Pro shots, edit 1908.nl
Feyenoord bewaakt vooral de toekomst en Ajax gokt op de landstitel
Peter Bosz hoopt aan het einde van dit seizoen voor de vierde keer op rij de schaal op de platte kar te tonen. Met Lutsharel Geertruida als een van de belangrijkste versterkingen beschikt PSV opnieuw over de duurste en op papier sterkste selectie van Nederland. Toch zal de regerend landskampioen dit seizoen meer weerstand krijgen. AZ is als ongeslagen koploper uitstekend begonnen en lijkt meer dan een outsider in de titelstrijd. Daarachter proberen de twee clubs met de grootste achterban van Nederland opnieuw aansluiting te vinden. Ajax en Feyenoord hebben hetzelfde doel, maar kiezen een vrijwel tegenovergestelde weg. In dit artikel gaan we nader in op deze tegenstellingen.
De trainersstaf als vertrekpunt
Beide technisch directeuren begonnen met een trainerswissel. Jordi Cruijff koos voor Míchel Sánchez en gaf hem de ruimte om een grotendeels nieuwe staf samen te stellen. De Spanjaard staat voor dominant en aanvallend voetbal, met veel positiewisselingen en backs die een belangrijke rol in de opbouw krijgen. De keuze voor Míchel werkte zichtbaar door in het transferbeleid. Marc-André ter Stegen speelde al onder hem bij Girona, Viktor Tsygankov kende hem uit dezelfde periode en meerdere aankopen passen bij het technische en balvaste voetbal dat de trainer wil spelen.
Het voordeel is samenhang. Cruijff haalde niet alleen een trainer, maar probeerde een compleet voetbalproject neer te zetten. Het nadeel is de afhankelijkheid die daardoor ontstaat. Wanneer Míchel niet slaagt, zit Ajax met een selectie waarin veel keuzes op zijn speelwijze, netwerk en behoefte aan ervaring zijn afgestemd.
Dévy Rigaux koos met Giovanni van Bronckhorst, Sipke Hulshoff, Said Bakkati en John de Wolf veel meer voor clubkennis en continuïteit. Van Bronckhorst kent Feyenoord en weet hoe een prijzenploeg moet worden geleid. Hulshoff werkte jarenlang met Arne Slot en kent de tactische details van het voetbal waarmee Feyenoord tussen 2021 en 2024 succesvol was. De Wolf bewaakt de cultuur en Bakkati brengt eveneens kennis van de club en de eerdere succesvolle werkwijze mee.
Op het eerste gezicht was dat een minder vernieuwende keuze. Vanuit het selectiebeleid is de logica echter duidelijk. Eerst werd opnieuw vastgesteld hoe Feyenoord wil spelen, daarna zocht Rigaux spelers voor duidelijk omschreven rollen. Daarmee verkleint de club de kans dat bij iedere trainerswissel opnieuw een selectie voor een ander systeem moet worden gebouwd.
Vroeg voorsorteren tegenover laat doorpakken
Het tijdstip van de aankopen laat twee verschillende werkwijzen zien. Feyenoord legde Charles Vanhoutte, Mika Mármol, Tjark Ernst en Nacho Ferri vroeg vast. Zo kon de trainersstaf al vroeg werken aan het inslijpen van de speelwijze en de automatismen. Niet alles lukte vroeg. Javi López, Reiss Nelson en Florian Kastenmeier kwamen later.
Ajax handelde deels vroeg. Caio Henrique, Daley Blind en Marcos Leonardo waren tijdig binnen. Tolu Arokodare en Julian Brandt tekenden eind juli toen de voorbereiding al een maand onderweg was, maar nog wel vóór Ter Stegen. Toch kwamen enkele bepalende oplossingen pas laat. Sofyan Amrabat tekende vlak voor het sluiten van de markt. Simon Adingra en Thilo Kehrer arriveerden op de laatste dag en Yves Bissouma werd pas na de deadline transfervrij vastgelegd. Bissouma kan daardoor niet worden gebruikt in de competitiefase van de Conference League. Cruijff toonde slagkracht en creativiteit, maar Míchel kreeg zijn definitieve selectie pas toen het seizoen al onderweg was.
