkocht. Het gaat om het sportieve en financiële rendement van de selectie als geheel.

De eisen van Slot
Onder Slot begon recruitment bij de speelwijze. Feyenoord wilde hoog drukzetten, de bal na verlies snel heroveren en met veel spelers op de helft van de tegenstander voetballen. De verdedigers stonden daardoor regelmatig ver van het eigen doel. In balbezit moest Feyenoord van achteruit kunnen opbouwen en via het middenveld snel vooruit spelen.

Dat stelde specifieke eisen aan iedere positie. Centrale verdedigers moesten grote ruimtes kunnen verdedigen, durven door te dekken en iets toevoegen aan de opbouw. Middenvelders moesten onder druk aanspeelbaar blijven, vooruitdenken en na balverlies snel hun positie terugvinden. Van buitenspelers werd verwacht dat zij een tegenstander konden passeren, maar ook zonder bal drukzetten en hun verdedigende taken uitvoerden.

Fitheid en beschikbaarheid waren daarbij belangrijk. Het voetbal van Slot vroeg om veel intensieve loopacties en herhaalde sprints. Een speler die technisch goed genoeg was, maar structureel moeite had met die belasting, vormde een groter risico.

De jeugdopleiding paste binnen dezelfde gedachte. Hoe beter jonge spelers vertrouwd zijn met de voetbalprincipes van het eerste elftal, hoe kleiner de stap naar De Kuip wordt. Bovendien hoeft voor een zelfopgeleide speler geen transfersom te worden betaald. De ontwikkeling van onder anderen Orkun Kökçü, Lutsharel Geertruida en Antoni Milambo leverde Feyenoord daardoor zowel sportieve als financiële waarde op.

Wieffer paste beter dan zijn prijs deed vermoeden
Mats Wieffer is een duidelijk voorbeeld van de koppeling tussen speelwijze, data en marktinefficiëntie. Feyenoord zocht een middenvelder die ruimtes kon bewaken, passes kon onderscheppen en na balwinst vooruit kon spelen.

Wieffer speelde bij Excelsior in de Eerste Divisie en had daardoor nog nauwelijks een reputatie op het hoogste niveau. Zijn aantallen doelpunten en assists sprongen niet direct in het oog. Zijn positionering, balveroveringen en vermogen om het spel snel voort te zetten pasten wel bij het profiel dat Feyenoord zocht.

Andere clubs zagen vooral een middenvelder die nog moest bewijzen dat hij de Eredivisie aankon. Feyenoord zag kwaliteiten die naar een hoger niveau konden worden vertaald. Voor 575.000 euro was het financiële risico beperkt, terwijl de potentiële sportieve en financiële opbrengst groot was. Brighton & Hove Albion betaalde uiteindelijk 32 miljoen euro voor hem.

Hancko was niet goedkoop, maar wel ondergewaardeerd
Dávid Hancko laat zien dat een Moneyball-aankoop niet per definitie goedkoop hoeft te zijn. Feyenoord betaalde ruim acht miljoen euro voor de verdediger. Dat was op dat moment een groot bedrag voor de Rotterdammers.

Slot zocht echter een linksbenige centrale verdediger die vooruit durfde te verdedigen, grote ruimtes aankon en met zijn passing de opbouw kon versnellen. Zulke spelers zijn schaars.

Hancko was eerder niet geslaagd bij Fiorentina en had bij Sparta Praag knieproblemen gekend. Dat verleden drukte zijn marktwaarde en maakte de transfer niet zonder risico. Feyenoord keek verder dan die smetjes en beoordeelde vooral hoe zijn kwaliteiten binnen de eigen speelwijze tot hun recht konden komen.

De verwachte waarde lag daardoor hoger dan de betaalde prijs. Hancko groeide uit tot sterkhouder en werd voor dertig miljoen euro verkocht aan Atlético Madrid.

Hadj Moussa viel op door wat onder de oppervlakte lag
Anis Hadj Moussa zette pas na het vertrek van Slot zijn eerste stappen op trainingscomplex 1908, maar speelt dankzij de trainer in De Kuip. Slot zag de buitenspeler bij Vitesse en drukte zijn komst vlak voor zijn vertrek naar Liverpool door.

