Feyenoord verdient deze zomer opnieuw mee aan oude jeugdspelers
Feyenoord gaat deze zomer niet alleen geld verdienen met eigen uitgaande transfers. Ook transfers van spelers die jaren geleden al uit De Kuip of van Varkenoord vertrokken, gaan de Rotterdamse club opnieuw geld opleveren. Dat komt door de solidariteitsbijdrage: een vergoeding voor clubs die een speler hebben opgeleid in de kalenderjaren waarin hij 12 tot en met 23 jaar werd.
Een actueel voorbeeld is Nathan Aké. Fenerbahçe heeft afgelopen vrijdag een akkoord bereikt over de komst van de verdediger van Manchester City. In Britse berichtgeving wordt gesproken over een vaste transfersom van £ 7 miljoen, met bonussen die het bedrag kunnen laten oplopen tot £ 8,5 miljoen. Aké doorliep een deel van zijn jeugdopleiding op Varkenoord en daardoor ontvangt Feyenoord een solidariteitsbijdrage.
Ook bij Orkun Kökçü gaat de kassa rinkelen. Beşiktaş huurde Kökçü van Benfica met een verplichte koopclausule. Volgens Turkse berichtgeving betaalt Beşiktaş aan het einde van het seizoen een vaste transfersom van € 25 miljoen om Kökçü definitief over te nemen. Daar kunnen nog bonussen bovenop komen. Omdat Kökçü vanaf 2014 in de Feyenoord Academy speelde en daarna doorbrak in het eerste elftal, heeft Feyenoord recht op een fors aandeel in de solidariteitsbijdrage.
Wat is de solidariteitsbijdrage?
De solidariteitsbijdrage is bedoeld om opleidende clubs te belonen. Bij een transfer tegen betaling wordt maximaal 5% van de transfersom verdeeld over de clubs die hebben bijgedragen aan de opleiding van de speler. Daarbij wordt gekeken naar de clubs waar de speler geregistreerd stond in de kalenderjaren waarin hij 12 tot en met 23 jaar werd. Als een speler in zo’n kalenderjaar niet het volledige jaar bij dezelfde club geregistreerd stond, wordt de bijdrage naar rato verdeeld. De regeling geldt bij internationale transfers, maar ook bij bepaalde binnenlandse transfers waarbij een buitenlandse opleidingsclub betrokken is.
De verdeling is niet voor elk opleidingsjaar gelijk:
| Leeftijdsjaar | Percentage van de transfersom |
| 12 jaar t/m 15 jaar | 0,25% |
| 16 jaar t/m 23 jaar | 0,50% |
Samen is dat maximaal 5% van de transfersom (4 jaar 0,25% en 8 jaar 0,5%). Een club die een speler dus de hele periode van 12 tot en met 23 jaar heeft opgeleid, kan bij een latere transfer recht hebben op de volledige 5%.
Aké levert Feyenoord ongeveer een ton op
Nathan Aké speelde van 2007 tot 2011 in de jeugdopleiding van Feyenoord. Voor 2007 speelde hij bij VV Wilhelmus en ADO Den Haag en vanaf 2011 bij Chelsea. Voor Feyenoord gaat het grofweg om de opleidingsjaren waarin Aké dertien, veertien, vijftien en zestien werd.
Dat levert de volgende rekensom op:
| Leeftijdsjaar bij Feyenoord | Percentage |
| 13 jaar | 0,25% |
| 14 jaar | 0,25% |
| 15 jaar | 0,25% |
| 16 jaar | 0,50% |
| Totaal | 1,25% |
Bij een transfersom van € 8 miljoen komt de opbrengst voor Feyenoord uit op: 1,25% × € 8.000.000 = € 100.000
Als er later bonussen worden betaald, kan ook daarover nog een aanvullende solidariteitsbijdrage ontstaan. FIFA rekent namelijk niet alleen met vaste transfersommen, maar ook met onder meer voorwaardelijke vergoedingen en bonussen.
