05

Piet Bouts / FSV De Feijenoorder

Series

Trophy Story • Bekerwinst 1991: ‘Het Rotterdamse publiek kan zijn betrokkenheid niet beheersen’

Van de redactie

2 JUNI 1991. Het KNVB Bekertoernooi is Feyenoord dit seizoen goed gezind. Niet dat het van een leien dakje ging, maar het dubbeltje viel wel steeds de goede kant op. De loting stuurde de Rotterdammers dwars door de Eerste Divisie om pas in de halve finale een tegenstander van formaat te treffen. De wedstrijd van ‘de ommekeer’ tegen PSV bracht de Rotterdammers in de finale en daarmee de kans om een van de meest rampzalige seizoenen uit de clubgeschiedenis nog een blinkend einde te geven.

De eerste kans op succes ook sinds de dubbel in het seizoen 1983/1984. Na zeven gortdroge jaren. Het enige dat nog tussen de club en het zilverwerk staat, zijn negentig minuten voetballen tegen eerstedivisionist BVV Den Bosch. In de Kuip, voor vijftigduizend doldwaze Feyenoordsupporters en een treinwagon Bosschenaren. Dat kan haast niet fout gaan.

Zinderende Kuip
Op 2 juni 1991 krijgt Feyenoord de uitgelezen mogelijkheid om af te rekenen met de prijsloze periode. Voor BVV Den Bosch is de wedstrijd om de Dennenappel helemaal een unicum. Niemand had vooraf gedacht dat de Bosschenaren via het tweede van Vitesse, de amateurs van Geldrop, Sparta, wederom Vitesse (met dit keer de beste spelers) en Roda JC in de Kuip terecht zouden komen. De wedstrijd wordt officieel door de KNVB georganiseerd, maar heeft meer weg van een Feyenoordfeestje. In één vak kleurt het blauw van Den Bosch. De rest van het stadion heeft een rood-wit kloppend hart. Al ruim voor de wedstrijd zit het stampvol. En het zindert. Het zindert als nooit tevoren. De Kuip barst uit zijn voegen van vreugde en verlangen. Fakkels worden ontstoken, evenals de Chinese rollen die voor de tribunes van de vakken R, S en T liggen gedrapeerd. Oud & Nieuw is vroeg dit jaar. Pleerollen vliegen door de lucht, onderweg een ballon of vlaggenstok tegenkomend. Het Legioen is een deinende massa. Het doet de meest verstokte supporter terugdenken aan de gloriejaren van de club. De atmosfeer in de Kuip past bij die van een wereldbekerfinale en geeft aan hoezeer de voetbalgekke stad Rotterdam moet hebben geleden onder de trieste resultaten van de laatste jaren. Feyenoord meldt zich eindelijk weer op het podium waar het wil zijn. Voelt zich uit de as herrezen.

Vroeg uit zijn stekker
Trainer en Feyenoordicoon Wim Jansen start met József Kiprich in de punt van de aanval. De positie waarmee qua invulling zoveel werd geschoven in de hoop op doelpunten. Geen Harry van der Laan, geen Stanislav Griga, geen Mark Farrington, maar József Kiprich sluit het seizoen af met nummer negen om zijn schouders. Om het startplaatje van de finale compleet te maken:

Feyenoord: De Goey, Van Gobbel, Fraser, De Wolf, Metgod, Scholten, Sabau, Witschge, Blinker, Kiprich, Taument.

BVV Den Bosch: Van Grinsven, Bults, Meulendijk, Van Eck, Laponder, Brocken, Gösgens, Van der Borgt, Nijhuis, Van Schijndel, De Gier.

In de achtste minuut gaat de Kuip al uit zijn stekker. Uit een onterecht gegeven corner valt de bal pardoes voor de voeten van Rob Witschge. Een subtiel tikkie met zijn chocoladebeen doet de 1-0 op het scorebord belanden. De Feyenoordaanhang is uitzinnig en maakt zich op voor een grote uitslag. Het loopt alleen iets anders. Het veldspel lijkt nergens naar en is bij tijden zelfs dramatisch. De hoop op vele doelpunten zakt al snel af naar het niveau ‘leg er nog maar eentje in dan hebben we dat ook maar weer gehad’. Feyenoord heeft het lastig tegen de eerstedivisionist. Na een waardeloze terugspeelbal krijgt Jack de Gier zelfs een uitgelezen mogelijkheid op 1-1. Het is dat De Goey staat op te letten en op tijd zijn lange stelten uitschuift.

