Interview
tjark-ernst-cambuur-pro-shots

Pro Shots

De Feijenoorder

Tjark Ernst over zijn ambities: "Het is een droom"

Dion

Na het vertrek van Timon Wellenreuther eind vorig seizoen, en natuurlijk eerder al het vertrek van Justin Bijlow, had Feyenoord een nieuwe keeper nodig. De nieuwe technisch directeur Dévy Rigaux kwam verrassend genoeg uit bij de Duitser Tjark Ernst (23) die hiervoor bij Hertha BSC speelde. Hand in Hand maakt kennis met de jonge en ambitieuze keeper daags na de gewonnen wedstrijd tegen AZ. Fedor Vogel van Hand in Hand magazine van De Feijenoorder ging met Tjark Ernst in gesprek.

Je bent geboren in Stuttgart. Kom je uit een voetbalfamilie, heb je broers of zussen?
“Ja, mijn broer voetbalt in een amateurcompetitie in Bochum, waar mijn familie nog steeds woont. Mijn vader en moeder hebben ook gevoetbald. Mijn moeder en haar zus waren erg succesvol in het vrouwenvoetbal. Ik heb het talent van mijn vader; hij was ook keeper. Hij heeft meer dan 100 wedstrijden gespeeld in de Bundesliga in Duitsland. Toen ik jong was, verhuisden mijn ouders al van Stuttgart naar Kaiserslautern en later naar Bochum, waar ik dus altijd gewoond heb. Na zijn carrière als keeper werd mijn vader sportdirecteur bij VfL Bochum.”

Je speelde in de jeugd van Arminia Bochum en VfL Bochum, altijd al als keeper waarschijnlijk?
“Als je gaat voetballen, wil niemand op doel staan. Maar ik wilde dat juist wel, omdat mijn vader ook keeper was. Bij Bochum trof ik precies een andere jongen die ook op doel wilde, maar gelukkig heb ik de strijd toen gewonnen.”

In 2022 maakte je je debuut in de wedstrijdselectie van Bochum tegen FC Bayern München, een mooi debuut? 
“Dat was de eerste keer dat ik bij de selectie van het eerste elftal zat. Ik speelde de hele jeugd al bij O17 tot O19. Later trainde ik ook al mee met het eerste elftal als derde doelman. Ik kwam er die dag bij, omdat de eerste doelman COVID had. Het was geweldig om uitgerekend die dag bij het eerste elftal mee te maken, want we wonnen van Bayern.”

Een paar maanden later contracteerde Hertha BSC je. Hoe ging het daar?
“Bochum was mijn club, maar soms moet je je afvragen wat het beste is voor je carrière. Dat was de overstap naar Berlijn op dat moment. Bij Bochum was de eerste keeper duidelijk de eerste keeper. En ik moest spelen om de ervaring van het spelen van wedstrijden op te doen. Bij Hertha begon ik in O23 en kon ik veel wedstrijdritme opdoen. Het is een goede keus geweest; ik groeide als persoon en als keeper. Toen ik 20 jaar was, keepte ik al in de Tweede Bundesliga.”

En afgelopen zomer kwam Feyenoord. Kende je de Rotterdamse club al?
“Bij Hertha BSC speelde JeanPaul Boëtius in mijn team. In gesprekken met hem had hij het vaak over Feyenoord en de goede jeugdopleiding. Daarom wist ik wel al dat Feyenoord een grote club was. En natuurlijk wist ik dat Feyenoord tot de traditionele top 3 in Nederland behoort. Ik wist nog niet veel over de club, maar toen ik me erin ging verdiepen, voelde het meteen goed.”

De laatste drie wedstrijden heb je de 0 gehouden. Hoe vind je zelf dat het gaat tot nu toe?
“In het voetbal heb je altijd ups en downs, maar het gaat goed. Het is jammer van de twee gelijke spelen in het begin van de competitie, maar dat is onderdeel van het proces. We hebben er wel van geleerd dat we iedere wedstrijd op ons best moeten zijn om te winnen. Na de sluiting van de transferdeadline werd het ook rustiger en konden we verder bouwen met het team. De laatste drie wedstrijden de 0 houden, hebben we bereikt met heel het team; dat ligt niet alleen aan de keeper. Als je kijkt naar de intensiteit waarmee we verdedigen, wat bij ons voorin al begint, dan zie je dat we dat echt als team doen. De communicatie en automatismen met de achterste lijn in de verdediging gaan steeds beter.”

Had je voor afgelopen zomer durven denken dat je na de zomer Champions League zou spelen?
“Niet echt. Ik ben ook niet een jongen die heel erg vooruitkijkt. Ik wil vooral iedere dag presteren en beter worden. Inderdaad had ik vorig jaar bij Hertha niet durven dromen nu in de Champions League te spelen, maar het stemt me erg gelukkig. Na de eerste contacten met Dévy Rigaux afgelopen zomer begon het gevoel wel in te dalen dat ik als 23-jarige keeper in de Champions League zou kunnen gaan spelen.”

