Pro Shots
Driessen wil Feyenoord-directie onder curatele: terecht of te kort door de bocht?
Valentijn Driessen is vanochtend in De Telegraaf met gestrekt been ingegaan tegen het beleid van de recent aangetreden algemeen directeur Robert Eenhoorn en technisch directeur Dévy Rigaux. Eenhoorn wil de terugkoop van de aandelen van de Vrienden van Feyenoord uitstellen, terwijl Rigaux deze zomer nog geen grote uitgaande transfer heeft weten te realiseren. Driessen sluit zijn column af met een bijzonder hard oordeel: in het belang van Feyenoord zou de raad van commissarissen beide directeuren per direct onder curatele moeten stellen.
Dat is nogal een conclusie voor twee bestuurders die pas kort in functie zijn. Tegelijkertijd snijdt Driessen met de terugkoop van de aandelen wel een dossier aan dat voor de toekomst van Feyenoord van groot belang is. Hoe hard zijn de gemaakte afspraken, kan de club de betalingen op dit moment verantwoord doen en heeft Rigaux inderdaad een financiële kans laten liggen door Givairo Read niet aan AS Roma te verkopen? We leggen de argumenten naast de beschikbare feiten.
De afspraken met de Vrienden van Feyenoord
De Vrienden van Feyenoord kwamen in 2010 in actie toen de club financieel aan de rand van de afgrond stond. De investeerders brachten gezamenlijk ongeveer 32 miljoen euro bijeen en kregen daarvoor een belang van circa 49 procent in Feyenoord. Aan dat aandelenpakket werden ook bestuurlijke rechten gekoppeld, waaronder twee zetels in de raad van commissarissen.
In 2018 maakten Feyenoord en de Vrienden nieuwe afspraken over een gefaseerde terugkoop. De kern daarvan was voor Feyenoord zeer gunstig. De club mocht de aandelen terugkopen tegen de oorspronkelijke inleg uit 2010. De Vrienden zagen daarmee af van de waardestijging van hun belang. De jaarlijkse terugkoop werd in beginsel gekoppeld aan 15 procent van de netto-inkomsten uit Europees voetbal en 20 procent van het nettotransferresultaat. Na twee opeenvolgende jaren zonder dividend zou eveneens een verplichting tot terugkoop ontstaan.
Daar stond een belangrijke veiligheidsklep tegenover. In de openbaar gemaakte afspraken uit 2018 staat dat Feyenoord te allen tijde van terugkoop kon afzien wanneer de liquiditeitspositie van de club dat niet toeliet. Tijdens de coronacrisis werd van die ruimte ook daadwerkelijk gebruikgemaakt. De aandelen die Feyenoord in 2018 en 2019 voor ongeveer 4,6 miljoen euro had teruggekocht, gingen begin 2022 weer terug naar de Vrienden. Hun belang kwam daardoor opnieuw uit op ongeveer 49 procent.
Naarmate het belang van de Vrienden afneemt, verdwijnen ook hun bestuurlijke rechten. Het aantal commissarissen dat zij mogen voordragen, wordt eerst teruggebracht van twee naar één en uiteindelijk naar nul. Verder spraken de partijen in 2018 af dat teruggekochte aandelen gedurende anderhalf jaar niet zonder toestemming van de Vrienden aan een nieuwe investeerder mogen worden verkocht.
Wat Te Kloese wilde uitvoeren
Onder Dennis te Kloese werd de afgelopen jaren opnieuw toegewerkt naar volledige autonomie. Volgens Driessen bereikten Te Kloese en financieel directeur Pieter Smorenburg met de Vrienden een schriftelijk akkoord over de volledige terugkoop. Feyenoord zou in september 2026 een eerste tranche van 17,5 miljoen euro betalen en in september 2028 nogmaals 17,5 miljoen euro. Na iedere betaling zou één commissariszetel van de Vrienden worden ingeleverd.
Voor Te Kloese was dat volgens de lezing van Driessen het laatste grote puzzelstuk. De vereniging en de profclub waren al samengebracht en ook de eenwording met De Kuip werd onder zijn leiding voorbereid. Met de terugkoop van de aandelen zou Feyenoord ook binnen de kapitaalstructuur weer volledig baas in eigen huis worden.
Driessen noemt het akkoord onomkeerbaar en stelt dat Eenhoorn de gemaakte afspraken niet kan annuleren. Of dat juridisch werkelijk zo is, valt op basis van de openbare informatie niet vast te stellen. Daarvoor moeten de voorwaarden van de nieuwe overeenkomst bekend zijn. Wanneer de betalingsdata onvoorwaardelijk zijn vastgelegd, kan Eenhoorn die inderdaad niet eigenhandig aan de kant schuiven. Feyenoord zou dan met de Vrienden tot nieuwe afspraken moeten komen of het bestaande contract moeten nakomen.