Lekgestoken wedstrijdbal
Kiprich maakt de negentig minuten niet vol en wordt een kwartier voor tijd vervangen door Griga. Het eerste wapenfeit van de Tsjech is een peer die op een haar na de tweede ring mist en in de Maas beland. De laatste tien minuten zijn van zelden vertoonde chaos. Scheidsrechter John Blankenstein moet de wedstrijd maar liefst drie keer stilleggen, omdat Rotterdamse fans geen zin meer hebben om te wachten op het feestje. Alsof een wedstrijd voor één keer maar tachtig minuten mag duren. Twee keer bestormen de fans het veld en tussendoor wordt de wedstrijdbal lek gestoken. Dat laatste wordt met een sprintje naar het materiaalhok opgelost, maar de supporters zijn lastiger te bezweren. Spelers, trainers en bestuurders lukt het met de grootste moeite iedereen weer achter de hekken te krijgen. Voor even dan. Met een schuiver lijkt Griga voor 2-0 te zorgen, maar hij staat buitenspel. Een afgekeurde goal of niet, de menigte stiert alweer over het veld. In alle consternatie raakt Sabau zelfs zijn shirt kwijt. Mooi souvenirtje, moet iemand hebben gedacht. Bossche spelers die bij de arbitrage klagen over de veiligheid krijgen geen gehoor. Zij worden gesommeerd niet te zeuren en beschikbaar te blijven om het spel te hervatten. Wanneer de bal weer rolt, klauteren wederom honderden supporters over de hekken. Ze staan zo ongeduldig bij de boarding te stuiteren, dat je er niet aan moet denken dat Den Bosch in een onoplettend ogenblik de 1-1 tegen de touwen schiet. De chaos is dan niet te overzien. Na ongeveer negentig minuten is het gedaan met de wedstrijd. Duizenden supporters bestormen het veld en dit keer is er geen weg meer terug.

Doodgeknuffeld
Maar is het wel afgelopen? Heeft het fluitje wel geklonken? In ieder geval wordt door iedereen de finale als ten einde beschouwd. Spelers en trainers proberen zich zo snel mogelijk uit de voeten te maken. Voor de tweede keer in even zoveel seizoenen moeten de spelers op de vlucht voor de eigen supporters. Waar ze de eerste keer nog moesten vrezen voor een lynchpartij toen de club in eigen huis afging tegen Fortuna Sittard, moeten ze nu vooral uitkijken niet te worden doodgeknuffeld. Ondertussen wordt Blankenstein van de wedstrijdbal beroofd. Ingesloten Feyenoordspelers worden door de uitzinnige massa als gladiatoren op de schouders gehesen. Een normale prijsuitreiking als slotstuk van het bekertoernooi is niet meer mogelijk. Aan de rand van de spelerstunnel loopt aanvoerder John Metgod toevallig bondsvoorzitter Jo van Marle tegen het lijf. Die duwt hem vlug de KNVB Beker in zijn handen. Na de beker even in de lucht te hebben gestoken, duikt Metgod de kleedkamer in. Weg van de grijpgrage handen van het oprukkende Legioen.

De supporters hebben vrij spel. De paar aanwezige agenten en een enkele hond kunnen er weinig tegen uitrichten. De Mobiele Eenheid houdt vooral de Bossche aanhang scherp in de gaten, terwijl op de achtergrond de Feyenoordfans op het veld dansen. De doellat heeft inmiddels de vorm van een boemerang. Rob de Bakker, veiligheidscoördinator van de KNVB, zegt het nog netjes. ‘Het Rotterdamse publiek kan zijn betrokkenheid niet beheersen’. BVV Den Bosch-trainer Hans van der Pluym is duidelijker. ‘Het is toch niet normaal dat wij voor ons leven moeten rennen na afloop’. Bij Feyenoord geloven ze het wel. Het kan allemaal niet zo fraai zijn, de beker is mooi binnen en daar gaat het om.

Kleedkamerfeestje
Penningmeester Jorien van den Herik is in zijn nopjes. Door de bekerwinst kan Feyenoord rekenen op inkomsten uit Europees voetbal. En wellicht trekt het prille succes nieuwe sponsors aan en daarmee geld om het gapende begrotingsgat te dichten. Binnen de veilige muren van de kleedkamer wordt de bekerwinst gevierd. Medailles worden uitgereikt, champagne ontkurkt en spelers duiken al gierend van de pret het grote bad in. Witschge, Blinker, Sabau, Van Gobbel en Kiprich stelen de show, terwijl de KNVB Beker fungeert als badeend. Aan de rand van de kleedkamer staat Scholten zich te scheren. Want dat is wat je doet na het winnen van een prijs. Dan pak je een busje schuim en een mesje en ga je de baardstoppels te lijf. ‘Laat ze maar lekker feesten. Ik doe het op mijn eigen manier’, aldus Scholten.

Na het kleedkamerfeestje verhuist de rood-witte bups richting stadhuis. Daar staan inmiddels tienduizenden uitbundige fans te wachten op de balkonscène aan de Coolsingel. John Metgod is de eerste die met de zilveren cup het bordes op stapt, gevolgd door de rest van de selectie. De beker gaat van hand tot hand. Elke speler die de beker in de lucht steekt kan rekenen op een luid gejuich. De huldiging op de Coolsingel is een mooi einde van een roerige periode.

Delen

Reacties

Het staat beschreven zoals het werkelijk is gegaan. Al met al een trieste vertoning.
Het publiek had al zo lang geen successen van de ploeg gezien dat alle remmen los gingen. Voornamelijk op de verkeerde manier.
In de huidige tijd zou de wedstrijd absoluut het einde niet gehaald hebben.