Hoe voelt het om Timon Wellenreuther op te volgen? Ken je hem en spreek je hem nog wel eens?
“Uiteraard ken ik hem, maar we hadden en hebben geen contact. Een dag voor ik kwam, was hij hier vertrokken, dus we hebben elkaar nooit gezien. Hij heeft het hier goed gedaan, eerst achter Justin Bijlow en later als eerste keeper. Wanneer de club hem nodig had, stond hij er. Ik wens hem een goed herstel toe na zijn blessure.”

Hoe bevalt de samenwerking met de andere Feyenoord-keepers Bossin, Kastenmeier, Berger en keeperstrainer Justin Merz? 
“Erg goed. Toen ik hier kwam werd ik al erg sympathiek opgevangen door Liam Bossin. Dan voel je je meteen thuis. Het niveau van trainen gaat steeds tot een maximum; we houden elkaar scherp. De keeperstrainer vraagt steeds meer van ons; hij is een perfectionist, maar daar houd ik van. Ik vind het prettig als zelfs op de kleinste details wordt gelet.”

Wat voor type keeper ben je? Beschrijf je sterke punten en verbeterpunten eens.
“Dat zeg ik niet graag over mezelf, maar Ik ben vooral erg rustig, doe er alles aan om me maar te blijven verbeteren en laat me niet zo snel gek maken. Dat heb ik vooral geleerd in Berlijn waar ik al jong eerste keeper werd en met de druk van het spelen voor een grote club moest omgaan. Als je 23 bent, kun je je op alle vlakken nog ontwikkelen. Daar ben ik dagelijks mee bezig.”

Je bent altijd in de jeugdelftallen van Jong-Duitsland geselecteerd. Verwacht je ooit in het Duits elftal onder de lat te staan?
“Verwachten is een groot woord, maar het is uiteraard wel een droom. Er is nog veel werk te doen om dat te bereiken. Door het niveau waarop ik nu bij Feyenoord speel en de ervaring in de Champions League kan ik steeds meer leren en me laten zien. Het gaat er vooral om dat ik de komende jaren laat zien dat ik continu een hoog niveau kan halen. En dan zien we vanzelf waar dat toe mag leiden.”

Onlangs speelde het Nederlands Elftal tegen het Duits Elftal voor de Nations League. Volg je dat dan specifiek? En waarin verschilt het Nederlandse voetbal van het Duitse voetbal? “Uiteraard volg ik die wedstrijden, vroeger toen ik jonger was ook al intensief. Het Nederlands Elftal is jonger en speelt zeer aanvallend voetbal. Het eerste wat de backs in Nederland leren, is strak langs de lijn opkomen en mee aanvallen. In het Duits Elftal zijn de backs in eerste instantie toch meer bezig met verdedigen. Beide teams willen wel aantrekkelijk voetbal spelen en focussen op balbezit.”

Wie zijn jouw grote keepersvoorbeelden? Wie bewonder je het meest? 
“Dat is gemakkelijk, ik groeide op met Manuel Neuer als groot Duits keeper. Voor mij is hij de beste allertijden. Toen ik nog erg jong was, keek ik al naar filmpjes van hem op YouTube. Hij is absoluut mijn grote voorbeeld.”

Voel je al waardering van de supporters?
“Zeker! Sinds de eerste dag voel ik me hier al enorm welkom. Het Legioen hier in het stadion geeft een geweldig goed gevoel. Daardoor voel je de kracht en grootsheid van deze club. Alleen al die helikopterlanding op de Open Dag met de nieuwe spelers en al die 50.000 supporters die voor je schreeuwen en juichen. Dat is waanzinnig. In de wedstrijden pushen ze ons naar een hoger niveau. Als wij blijven rennen, vechten en druk zetten om mooie dingen te laten zien, dan voel je dat het publiek meegaat in die strijd. We zijn één met de fans en helpen elkaar naar succes.”

Is Rotterdam te vergelijken met Berlijn? “Helaas heb ik nog niet heel veel tijd gehad om Rotterdam al beter te leren kennen. Ik zie wel dat het een hele mooie stad is, maar eigenlijk niet te vergelijken met Berlijn. Berlijn is zo groot en heeft zoveel verschillende stadscentra. Mijn eerste impressie van Rotterdam is erg goed, mooi met de havens en de Maas die door de stad stroomt. Ik ga de stad zeker beter leren kennen.”

Na acht wedstrijden staat Feyenoord bovenaan. Had je dat verwacht en smaakt het naar meer?
 “We trainen er iedere dag voor om aan de top te staan. Nu we daar staan, proberen we daar te blijven. Maar we zijn pas acht wedstrijden onderweg, dus het seizoen is nog lang. We blijven bescheiden en gaan niet naast onze schoenen lopen. We leven van wedstrijd naar wedstrijd. Als we aan het eind van het seizoen nog steeds bovenaan staan, dan zullen we uiteraard erg gelukkig zijn. Je kunt het iedere speler in het team vragen; het is absoluut ons streven. Maar we hebben nog een lange weg te gaan…”

Dit interview met Tjark Ernst is afkomstig uit de nieuwste editie van Hand in Hand, het magazine van De Feijenoorder. Meer interviews, achtergrondverhalen en alles rondom Feyenoord lees je in het volledige magazine.

Delen