De analyse van Eenhoorn
Bij zijn presentatie kondigde Eenhoorn al aan dat hij niet overhaast te werk wilde gaan. Zijn boodschap was: eerst analyseren, mensen leren kennen en alle ins en outs van de belangrijke dossiers doorgronden. Eenhoorn lijkt na die analyse een andere afweging te maken dan Te Kloese. Waar zijn voorganger de terugkoop wilde doorzetten, lijkt de nieuwe algemeen directeur meer waarde te hechten aan de beschikbare financiële buffer en investeringsruimte.
Kijkend naar de laatst gepubliceerde cijfers is die voorzichtigheid niet vreemd. Uit het jaarverslag over 2024/25 blijkt dat Feyenoord op 30 juni 2025 op geconsolideerd niveau 52,7 miljoen euro aan kortlopende vorderingen en 14,6 miljoen euro aan liquide middelen had. Daar stond 112,4 miljoen euro aan kortlopende schulden tegenover. Tekstueel is nog toegelicht dat 5,5 miljoen euro langlopend is. Het negatieve werkkapitaal bedroeg dus 39,6 miljoen euro.
De actuele positie kan inmiddels anders zijn. Vorige zomer boekte Feyenoord nog uitgaande transferrecords. Daartegenover staat dat de Europa League vorig seizoen financieel aanzienlijk minder lucratief was dan een Champions League-seizoen. Ook heeft Feyenoord zich na de eenwording met De Kuip verbonden aan 41,5 miljoen euro aan onderhoud en investeringen in het stadion over een periode van tien jaar, waarbij juist in de eerste jaren al veel geld nodig is.
Zonder een actuele liquiditeitsprognose is niet vast te stellen of Feyenoord de eerste tranche probleemloos kan betalen. De cijfers per 30 juni 2025 maken wel begrijpelijk waarom Eenhoorn opnieuw naar het dossier kijkt. Een winstgevende club kan op papier een sterk eigen vermogen hebben en tegelijkertijd onvoldoende vrij beschikbare liquide middelen bezitten om zonder risico 17,5 miljoen euro over te maken. Uitstel kan dan verantwoord zijn, mits Feyenoord daarmee geen bindende overeenkomst schendt en het strategische doel niet uit het oog verliest.
Driessen heeft een sterk punt over de waarde
Het interessantste argument van Driessen in zijn artikel is dat Football Benchmark Feyenoord in zijn onderzoek uit 2026 waardeert tussen de 496 en 554 miljoen euro. De middenwaarde bedraagt ongeveer 525 miljoen euro en daarmee staat Feyenoord op de 28ste plaats in Europa. Die waardering had als peildatum 1 januari 2026 en hield nog geen rekening met de latere eenwording met De Kuip.
Driessen rekent vervolgens dat 49 procent van Feyenoord meer dan 250 miljoen euro waard is, terwijl de club het pakket voor 35 miljoen euro kan terugkopen. Die vergelijking behoeft enige nuance. Football Benchmark berekent de ondernemingswaarde, waarbij ook schulden en liquide middelen worden meegenomen. Dat bedrag kan niet zonder correctie worden gelijkgesteld aan de waarde van het aandelenkapitaal. Ook vertegenwoordigt een minderheidsbelang van 49 procent niet automatisch precies 49 procent van de totale ondernemingswaarde. Zeggenschap, statutaire beperkingen en de rechten van de Stichting Continuïteit Feyenoord spelen eveneens een rol.
De achterliggende conclusie van Driessen is desondanks sterk. Feyenoord kan voor een bedrag dat gebaseerd is op de situatie van 2010 een aandelenpakket terugkopen dat economisch inmiddels veel meer waard is. Die kans is uitzonderlijk aantrekkelijk. De Vrienden hebben de club destijds gered, maar zien op grond van de afspraken vrijwillig af van de enorme waardestijging die daarna is ontstaan.
Alle aandelen in eigen beheer kunnen bovendien de weg openen naar nieuw kapitaal. Zodra Feyenoord de aandelen weer in handen heeft, kan de club in de toekomst besluiten om een deel daarvan tegen een veel hogere waardering bij een nieuwe investeerder te plaatsen. De opbrengst kan dan worden gebruikt voor de selectie, de jeugdopleiding, De Kuip of verdere groei van de organisatie. In die zin is de terugkoop geen bestemming van geld alleen, maar ook een investering waarmee later veel meer kapitaal kan worden ontsloten.
