Feyenoorddroom spatte uiteen: "In het begin wist niemand precies waarmee we te maken hadden"
Ricky van Wolfswinkel stond ooit op het punt om de overstap naar Feyenoord te maken. De voormalig spits van onder andere FC Twente en FC Utrecht onthult dat een transfer naar Rotterdamse zijde bijna in kannen en kruiken was. Een onverwachte medische ontdekking zorgde echter voor een abrupt einde aan die plannen.
Bijna elke transferwindow werd zijn naam aan Feyenoord gelinkt. Op het moment dat een overgang naar De Kuip nabij was, werd bij Van Wolfswinkel een aneurysma geconstateerd, waardoor zelfs zijn verdere loopbaan als profvoetballer op losse schroeven kwam te staan.
Tijdens zijn laatste duel voor FC Basel liep de aanvaller een hersenschudding op. Het medische onderzoek dat daarop volgde, bracht een abnormale verwijding van een slagader aan het licht. De ontdekking had grote gevolgen: niet alleen dreigde de transfer naar Feyenoord niet door te gaan, ook zijn toekomst op het voetbalveld werd plotseling onzeker.
Onzekerheid
"Toen kwam dat aneurysma (een abnormale verwijding van een slagader, red.) naar voren. In het begin wist niemand precies waar we mee te maken hadden. De onzekerheid was misschien nog wel het moeilijkst. Eerst hoor je: het duurt misschien drie maanden. Daarna wordt het zes maanden. Daarna misschien twee jaar. En uiteindelijk zelfs: misschien kun je nooit meer voetballen", vertelt Van Wolfswinkel in gesprek met VVCS.
De ingrijpende diagnose zette de spits ook aan het denken over zijn carrière en de betekenis van voetbal in zijn leven. "Drie maanden niet voetballen… dat is vervelend. Maar wat is drie maanden? Er zijn veel ergere dingen. Maar als je dan hoort dat je carrière zomaar voorbij kon zijn, wordt het wel een ander verhaal. Die periode veranderde mijn blik op voetbal. Ik ben daarna nog meer gaan genieten. Omdat je beseft dat er meer is dan voetbal."
Groen licht
Uiteindelijk kreeg Van Wolfswinkel na een lange periode van onzekerheid groen licht om zijn trainingen stapsgewijs te hervatten. Zijn terugkeer verliep volgens een zorgvuldig opgebouwd schema, waarbij hij steeds meer mocht doen voordat hij weer volledig kon meetrainen. "Eerst mocht ik helemaal niet sporten. Daarna alleen voor mezelf. Toen wel met de groep, maar nog niet koppen. Daar zat wel echt een opbouw in. Op een gegeven moment zeiden ze: nu mag je weer gewoon koppen. En dan kop je een bal, voelt het goed en dan denk je: let’s go. Ik ben er daarna ook niet meer bezig geweest."