Column • Denken aan de Oranje Generaal
Onze columnisten zijn met zomerreces. U moet het dus doen met onze eigen schrijfsels. Daar gaan we: Zondagavond zat ik dan, voor de tv in mijn oranje shirt. In de dagen ervoor hadden we met de redactie een discussie: gaan we de website wel of niet oranje maken? Zelf vond ik het maar onzin, want er speelden immers helemaal geen Feyenoorders in Oranje. Geen oranje dus, maar toen het matchday was ging het toch een beetje kriebelen. Terwijl Oranje weer aan de andere kant van de wereld speelde, moest ik denken aan dat vorige toernooi in de Amerika’s. En dan specifiek aan de Oranje Generaal, Winfried Witjes.
U moet weten: in voetbalsupportersland bestaat een vrij scherpe tweedeling tussen soorten supporters: de supporters die als Oranje-Generaal naar het voetbal gaan en de supporters die de mensen haten die naar het voetbal gaan als een Oranje-Generaal. Ik behoorde tot die laatste groep. Als Feyenoorder in hart en nieren heb ik niets met de clowneske manier van supporteren. Wij noemen Oranje-supporters clowns die het Nederlandse voetbal geen goed doen. Tot ik Winfried Witjes leerde kennen.
Ik had het voorrecht om een aantal jaren geleden de ‘echte’ Winfried te ontmoeten. Via mijn werk kwam ik met hem in contact, zonder te weten wie hij was. Al snel ging het gesprek natuurlijk over voetbal, en al vrij snel had ik door dat ik met een bijzonder fanatieke supporter te maken had. Zelf ben ik ook een redelijk fanatieke aanhanger van mijn eigen rood-witte favorieten en steek dat ook niet onder stoelen of banken, maar ik kwam er maar niet achter van welke club hij was. Wel sprak hij erg gepassioneerd over het Nederlands elftal.
Of ik daar weleens ging kijken? “Euh, nee natuurlijk niet.” En waarom dan niet? Ik antwoordde: “Als Feyenoorder vind ik dat allemaal clowns joh, die mensen steunen het elftal helemaal niet, die willen alleen maar feesten.” Na wat vragen tussen neus en lippen door van mijn kant stelde hij de wedervraag: “Ken je me niet?” Ik antwoordde met een verbaasd gezicht: “Euh nee?” “Ken je me echt niet? Ik ben de Generaal.” Generaal? “Ja, de Oranje Generaal!” Wie? Er was toch wel enige teleurstelling in zijn gezicht te zien. Wat volgde was een gesprek van twee uur. In de jaren daarna zagen we elkaar een aantal keer en dat ging altijd gepaard met urenlange praatsessies over voetbal, Feyenoord en Oranje. Ik leerde Winfried kennen zoals weinig anderen hem kenden.
Wat ongetwijfeld veel mensen niet zullen weten, is dat de Oranje Generaal vroeger een seizoenskaart van ajax had. Echt trots was hij daar niet op, en hij wilde het er liever niet over hebben. Ajax was zijn club niet meer, want hij voelde zich net zoveel verbonden met Feyenoord, PSV en alle andere clubs in Nederland. Hij begreep niet waarom clubs elkaar ‘haten’ en dus ging zijn hele ziel en zaligheid logischerwijs op aan het Nederlands elftal. Letterlijk.
Aanvankelijk ging hij gewoon als een normale voetbalsupporter naar het voetbal, maar een weddenschap tussen een aantal Oranje-aanhangers eind jaren tachtig zorgde ervoor dat ze bij wijze van grap verkleed naar Oranje gingen. Tegenwoordig valt het wel weer mee, maar ten tijde van onze ontmoeting hoorde je er niet bij als je niet als transseksueel, met een bos wortels op je hoofd of met een Borat-tanga naar het Nederlands elftal ging, maar daar had Winfried eigenlijk een broertje dood aan. Een van de bekendste figuren van het Nederlands elftal vond al die verkleedpartijen eigenlijk maar niets, maar wat hij pas echt erg vond, was dat ‘dit nieuwe Oranje-publiek’ het elftal helemaal niet steunde. De stiltes. Het fluiten. Hij had een pesthekel aan het moderne voetbal. Hij dacht er precies hetzelfde over als ik. Dat verbaasde mij. Een bloedfanatieke Feyenoorder en een ‘clown’ die net zo fanatiek zijn? Geloof me: de Oranje Generaal was vele malen fanatieker dan menig Feyenoorder!