Kökçü-bijdrage bedraagt minimaal € 1 miljoen
Bij Orkun Kökçü is de bijdrage veel hoger. Kökçü maakte in 2014 de overstap van FC Groningen naar Feyenoord en groeide op Varkenoord uit tot eerste elftalspeler, aanvoerder en uiteindelijk kampioen. In 2018 debuteerde hij onder Giovanni van Bronckhorst. Kökçü zat bij Feyenoord grofweg in de opleidingsjaren van zijn 14de tot en met zijn 22ste. Dat komt neer op ongeveer 4% van de transfersom (2 jaar 0,25% en 7 jaar 0,5%).
De rekensom bij de verplichte koop door Beşiktaş: 4,00% × € 25.000.000 = € 1.000.000
Als de eerder gemelde bonusstructuur volledig wordt gerealiseerd, kan daar later nog een extra bedrag bovenop komen. Bij € 5 miljoen aan aanvullende bonussen zou Feyenoord, uitgaande van een percentage van ongeveer 4%, nog eens circa € 200.000 kunnen ontvangen.
Waarom het vroeg vastleggen van jeugdspelers belangrijk is
Nederlandse clubs mogen jeugdspelers sinds 2020 vanaf 15-jarige leeftijd een profcontract aanbieden. Daarvoor lag die grens op 16 jaar. Zaakwaarnemers mogen de belangen van jeugdspelers al vanaf 14 jaar en 6 maanden behartigen.
Voor spelers onder 18 jaar geldt momenteel nog dat een profcontract niet langer dan drie jaar mag duren. Dat beperkt de bescherming van clubs die veel investeren in jeugdopleiding. Vanaf 2027 worden de FIFA-regels naar verwachting ruimer. In de internationale uitleg over de nieuwe RSTP-regels wordt gesproken over de mogelijkheid om clubgetrainde jonge spelers onder voorwaarden langer vast te leggen, tot maximaal vijf jaar, afhankelijk van nationale wetgeving en collectieve afspraken.
Feyenoord maakt op dit moment nadrukkelijk gebruik van de mogelijkheid om talenten al op 15-jarige leeftijd vast te leggen. Zo tekenden o.a. Dean Hooiveld, Adam dos Santos Sebastião, Xavi Hak, Lorenc Perlala en Bilal Youlal al op die leeftijd een contract in Rotterdam. Daarmee vergroot Feyenoord de kans dat talenten langer in Rotterdam blijven, doorstromen naar het eerste elftal en uiteindelijk transferwaarde vertegenwoordigen.
Als een speler later toch vertrekt, blijft elk opleidingsjaar meetellen. Dat is de stille waarde van Varkenoord. De investering in jeugdopleiding levert niet alleen spelers voor het eerste elftal op, maar kan jaren later ook nog inkomsten genereren via solidariteitsbijdragen.
Huur telt mee voor de club waar de speler geregistreerd staat
Een belangrijk detail is dat de solidariteitsbijdrage niet automatisch toekomt aan de club die eigenaar is van de betreffende speler. Het gaat om de club waarbij de speler in het betreffende opleidingsjaar geregistreerd stond. Dat maakt huurperiodes belangrijk.
Stel dat Gjivai Zechiël later ooit een grote transfer maakt. Dan kijkt FIFA niet alleen naar de jaren waarin hij bij Feyenoord speelde, maar ook naar de jaren waarin hij verhuurd was. Voor het seizoen waarin hij bij Sparta Rotterdam stond geregistreerd, kan Sparta recht hebben op een deel van de solidariteitsbijdrage. Hetzelfde geldt voor het opleidingsjaar bij FC Utrecht. Die clubs hebben in dat seizoen immers bijgedragen aan zijn ontwikkeling.
Andersom werkt het ook in het voordeel van Feyenoord. Yankuba Minteh was eigendom van Newcastle United, maar stond in het seizoen 2023/24 bij Feyenoord geregistreerd. In de zomer van 2024 verkocht Newcastle hem voor circa £ 30 miljoen aan Brighton & Hove Albion. Omdat Minteh in het seizoen daarvoor bij Feyenoord speelde, leverde dat de Rotterdammers toen al een solidariteitsbijdrage op van ongeveer € 175.000. Als Minteh later nog eens een grote transfer maakt, ontvangt Feyenoord voor dat huurjaar opnieuw een solidariteitsbijdrage. Eén volledig opleidingsjaar vanaf zestien jaar vertegenwoordigt 0,5% van de transfersom. Bij een transfer van € 45 miljoen is dat alsnog € 225.000.
