Transfermarkt passeert grens van tien miljard: UEFA ziet steeds groter financieel risico
Het Europese clubvoetbal groeit op vrijwel alle fronten. Stadions zitten voller dan ooit, clubs geven recordbedragen uit op de transfermarkt en jonge spelers spelen een steeds grotere rol. Tegelijkertijd waarschuwt de UEFA in een uitgebreid nieuw rapport voor de financiële risico's die met die groei gepaard gaan. Vooral de enorme koopkracht van Engelse clubs, stijgende transfersommen, uitgestelde betalingen en de afhankelijkheid van toekomstige spelersverkopen zorgen volgens de Europese voetbalbond voor een steeds kwetsbaarder systeem.
De UEFA heeft vrijdag het nieuwe European Club Talent and Competition Landscape-rapport gepubliceerd. Daarin analyseert het Intelligence Centre van de voetbalbond meer dan zevenhonderd clubs en wordt gekeken naar spelers, trainers, competities, transfers, bezoekersaantallen, jeugdopleiding en de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal.
Een van de opvallendste conclusies is dat Europese mannenclubs deze zomer voor het eerst gezamenlijk meer dan tien miljard euro uitgaven aan transfers. Dat is acht procent meer dan in 2025 en 43 procent meer dan tijdens de piek vóór de coronapandemie in 2019.
Die stijging komt vooral door hogere transferbedragen en niet doordat er veel meer spelers van club wisselen. Het aantal transfers nam slechts met 0,3 procent toe, terwijl het aantal deals van meer dan vijftig miljoen euro steeg van 23 naar 35.
Engelse clubs domineren transfermarkt
Vooral Engelse clubs bepalen steeds nadrukkelijker de transfermarkt. Zij waren deze zomer betrokken bij 52 procent van de totale wereldwijde transferwaarde. Alleen al transfers tussen Engelse clubs onderling vertegenwoordigden naar schatting 2,2 miljard euro.
In een bredere analyse stelt de UEFA bovendien dat Engelse clubs betrokken waren bij meer dan zestig procent van de onderzochte deals en gemiddeld ongeveer 24 miljoen euro betaalden per aangetrokken speler. In andere grote Europese competities ligt dat bedrag volgens de UEFA tussen de vier en vijf miljoen euro.
Daarmee ontstaat volgens de Europese voetbalbond steeds duidelijker een 'twee-snelhedenmodel'. De financiële slagkracht van Engelse clubs neemt verder toe, terwijl clubs uit andere landen op een ander niveau opereren.
Jonge spelers centraal
Opvallend is tegelijkertijd dat clubs steeds nadrukkelijker investeren in jonge spelers. Europese clubs gaven deze zomer een recordbedrag van 1,2 miljard euro uit aan tieners. Spelers van 23 jaar of jong waren gezamenlijk goed voor 56 procent van alle transferuitgaven. Het past volgens de UEFA in een bredere ontwikkeling waarin clubs steeds eerder investeren in potentieel en toekomstige transferwaarde.
Daar staat tegenover dat ook spelers uit de eigen opleiding een belangrijke rol blijven spelen. In twintig onderzochte Europese competities was 47 procent van alle gespeelde minuten voor lokaal opgeleide spelers. In de competitiefases van UEFA-toernooien lag dat percentage op 39 procent.
De UEFA benadrukt daarom dat clubs voortdurend een balans moeten vinden tussen directe sportieve prestaties, aankopen en de ontwikkeling van spelers uit de eigen jeugdopleiding.
Recordaantallen supporters
Ook buiten de transfermarkt groeit het Europese voetbal verder. Tijdens het seizoen 2025/26 bezochten minimaal 242 miljoen mensen wedstrijden in het Europese mannenvoetbal. De hoogste nationale competities trokken gezamenlijk 116 miljoen bezoekers. Dat is 1,4 procent meer dan het vorige record. Voor het derde seizoen op rij kwamen meer dan 110 miljoen supporters naar wedstrijden op het hoogste niveau.
In 27 Europese topcompetities stegen de bezoekersaantallen. Zeventien competities noteerden zelfs hun hoogste aantal bezoekers in minimaal tien jaar. Ook buiten de hoogste divisies blijft de belangstelling groot. Lagere competities trokken gezamenlijk 82 miljoen bezoekers, nationale bekertoernooien dertien miljoen en Europese clubtoernooien twintig miljoen.
UEFA waarschuwt voor financiële risico's
De enorme groei van de transfermarkt heeft volgens de UEFA echter ook een keerzijde. Hogere transfersommen zorgen voor hogere afschrijvingslasten in toekomstige boekjaren. Clubs spreiden transfersommen daarnaast steeds vaker over meerdere jaren. Daardoor blijven financiële verplichtingen lang op de balans staan en groeit de transfergerelateerde schuld.
Tegelijkertijd boeken clubs grote winsten op spelersverkopen. Europese clubs genereerden deze zomer naar schatting 10,3 miljard euro uit verkopen. De UEFA verwacht dat daar ongeveer 6,8 miljard euro aan transferwinsten uit voortkomt die in de jaarrekeningen over 2026 en 2027 worden verwerkt.
