Pro Shots
Wat Rigaux kan leren van de eerste periode van Van Bronckhorst
De afgelopen twee seizoenen werden bij Feyenoord gekenmerkt door veel blessureleed. Zowel Brian Priske als Robin van Persie moest regelmatig improviseren bij het samenstellen van de basiself. Voor Feyenoord is het daarom een belangrijk aandachtspunt om komend seizoen het aantal blessuregevallen terug te dringen. Dat is niet alleen een zaak van de medische en performance-staf, maar ook van de manier waarop de selectie wordt samengesteld. Precies daar ligt een belangrijke uitdaging voor Dévy Rigaux.
Wat de oorzaak van blessuregolven precies is, blijft vaak gissen. Belasting, trainingsopbouw, wedstrijdschema, leeftijd, individuele belastbaarheid, speelstijl en simpelweg pech kunnen allemaal een rol spelen. Arne Slot kon bij Feyenoord jarenlang bouwen op een relatief fitte kern, waarbij Ruben Peeters een belangrijke rol speelde in de veelgeprezen performance-aanpak. Ook bij Liverpool bleek dat echter geen garantie op blijvend succes op dit vlak: na een sterke eerste periode kreeg ook Slot daar te maken met veel blessuregevallen.
Hoe zat dat eigenlijk in de eerste trainersperiode van Giovanni van Bronckhorst? Tussen 2015 en 2019 is een duidelijk patroon zichtbaar. De eerste twee seizoenen beschikte Van Bronckhorst over een redelijk stabiele kern. In de laatste twee seizoenen veranderde dat beeld. Toen werd blessureleed veel nadrukkelijker een factor.
2015/16: een vaste kern zonder Europees voetbal
In het eerste volledige seizoen onder Van Bronckhorst beschikte Feyenoord over een redelijk vaste kern. Kenneth Vermeer stond op doel. Achterin waren Rick Karsdorp, Sven van Beek, Eric Botteghin, Jan-Arie van der Heijden en Terence Kongolo belangrijke namen. Op het middenveld draaide veel om Karim El Ahmadi, Tonny Trindade de Vilhena, Jens Toornstra en Marko Vejinović. Voorin waren Dirk Kuyt, Michiel Kramer en Eljero Elia bepalend.
Dat betekent niet dat Feyenoord helemaal geen blessures kende. De grootste tegenvaller was de zware knieblessure van reservedoelman Warner Hahn, die in de winterstop zijn voorste kruisband afscheurde. Ook spelers als Botteghin, Van Beek en Elia hadden met fysieke klachten te maken, maar de basisstructuur van het elftal bleef grotendeels overeind.
Een belangrijke factor was het ontbreken van Europees voetbal. De eerste officiële wedstrijden van Van Bronckhorst als trainer waren de play-offduels tegen SC Heerenveen in mei 2015, in de strijd om het laatste Europese ticket. Over twee wedstrijden waren de Friezen te sterk en Feyenoord liep Europees voetbal mis. Daardoor speelde Gio in zijn eerste volledige seizoen alleen nationale wedstrijden. Er waren minder midweekse duels, meer normale trainingsweken en meer ruimte voor herstel.
Het werd een vreemd seizoen. De grootste aankoop, Marko Vejinović, viel tegen. Michiel Kramer won de strijd om de spitspositie van Colin Kazim-Richards, die daar moeilijk mee om kon gaan. In de eerste zestien competitiewedstrijden werden nog keurig 36 punten gehaald, maar daarna volgde de historische reeks van zeven competitienederlagen op rij. Het trainingskamp in Portugal verliep moeizaam. Kort daarna raakte Kazim-Richards uit beeld nadat hij AD-journalist Mikos Gouka had bedreigd, die kritisch had geschreven over zijn gedrag tijdens dat trainingskamp. Feyenoord leek even volledig de weg kwijt.
Toch herpakte de ploeg zich. De competitie werd afgesloten met een ongeslagen reeks van elf wedstrijden en de bekerfinale tegen FC Utrecht werd gewonnen. Van Bronckhorst kon, ondanks de sportieve dip, werken met een herkenbare groep. Er ontstond een team dat elkaar beter leerde aanvoelen. Met het tonen van de zilveren dennenappel proefde Feyenoord alvast het zoet van een enthousiast Legioen op de Coolsingel.
| Speler | Gemiste wedstrijden |
| Warner Hahn | 19 |
| Eric Botteghin | 7 |
| Terence Kongolo | 6 |
| Anderen | 4 |
| Totaal | 36 |
2016/17: een kampioenselftal met automatismen
Het kampioensjaar begon met twee zware tegenvallers. Kenneth Vermeer scheurde in de voorbereiding zijn achillespees en Sven van Beek was door blessureleed vrijwel het hele seizoen uit beeld. Dat waren op papier twee forse klappen. Vermeer was de eerste keeper en Van Beek gold als een van de grote verdedigende talenten van de club.
