Column • Clubliefde
Wat is dat eigenlijk nog, clubliefde? Vraag het aan een willekeurige supporter die op zondagmiddag met een koud biertje in de hand in De Kuip heeft plaatsgenomen en het antwoord is even simpel als vurig: het is een onvoorwaardelijk huwelijk; onvoorwaardelijke loyaliteit en trouw. Het is de bereidheid om je weekend te laten verpesten door elf mannen in een rood-wit shirt, om in de stromende regen op een kille tribune te staan en om generatie op generatie dezelfde hoop en dertig jaar aan frustratie door te geven. Bij Feyenoord zit die liefde diep, heel erg diep. Het zit bij de supporters geworteld tot in de diepste vezel, in de rauwe stemmen in de vroege ochtend en in het onverwoestbare geloof dat de komende wedstrijd, hoe dan ook, de geschiedenisboeken in gaat.
Maar hoe zit dat aan de andere kant van de kalklijnen? Bestaat clubliefde nog wel bij de mannen die het spelletje daadwerkelijk spelen, of is het inmiddels een lege huls geworden?
Als je de moderne voetbalwereld bekijkt, lijkt clubliefde een fossiel uit een grijs verleden. Spelers kussen het logo na een doelpunt, zweren eeuwige trouw aan de supporters en tekenen niet veel later bij de hoogste bieder. De cynicus zal zeggen: clubliefde is te koop, en de moderne prof is slechts een passant met een koffer vol ambities en een zaakwaarnemer die uitsluitend in dollartekens denkt. Toch koesteren we als supporters de romantiek. We willen geloven dat de jongens uit de eigen jeugd, de kinderen van de club, hetzelfde voelen als de mensen op de tribune. Maar de realiteit is te vaak een bittere pil.
Hoe groot het contrast kan zijn tussen ware clubliefde en puur verraad, werd onlangs pijnlijk duidelijk.
Aan de ene kant is er Justin Bijlow. Een échte Feyenoorder, een jongen van Varkenoord. Zijn carrière in Rotterdam kende hoge pieken met kampioenschappen, bekers en topwedstrijden, maar ook diepe dalen door blessureleed. Zijn hart bleef echter altijd rood-wit. Toen hij vorig seizoen zijn basisplaats verloor en uiteindelijk de club moest verlaten, deed hij dat met opgeheven hoofd en via de voordeur. Zonder moddergooien, met respect voor de club die hem alles gaf. Inmiddels keept hij de sterren van de hemel bij Genoa in de Serie A. De Feyenoord-supporters gunnen het hem van harte; hij vocht voor ons rood-witte logo zolang hij het droeg en koos daarna voor een buitenlands avontuur, maar toonde altijd respect voor de club die hem alles gaf en die alles voor hem betekende. Dat is clubliefde die intact blijft, over de landsgrenzen heen.
En dan is er Lutsharel Geertruida. Een heel ander verhaal. Hij pretendeerde jarenlang een kind van de club te zijn, de verdediger uit Rotterdam-Zuid die de supporters voor de wedstrijd opzweepte en vaak bewust de connectie met de tribunes zocht door zijn bekende Rotterdam-Zuid-gebaar te maken. Maar de schijn bedroog. Na een korte periode in het buitenland koos hij afgelopen zomer bewust voor een transfer naar Eindhoven, naar de grote concurrent PSV. De ultieme dolksteek in de rug van Het Legioen. Het heldere Eindhovense licht probeerde het nog iets te verzachten door te pretenderen dat het geen keuze tegen Feyenoord zou zijn geweest, maar dat sloeg natuurlijk helemaal nergens op.
Het masker viel afgelopen weekend definitief af tijdens de beladen topper in Eindhoven. Geertruida scoorde de 2-1 en wilde de treffer vol overgave gaan vieren met het PSV-publiek. Handen in de lucht, de borst vooruit, alsof al die jaren bij Feyenoord nooit hadden bestaan. Het doelpunt werd gelukkig afgekeurd, maar de intentie was pijnlijk zichtbaar voor iedereen die Feyenoord een warm hart toedraagt. In de ogen van veel supporters is Geertruida na zondag niets meer dan een laffe verrader. Iemand die clubliefde veinsde toen het hem uitkwam, maar zonder blikken of blozen de clubliefde bij het grofvuil zette voor het succes van de concurrent. Na de wedstrijd zocht hij ook nog de confrontatie met Feyenoorders op het veld en provoceerde hij daarna nog eens extra via Instagram, alsof hij bewust de herinnering aan zijn eigen verleden volledig wilde uitwissen.
De definitie van clubliefde is op het veld drastisch veranderd, of misschien wel grotendeels verdwenen. We kunnen van jonge profs niet meer verwachten dat ze hun hele leven voor één club spelen, maar we mogen nog altijd wel respect verwachten. Het gedrag van Geertruida bewijst weer dat de romantiek in het topvoetbal een zeldzaam goed is geworden. De supporter op de tribune blijft zingen, de spelers blijven komen en gaan. Maar wie het rood-wit verraadt voor de concurrent en ook nog eens geen enkel respect voor het verleden toont, zal in De Kuip niet meer welkom zijn. Geertruida mag lekker blijven slapen in zijn nieuwe PSV-pyjama: Zzzzzzzzzzzzz
Roeland