Juist daarin ziet de voetbalbond een risico. Clubs worden steeds afhankelijker van toekomstige verkopen om eerdere investeringen te financieren. Wanneer de vraag naar spelers afneemt, transferbedragen dalen of kredietvoorwaarden strenger worden, kan dat volgens de UEFA direct druk zetten op de winstgevendheid en financiële stabiliteit van clubs.
Afhankelijkheid van toekomstige inkomsten
De UEFA wijst ook op een andere ontwikkeling. Clubs ontvangen transferbedragen lang niet altijd direct, maar kunnen toekomstige inkomsten wel eerder laten uitbetalen via financiële constructies.
Daardoor kan op korte termijn extra liquiditeit worden gecreëerd, terwijl toekomstige inkomsten feitelijk al worden gebruikt.
Volgens de UEFA ontstaat zo een model waarin clubs steeds afhankelijker worden van geld dat in de toekomst nog moet binnenkomen. Zolang de markt blijft groeien hoeft dat geen probleem te zijn, maar bij een terugval kunnen de risico's snel zichtbaar worden.
Steeds meer spelers, maar minuten blijven geconcentreerd
In het seizoen 2025/26 kwamen een recordaantal van 20.966 spelers in actie in de hoogste Europese divisies. Dat is ongeveer tien procent meer dan tien jaar geleden. Toch blijft het grootste deel van de speeltijd geconcentreerd bij een relatief kleine groep. De elf meest gebruikte spelers van een club waren gemiddeld goed voor 68 procent van alle minuten. Wanneer wordt gekeken naar de achttien meest gebruikte spelers, stijgt dat percentage naar 89 procent. Volgens de UEFA laat dat zien hoe belangrijk selectiebreedte en slimme belasting steeds meer worden.
Druk op spelers neemt toe
De vollere internationale speelkalender zorgt bovendien voor een toenemende discussie over de belasting van spelers. Clubs reageren daarop door grotere delen van hun selectie te gebruiken, vaker te wisselen en meer te rouleren. De UEFA ziet dat als een belangrijke ontwikkeling richting betere belastingverdeling. De samenstelling van een selectie wordt daardoor steeds belangrijker. Clubs moeten niet alleen voldoende kwaliteit hebben in de basiself, maar ook over voldoende breedte beschikken om een lang seizoen op meerdere fronten vol te houden.
Trainers steeds sneller vervangen
Ook trainers staan onder steeds grotere druk. Tijdens het seizoen 2025/26 werden op het hoogste Europese niveau 738 trainerswisselingen doorgevoerd. Dat is drie procent meer dan een seizoen eerder. In totaal veranderde 63 procent van de clubs minimaal één keer van hoofdtrainer. Ongeveer twee derde van die wisselingen vond gedurende het seizoen plaats en was niet vooraf gepland.
Opvallend genoeg vinden ontslagen trainers vaak snel weer een nieuwe baan. Van de nieuw aangestelde coaches was 76 procent minder dan een jaar werkloos geweest.
Veel nieuwe kampioenen
Tegelijkertijd ziet de UEFA tekenen van sportieve beweging binnen de Europese competities. In 36 van de 55 onderzochte nationale competities werd een andere kampioen gekroond dan een seizoen eerder. Zes clubs werden voor het eerst in hun geschiedenis landskampioen. Twee daarvan waren pas een seizoen eerder gepromoveerd. Over de afgelopen tien jaar kwamen liefst 1.240 verschillende clubs uit op het hoogste niveau in hun eigen land. Volgens UEFA-president Aleksander Čeferin onderstrepen die cijfers het belang van promotie, degradatie en kwalificatie op basis van sportieve prestaties.
Vrouwenvoetbal groeit verder
Ook het Europese vrouwenvoetbal blijft zich ontwikkelen. Naar schatting 5,1 miljoen supporters bezochten in 2025/26 wedstrijden in het vrouwenclubvoetbal. Daarvan kwamen ruim 3,7 miljoen bezoekers naar wedstrijden in de hoogste nationale competities. Ook professioneel worden stappen gezet. In de vijf grootste vrouwencompetities beschikt inmiddels 63 procent van de hoofdtrainers over een UEFA Pro-licentie. In Spanje ligt dat percentage zelfs op 89 procent.
Meer dan de helft van de clubs uit die vijf competities wisselde gedurende het seizoen niet van hoofdtrainer. De ontwikkeling is ook voor Feyenoord relevant. De Rotterdamse vrouwen beleven dit seizoen voor het eerst een Europees avontuur en maken daarmee deel uit van een bredere groei van het vrouwenvoetbal op clubniveau.
Balans wordt steeds belangrijker
Volgens de UEFA ligt de grootste uitdaging voor Europese clubs de komende jaren in het vinden van een balans tussen sportieve ambitie, financiële duurzaamheid en het ontwikkelen van jonge spelers. Čeferin benadrukt daarbij het belang van het Europese sportmodel, waarin clubs via sportieve prestaties kunnen doorgroeien en jeugdspelers kansen krijgen. De cijfers laten tegelijkertijd zien dat de financiële verhoudingen steeds verder uiteenlopen. Vooral de Engelse transfermarkt opereert inmiddels op een niveau dat voor veel andere Europese competities nauwelijks nog te volgen is.
De groei van het Europese voetbal is daarmee onmiskenbaar, maar volgens de UEFA geldt hetzelfde voor de financiële risico's die met die groei gepaard gaan.