Kopen, huren en transfervrij halen
Ajax haalde voor het eerste elftal uiteindelijk twaalf spelers. Vier spelers kwamen op huurbasis: Ter Stegen, Kehrer, Arokodare en Adingra. Voor de laatste twee bedong Ajax een koopoptie tegen een fors bedrag. Blind, Brandt, Amrabat en Bissouma waren transfervrij. Caio Henrique, Jofre Torrents, Marcos Leonardo en Tsygankov werden definitief overgenomen.
Die verdeling drukt de directe transfersommen en daarmee een deel van de toekomstige afschrijvingen. Transfervrij betekent echter niet gratis. Bij gearriveerde internationals horen doorgaans hoge salarissen, tekengelden en makelaarskosten. Ook huurspelers kunnen door huursommen en een bijdrage aan het salaris duur zijn, zonder dat Ajax automatisch van een latere waardestijging profiteert.
Feyenoord haalde zeven externe versterkingen. Alleen Javi López werd gehuurd, met een optie tot koop. Mármol, Nelson en Kastenmeier kwamen transfervrij. Voor Vanhoutte, Ernst en Ferri werd een transfersom betaald.
Ajax haalt ervaring, Feyenoord koopt de middenleeftijd
De gemiddelde leeftijd van de Amsterdamse aanwinsten ligt rond de 28 jaar. Ter Stegen en Blind waren bij hun komst 34 en 36. Brandt, Amrabat en Bissouma waren dertig. Kehrer was 29 en Caio Henrique 28. Met Torrents, Marcos Leonardo en Adingra haalde Cruijff ook spelers met mogelijke restwaarde, maar de nadruk ligt onmiskenbaar op ervaring en onmiddellijke prestaties.
De zeven Feyenoord-aankopen waren gemiddeld ongeveer 25 jaar. Ernst, Ferri, Mármol en López bevinden zich voor of aan het begin van hun beste voetbaljaren. Vanhoutte, Nelson en Kastenmeier brengen ervaring, zonder dat Feyenoord de selectie met dertigers heeft gevuld.
Daardoor heeft Ajax een selectie met twee toppen. Aan de ene kant staan zeer jonge spelers als Aaron Bouwman, Jorthy Mokio, Abdellah Ouazane en Jofre Torrents. Aan de andere kant staat een grote groep spelers van 29 jaar en ouder. De middengroep waarin spelers sportief op hun sterkst zijn en tegelijk veel marktwaarde kunnen vertegenwoordigen, is kleiner.
Feyenoord heeft juist veel spelers tussen de 21 en 27 jaar. Dat biedt geen garantie op prestaties, maar maakt de selectie financieel beweeglijker. Spelers kunnen langer blijven, later worden verkocht of intern worden vervangen zonder dat onmiddellijk een volledige renovatie nodig is.
Jeugd als fundament of financieringsbron
Ajax bewees opnieuw dat De Toekomst enorme financiële waarde kan creëren. De verkoop van Steur en Godts heeft de club samen 48,6 miljoen euro opgeleverd na aftrek van kosten, doorverkoop en solidariteitsbijdrage maar exclusief bonussen. Financieel zijn dat uitstekende transacties. Sportief is de keerzijde dat een achttienjarige middenvelder vóór zijn definitieve doorbraak vertrok en dat de belangrijkste aanvaller van vorig seizoen werd vervangen door een huurling.
De komst van zoveel ervaren spelers maakt de concurrentie voor eigen jeugd bovendien groter. Bouwman, Mokio en Ouazane blijven kansen houden, maar op meerdere posities staat nu een gearriveerde international voor hen. Cruijff gebruikt de opleiding daarmee niet alleen als route naar het eerste elftal, maar ook als financieringsbron voor de renovatie daarvan.
Rigaux koos deze zomer vaker voor behoud. Feyenoord wees hoge biedingen op Read af en liet ook Zechiël niet vertrekken. De middenvelder verlengde vervolgens zijn contract. Tegelijk bleven spelers als Kraaijeveld, Van den Elshout, Shaqueel van Persie, Zinhagel, Schaken en Wessels dicht bij de hoofdmacht. In de staf bewaakt Davey van den Berg specifiek de overgang tussen Varkenoord en Feyenoord 1.
Dat betekent niet dat iedere jeugdspeler zal doorbreken of dat een geweigerd bod later automatisch hoger uitvalt. Een blessure of terugval kan de marktwaarde snel raken. Feyenoord kiest er wel bewust voor om sportieve prestaties, Champions League-inkomsten en toekomstige transferopbrengsten gezamenlijk te wegen.