Op welke spelers moet Feyenoord deze zomer letten?
Naast Aké en Kökçü zijn er meer spelers waarbij Feyenoord deze zomer kan meeprofiteren. Soms gaat het om oud-jeugdspelers, soms om spelers die op jonge leeftijd in het eerste elftal van Feyenoord speelden, en soms om huurspelers die een jaar in Rotterdam geregistreerd stonden.
Een indicatief overzicht met de geschatte solidariteitsbijdrage, de meest recente marktwaarde volgens Transfermarkt.nl en de mogelijke opbrengst bij een transfer tegen die marktwaarde (afgerond op € 5.000):
| Speler | Bijdrage | Transferwaarde | Opbrengst |
| Lutsharel Geertruida | 5,00% | € 20 mln. | € 1.000.000 |
| Quilindschy Hartman | 5,00% | € 16 mln. | € 800.000 |
| Wouter Burger | 2,70% | € 20 mln. | € 540.000 |
| Crysencio Summerville | 1,85% | € 35 mln. | € 650.000 |
| Ramon Hendriks | 2,35% | € 25 mln. | € 590.000 |
| Quinten Timber | 1,60% | € 25 mln. | € 400.000 |
| Gustavo Hamer | 2,68% | € 14 mln. | € 375.000 |
| Igor Paixão | 0,69% | € 35 mln. | € 240.000 |
| Yankuba Minteh | 0,50% | € 45 mln. | € 225.000 |
| Joshua Zirkzee | 0,50% | € 20 mln. | € 100.000 |
Vooral bij Geertruida en Hartman kunnen de bedragen richting of zelfs boven € 1 miljoen gaan. Bij Hartman lijkt een transfer deze zomer zeer concreet vanwege de degradatie van Burnley. Ook rond Geertruida is volop beweging, al is daar nog de vraag welke club uiteindelijk doorpakt en tegen welk bedrag. Summerville is eveneens een speler om nadrukkelijk in de gaten te houden. Door de degradatie van West Ham United en de belangstelling uit de Premier League is de kans op een transfer groot.
Bij Hamer, Burger en Hendriks is de kans op een transfer reëel, maar minder zeker. Hamer gaat bij Sheffield United zijn laatste contractjaar in en is daardoor een logische verkoopkandidaat. Burger ligt langer vast bij Hoffenheim, maar staat wel op de radar van andere clubs. Hendriks heeft zich bij VfB Stuttgart sterk ontwikkeld en vertegenwoordigt inmiddels een forse marktwaarde, waardoor een transfer bij serieuze belangstelling snel interessant kan worden.
Bij spelers als Minteh, Zirkzee en Paixão is het percentage voor Feyenoord kleiner, maar door hun marktwaarde kan ook dat alsnog interessant worden. Minteh ligt goed in de markt, maar Brighton zal hem niet zomaar laten gaan. Bij Zirkzee kan een transfer aan de orde komen als Manchester United ruimte wil maken in de aanval. Paixão ligt weliswaar lang vast bij Olympique Marseille, maar de financiële situatie van de club kan ervoor zorgen dat een stevig bod serieus wordt overwogen.
Varkenoord betaalt zich later terug
De kern is simpel: wie opleidt, blijft meedelen. Feyenoord ziet bij Aké en Kökçü opnieuw hoe jeugdopleiding jaren later nog geld kan opleveren. Soms gaat het om een beperkte bijdrage, soms om een bedrag dat richting € 1 miljoen loopt.
Daarmee is de solidariteitsbijdrage een belangrijke extra reden om te blijven investeren in Varkenoord. Niet iedere jeugdspeler haalt het eerste elftal. Niet iedere speler blijft lang genoeg om voor een grote transfersom te vertrekken. Maar elk opleidingsjaar kan later waarde krijgen.
Deze zomer kan dat voor Feyenoord opnieuw zichtbaar worden. Het totaal aan solidariteitsbijdragen zal deze zomer naar verwachting uitkomen op ruim € 1 miljoen, maar kan bij transfers van spelers als Geertruida, Hartman, Summerville, Hendriks en/of Hamer verder oplopen richting € 5 miljoen. Daarmee kan een reeks transfers van oud-jeugdspelers in korte tijd uitgroeien tot een flinke financiële meevaller.