Dat geld staat alleen niet de dag na de terugkoop op de bank. Feyenoord moet eerst de aandelen financieren, daarna een geschikte investeerder vinden en vervolgens afspraken maken over zeggenschap en de bescherming van de clubidentiteit. Op basis van de afspraken uit 2018 is voor een verkoop binnen anderhalf jaar bovendien toestemming van de Vrienden nodig. Driessen benoemt de potentiële opbrengst terecht, maar slaat de financiering, de tijd die ermee gemoeid is en de voorwaarden voor een nieuwe investeerder te gemakkelijk over.
Had Rigaux Read moeten verkopen?
Volgens Driessen had de liquiditeitspositie veel beter kunnen zijn als Rigaux opdracht had gekregen om het bod van AS Roma op Givairo Read te accepteren. De columnist spreekt over 30 miljoen euro plus bonussen. In de berichtgeving rond de onderhandelingen ging het aanvankelijk om ongeveer 25 miljoen euro vast en bonussen waarmee het totaal later tot circa 29 miljoen euro kon oplopen. Voor een zelf opgeleide speler zou vrijwel de volledige transfersom als boekwinst kunnen worden verwerkt.
Ook hier is de werkelijkheid minder eenvoudig. Een transfersom van bijna 30 miljoen euro komt doorgaans niet in één keer op de bankrekening binnen. Clubs betalen vaak in termijnen en bonussen worden pas verschuldigd wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een verkoop van Read zou de financiële positie zonder twijfel versterken, maar niet noodzakelijk direct met het volledige bedrag dat boven de berichtgeving stond.
Daar staat de sportieve en toekomstige financiële waarde van Read tegenover. De rechtsback is pas twintig jaar en ligt bij Feyenoord vast tot medio 2029. De club heeft daardoor geen acute contractuele verkoopdruk. Als Read dit seizoen uitblinkt in de Champions League, kan zijn internationale status snel verder groeien en kan ook zijn transferwaarde boven het bod van AS Roma uitstijgen. Daarnaast moet Feyenoord een vervanger aantrekken wanneer een basisspeler vlak voor of tijdens het seizoen vertrekt.
Rigaux neemt met het weigeren van het bod wel een risico. Een blessure, vormverlies of een teleurstellend seizoen kan ervoor zorgen dat een vergelijkbaar voorstel niet meer terugkomt. Driessen stelt dat een harde onderhandelaar niet automatisch een goede onderhandelaar is. Maar het omgekeerde geldt eveneens: een bod van bijna 30 miljoen euro accepteren maakt iemand nog niet vanzelf tot een goede technisch directeur. De afweging bestaat uit de huidige opbrengst, betalingsvoorwaarden, sportieve waarde, vervangingskosten, contractduur en verwachte waardestijging.
Het oordeel dat Rigaux al heeft gefaald omdat Read, Ayase Ueda, Anis Hadj Moussa of Gjivai Zechiël nog niet voor de hoofdprijs is verkocht, is aan de voorbarige kant. Feyenoord blijft voor zijn financiële model afhankelijk van transferwinsten en Rigaux zal daarop worden afgerekend. Een transferzomer kan echter pas eerlijk worden beoordeeld wanneer de markt is gesloten en duidelijk is welke bedragen, voorwaarden en alternatieven daadwerkelijk op tafel lagen.
Gaat onder curatele stellen te ver?
Driessen wijst op twee reële risico’s. Feyenoord moet voorkomen dat de gunstige mogelijkheid om de Vrienden uit te kopen verloren gaat. Tegelijkertijd blijft de club afhankelijk van transferwinsten. De raad van commissarissen zal daarom scherp moeten toezien op beide dossiers.
Of Eenhoorn en Rigaux daarvoor direct onder curatele moeten worden gesteld, is de vraag. Eenhoorn heeft zijn analyse gemaakt en vindt het beter om de uitkoop uit te stellen. Rigaux oordeelde dat het verstandiger was om het bod van AS Roma af te wijzen. De vraag is of beiden hiermee wel of niet in het belang van Feyenoord handelen. Gaan zij tegen het clubbelang in, zoals Driessen stelt, of maken zij juist keuzes waarvan Feyenoord op langere termijn kan profiteren?
Wat vinden jullie? Heeft Valentijn Driessen gelijk en moet de raad van commissarissen nog voor het einde van deze transferperiode ingrijpen door Eenhoorn en Rigaux onder curatele te stellen? Laat je mening achter in de reacties.