Verkopen en opruimen
Beide technisch directeuren verkochten belangrijke spelers. Ajax liet Godts en Steur voor uitzonderlijke bedragen gaan. Feyenoord verkocht Sauer met een mooie winst. Het verschil zit vooral in wat daarnaast met de overbodige en dure spelers gebeurde.
Rigaux liet een groot aantal spelers vertrekken en maakte daarmee ruimte in de selectie en de begroting. Contracten en dossiers die weinig sportief perspectief boden, werden beëindigd of opgelost. Dat leverde niet overal een grote transfersom op, maar een bespaard salaris kan financieel even belangrijk zijn als een beperkte verkoopopbrengst. De schoonmaak was noodzakelijk om na de uitgaven van eerdere transferperiodes weer bewegingsruimte te krijgen.
Ajax ruimde eveneens op. Onder anderen spelers zonder duidelijk toekomstperspectief vertrokken definitief of op huurbasis en met Amourricho van Axel Dongen werd het contract beëindigd. Toch bleven op enkele drukbezette posities spelers met stevige contracten achter. Daardoor is de renovatie sportief omvangrijker dan de financiële sanering.
Het gevolg daarvan is zichtbaar in de selectiewaarde van Feyenoord en Ajax. Transfermarkt schat de selectie van Feyenoord inclusief huurlingen op 245,2 miljoen euro en die van Ajax op 222,2 miljoen euro. Zonder huurlingen zou het verschil zelfs rond de 73 miljoen euro liggen. Dat zijn geen gegarandeerde verkoopopbrengsten en ook geen boekhoudkundige waarden, maar het verschil zegt wel iets over wie de contractuele eigendom van de spelers bezit.
De rekening achter het herstelplan
Juist op financieel gebied wordt de tegenstelling het scherpst. Ajax presenteerde afgelopen week de jaarcijfers over 2025/26. In een seizoen met Champions League-voetbal en een transferresultaat van 65,5 miljoen euro bleef onderaan de streep slechts twee miljoen euro winst over. De omzet steeg naar 188,3 miljoen euro, maar de totale kosten liepen eveneens op, tot 206,5 miljoen euro.
De salarissen, sociale lasten en overige personeelskosten stegen van 109,1 naar 120,6 miljoen euro. De afschrijvingen op spelers daalden juist licht van 41,3 naar 38,8 miljoen euro. Ajax boekte vóór afschrijvingen en transferresultaten opnieuw een fors operationeel verlies, ditmaal van 18,2 miljoen euro. De club schrijft zelf dat de deelname aan de Conference League in plaats van de Champions League druk op de omzet zet en dat kostenbeheersing en financiële discipline noodzakelijk zijn.
Daarbij hoort een belangrijke nuance. Deze cijfers lopen tot 30 juni 2026 en zeggen dus vooral iets over het beleid vóór de eerste volledige transferzomer van Cruijff. De financiële gevolgen van zijn twaalf aanwinsten worden pas in het lopende boekjaar volledig zichtbaar.
Het gekozen model kan de afschrijvingen relatief beheersbaar houden. Vier nieuwelingen waren transfervrij en vier andere spelers worden gehuurd. De kosten verdwijnen echter niet, maar verschuiven voor een belangrijk deel naar salarissen, tekengelden, huursommen en makelaarskosten. Precies de personeelskosten waren bij Ajax al sterk gestegen.
Hoge salarissen kunnen sportief rendement opleveren. Economisch onderzoek naar profvoetbal vindt zelfs al jaren een sterke samenhang tussen de relatieve loonsom en prestaties op het veld. Goede spelers verdienen meestal meer en betere prestaties kunnen weer extra inkomsten opleveren.
Het risico zit in het ontbreken van een financiële nooduitgang. Een transfersom voor een jonge speler wordt afgeschreven, maar daar staat een spelerscontract en mogelijk een latere verkoop tegenover. Een hoog gegarandeerd salaris van een oudere speler verdwijnt definitief uit de kas en kan niet met een transfersom worden terugverdiend. Wanneer die speler sportief niet levert, blijft alleen de verplichting over.
Bij Feyenoord bewoog de kostenlijn deze zomer de andere kant op. Rigaux maakte na de transferperiode duidelijk dat de salarismassa en de transferafschrijvingen moesten dalen. Door veel spelers te laten vertrekken, beperkt te huren, drie spelers transfervrij te halen en slechts gericht transfersommen te betalen, heeft Feyenoord beide lasten voor de komende jaren verlaagd.