U moet weten: Winfried had, toen ik hem leerde kennen, nog een eigen winkel aan het Europaplein in zijn woonplaats Elst. Net als vele andere kleine zelfstandigen toendertijd trof de crisis hem zwaar en kwam hij in grote financiële problemen. Zowel privé als professioneel had hij wind tegen, en het ging hem zwaar aan het hart dat hij diverse oefenwedstrijden van het Nederlands elftal moest laten schieten. “Mag niet van de curator.” Gelukkig kreeg hij relatief snel wat van zijn vrijheid terug. Betalingsregelingen, nieuwe tijdelijke huisvesting en strikte begeleiding zorgden ervoor dat Winfried met een uitkering op zak op jacht kon naar een nieuwe toekomst.
Voor mannen die richting hun pensioen hobbelen is dat niet eenvoudig en hij wilde graag wat ‘met zijn bekende kop’ doen. Zoals hij dat zo mooi kon zeggen. En toen kwam het WK in Brazilië. Werkloos, maar met zijn uitkering op zak, kreeg hij het bij zijn UWV-begeleiders voor elkaar dat hij “op vakantie” mocht naar Brazilië onder strikte voorwaarden. Dankzij een geheime sponsordeal met de eigenaar van Princess kon de Generaal naar Brazilië, maar wel met een Princess-sticker op zijn enorme hoed.
De reis was dan wel betaald, maar wedstrijdkaarten waren het volgende probleem: vanwege de strenge controle op zijn financiën was het niet mogelijk kaarten te kopen via de officiële weg. Bij het stadion kocht hij kaarten op de zwarte markt voor die eerste wedstrijd tegen Spanje. Tegen alle verwachtingen in speelde het Nederlands elftal de sterren van de hemel. Tijdens de eerste wedstrijd zagen we de Oranje Generaal als een van de weinige Oranje-fans de polonaise lopen over de tribune, samen met een berg onbekende Brazilianen die net zo genoten van de vernedering van Spanje als hij.
Met zijn tomeloze energie en jolige voorkomen won hij de harten van de Brazilianen in no time. Oranje bleef presteren en de ene na de andere tegenstander werd aan de zegekar gebonden. Dat was voor het hele land fantastisch, maar juist voor de Oranje Generaal een groot probleem: door zijn precaire situatie mocht hij ‘slechts’ enkele weken in Brazilië blijven van het UWV. Dus werd hem na de achtste finale de keuze voorgelegd: of je blijft in Brazilië en je raakt je uitkering kwijt, of je komt terug naar Nederland en we gaan eens een hartig woordje praten over je extreme hobby.
Het was het laatste contact tussen het UWV en de Oranje Generaal. Hij koos ervoor om bij het Nederlands elftal in Brazilië te blijven en verloor daardoor zijn uitkering en daarmee ook zijn huisvesting. Spijt had hij niet. Hij vond het geweldig in Brazilië: “de tijd van mijn leven”.
De gewonnen troostfinale tegen Brazilië was voor hem de kers op de taart. Na die wedstrijd kwam Robin van Persie naar hem toe en gaf hem zijn aanvoerdersband en zijn medaille. De dag dat hij in Nederland landde, hing hij al aan de telefoon: “Heb je het gezien? Van Persie hè! Van Persie!” In mijn hele leven zal ik waarschijnlijk nooit meer een voetbalsupporter tegenkomen die zijn inkomen, huisvesting en daarmee wellicht zijn hele toekomst weg zou geven voor een paar voetbalwedstrijden.
Zo fanatiek was die gekke Oranje Generaal. En elke keer als Oranje speelt moet ik even denken aan die maffe Winfried, die ongetwijfeld in de voetbalhemel iedereen zit op te jutten!
Hup Holland.