Op het eerste gezicht was Hadj Moussa geen vanzelfsprekende aankoop. Hij speelde bij een ploeg die onderaan stond en degradeerde. Zijn rendement in doelpunten en assists was bovendien nog beperkt.

Zijn onderliggende prestaties vertelden een ander verhaal. Hadj Moussa kon met zijn dribbels terreinwinst boeken, zelfstandig een tegenstander uitspelen en vanuit het niets een gevaarlijke situatie creëren. Feyenoord zocht juist een buitenspeler met die schaarse individuele kwaliteit.

Andere clubs konden vooral een grillige speler van een degradant zien. Feyenoord keek naar wat hij binnen een aanvallend elftal met meer balbezit kon worden. De Rotterdammers betaalden enkele miljoenen voor een kwaliteit die op een hoger niveau veel moeilijker en duurder te vinden is. Inmiddels vertegenwoordigt Hadj Moussa een veelvoud van zijn oorspronkelijke transfersom.

Fredrik Aursnes paste eveneens in dit beleid. Zijn loopvermogen, spelintelligentie en drukbestendigheid werden in de Noorse competitie onvoldoende gewaardeerd. Hij kwam voor minder dan een miljoen euro en vertrok een jaar later voor dertien miljoen euro naar Benfica.

Moneyball na Slot deels losgelaten
Na het vertrek van Slot werd Moneyball niet volledig afgeschaft. Oussama Targhalline, Luciano Valente, Jordan Bos en Jakub Moder zijn voorbeelden van spelers bij wie Feyenoord keek naar specifieke kwaliteiten, ontwikkelpotentieel of een gunstige verhouding tussen prijs en verwachte waarde.

Targhalline kwam voor een bescheiden bedrag van Le Havre en vertegenwoordigt inmiddels een veel hogere marktwaarde. Moder was door zijn aflopende contract en blessureverleden voor anderhalf miljoen euro beschikbaar. Mits fit beschikt de Poolse international over kwaliteiten die normaal gesproken niet voor dat bedrag verkrijgbaar zijn. Feyenoord nam bij hem bewust een medisch risico, zoals dat eerder ook bij Hancko was gedaan.

Toch werd de Moneyball-filosofie na het vertrek van Slot duidelijk minder consequent toegepast. Feyenoord ging onder Brian Priske en later Robin van Persie volgens verschillende uitgangspunten spelen. Zonder vaste voetbalidentiteit werd het moeilijker om per positie naar specifieke, ondergewaardeerde eigenschappen te zoeken.

Tegelijkertijd betaalde de club vaker aanzienlijke bedragen voor spelers die al een zekere reputatie hadden en dichter bij hun bestaande marktwaarde werden gekocht. Bij onder anderen Tsuyoshi Watanabe en Anel Ahmedhodžić betaalde Feyenoord vooral voor direct beschikbare kwaliteit. Gonçalo Borges lijkt vooralsnog evenmin een ondergewaardeerde speler te zijn geweest. Daarnaast verschoof een groter gedeelte van de beschikbare financiële ruimte naar ervaren of al verder ontwikkelde spelers zoals Jeremiah St. Juste, Raheem Sterling en Mats Deijl afgelopen winterstop.

Intussen bleven de recordverkopen binnenstromen. De spelers die daarvoor zorgden, waren echter grotendeels onder Slot aangetrokken of in zijn elftal ontwikkeld. Een te klein deel van die verkoopopbrengsten werd vervolgens geïnvesteerd in nieuwe, ondergewaardeerde spelers die binnen de Moneyball-filosofie pasten.

Tweede deel
In het volgende deel bekijken we hoe Robert Eenhoorn de filosofie bij AZ in de volledige organisatie verankerde. Ook de werkwijze van Dévy Rigaux bij Club Brugge en de mogelijke terugkeer van Moneyball bij Feyenoord komen daarin aan bod.

Delen