Die keuze past bij Eenhoorn en Rigaux. Zij kwamen uit clubs waar zwarte cijfers, waardegroei en een financieel gezonde organisatie de norm waren. Bij Feyenoord is die financiële discipline nu al zichtbaar in de transferstrategie.
De les uit 2007
De huidige koers van Ajax roept herinneringen op aan een eerdere transferzomer bij Feyenoord waarin Peter Bosz een hoofdrol speelde. In 2007 was Bosz technisch directeur bij Feyenoord. Met Roy Makaay, Giovanni van Bronckhorst, Kevin Hofland, Tim de Cler, Denny Landzaat, Michael Mols en Nuri Sahin kwamen grote namen en ervaren internationals naar De Kuip.
Feyenoord wilde na teleurstellende jaren snel terug naar de top en het aanstaande honderdjarig bestaan glans geven. De hoge salarispost paste echter niet bij de omzet van de club. Bovendien blokkeerden de ervaren aankopen gedeeltelijk de route voor spelers die later transferwinst moesten opleveren. Jonathan de Guzman en Luigi Bruins golden als een van de weinigen direct als belangrijke jonge bezittingen, maar leverden geen latere transferwinst op.
De vedetteploeg van Bert van Marwijk eindigde als zesde. Feyenoord won wel de KNVB-beker, maar de dure selectie bracht niet de structurele terugkeer naar de top waarop was gehoopt. Een jaar later werden de financiële problemen steeds zichtbaarder. In 2009 belandde de club in categorie 1 van de KNVB. De club kwam onder financieel toezicht van de bond te staan. Later was het kapitaal van de Vrienden van Feyenoord nodig om uit het financiële en sportieve moeras te komen.
Ajax staat er nu veel sterker voor dan Feyenoord destijds. Het eigen vermogen van 191 miljoen euro maakt een directe vergelijking onjuist. De historische les zit niet in de omvang van het gevaar, maar in het mechanisme. Wanneer een club toekomstige inkomsten al in hoge vaste kosten verwerkt en de sportieve doorbraak uitblijft, kan de bewegingsruimte snel verdwijnen.
Conclusie
Cruijff heeft Ajax in één zomer meer directe kwaliteit, ervaring en internationale status gegeven. De selectie kan snel een hoger niveau aantikken en lijkt beter uitgerust om op korte termijn wedstrijden te winnen. Daar staat een ouder elftal tegenover, met veel tijdelijke oplossingen, hoge salarissen en minder restwaarde. De strategie slaagt alleen volledig wanneer de sportieve sprong snel volgt.
Rigaux heeft Feyenoord financieel beweeglijker en gemiddeld jonger gemaakt. Hij hield belangrijke talenten, ruimde een groot deel van de dure en overbodige selectie op en beperkte de nieuwe langlopende risico's.
Ajax heeft de hogere korte termijnambitie in contracten vastgelegd. Feyenoord heeft meer nadruk gelegd op een duurzaam langetermijnbeleid.
Samenvattend
| Onderdeel | Feyenoord | Ajax |
| Trainersstaf | Vertrouwd | Nieuwe Spaanse staf |
| Versterkingen | 7 | 12 |
| Gehuurd | 1 (met koopoptie) | 4 (2x met koopoptie) |
| Gekocht | 3 | 4 |
| Transfervrij | 3 | 4 |
| Verkoop jeugd | Sauer | Godts en Steur |
| Transferresultaat 2026/27 | Tot nu negatief | Positief |
| Afschrijvingskosten 2026/27 | Gedaald | Gedaald |
| Verwachte trend salariskosten | Omlaag | Omhoog |
| Waarde selectie met gehuurde spelers* | 245,2 miljoen euro | 222,2 miljoen euro |
| Waarde selectie zonder gehuurde spelers* | 240,2 miljoen euro | 167,2 miljoen euro |
| Leeftijd versterkingen | Gemiddeld 25 jaar | Gemiddeld 28 jaar |
| Leeftijdsopbouw selectie | Kern 21 tot 27 jaar | Veel oudere spelers en wat jeugdspelers |
| Europese competitie | Champions League | Conference League |
| Punten eerste zeven wedstrijden | 17 | 14 |
* Transfermarkt.nl