Toch raakte Feyenoord niet ontwricht. Brad Jones werd eerste keeper en groeide uit tot een stabiele factor. Achterin ontstond met Rick Karsdorp, Eric Botteghin, Jan-Arie van der Heijden en Terence Kongolo een betrouwbaar blok. Het middenveld bestond meestal uit Karim El Ahmadi, Tonny Trindade de Vilhena en Jens Toornstra. Voorin had Feyenoord met de van Watford gehuurde Steven Berghuis, de nieuwe spits Nicolai Jørgensen, Eljero Elia en Dirk Kuyt voldoende scorend vermogen, creativiteit en ervaring.
Er waren ook dat seizoen blessures. Elia miste aan het begin van het seizoen meerdere wedstrijden en viel later opnieuw even weg. Ook Kongolo miste in november en december een aantal duels en later in maart en april opnieuw een reeks wedstrijden. Toch was het allemaal op te vangen. Feyenoord had dat seizoen een elftal dat elkaar kende, automatismen ontwikkelde en week na week in grote lijnen hetzelfde gezicht hield.
Dat was misschien wel de basis onder de landstitel. Het wegvallen van Vermeer werd opgevangen met de komst van Brad Jones, terwijl Botteghin en Van der Heijden door de langdurige afwezigheid van Van Beek samen een stabiel verdedigingscentrum vormden.
Europees werd Feyenoord voor de winterstop uitgeschakeld in de groepsfase van de Europa League. In de tweede competitiehelft kon de focus daardoor volledig op de titeljacht. Die missie slaagde op 14 mei 2017 met een hattrick van Dirk Kuyt tegen Heracles Almelo en een groot Rotterdams volksfeest op de Coolsingel een dag later.
| Speler | Gemiste wedstrijden |
| Sven van Beek | 43 |
| Kenneth Vermeer | 37 |
| Warner Hahn | 22 |
| Eljero Elia | 17 |
| Terence Kongolo | 13 |
| Bilal Başaçıkoğlu | 7 |
| Anderen | 12 |
| Totaal | 151 |
2017/18: vroege blessuregolf
Na de landstitel veranderde het beeld. Met de gestopte Dirk Kuyt en de vertrokken Rick Karsdorp, Terence Kongolo en Eljero Elia verloor Feyenoord belangrijke spelers uit de kampioensploeg. Daarvoor kwamen onder anderen Jeremiah St. Juste, Sofyan Amrabat, Sam Larsson en Ridgeciano Haps naar De Kuip. Juist die groep moest helpen om het elftal door te ontwikkelen, maar in de praktijk kreeg Van Bronckhorst nauwelijks de kans om langdurig met een vaste nieuwe basis te werken.
Slechts een beperkte groep spelers kwam tot echt veel competitiewedstrijden. Brad Jones, Karim El Ahmadi, Tonny Trindade de Vilhena, Jens Toornstra, Steven Berghuis en Jean-Paul Boëtius speelden meer dan 27 competitieduels. Daaromheen was het veel vaker passen en meten.
Al in september was er sprake van een blessuregolf en het hield eigenlijk het hele seizoen aan. Nicolai Jørgensen begon te kwakkelen met blessures. Eric Botteghin liep een zware knieblessure op en was maanden niet beschikbaar. Jan-Arie van der Heijden miste eveneens een lange periode. Sven van Beek keerde terug van een lange tijd blessureleed, maar had tijd nodig om weer echt ritme op te bouwen.
Ook bij de nieuwe spelers zat het tegen. Sam Larsson miste in de tweede seizoenshelft meerdere periodes door spierblessures. Jeremiah St. Juste raakte zwaar geblesseerd aan zijn schouder en was lang uitgeschakeld. Ridgeciano Haps bleef in zijn eerste seizoen nog vaker beschikbaar dan later, maar ook bij hem verliep het niet volledig zonder onderbrekingen. Bart Nieuwkoop liep een hamstringblessure op. Zijn afwezigheid en die van St. Juste werden mede opgevangen door Kevin Diks, die fit genoeg was om gaten te vullen.
In januari 2018 keerde Robin van Persie terug. Ook hij moest eerst fit worden en wedstrijdritme opdoen. Maar zijn rendement was uitzonderlijk. In beperkte speeltijd liet hij meteen zijn klasse zien met vijf doelpunten in de competitie en cruciale treffers in de KNVB Beker. Zowel in de halve finale tegen Willem II als in de finale tegen AZ wist hij het net te vinden.
Ondanks al het fysieke ongemak lukte het Van Bronckhorst toch weer om een prijs te pakken. De competitie viel met een 4de plaats tegen, maar de KNVB Beker werd gewonnen. Tegelijk was duidelijk dat Feyenoord niet meer de stabiliteit had van het kampioensjaar. Na vijftien jaar afwezigheid in de Champions League kwam Feyenoord terug op het hoogste Europese podium, maar dat gebeurde in een zware poule en in een seizoen waarin de selectie voortdurend moest worden aangepast. Die extra belasting kan een rol hebben gespeeld, al verklaart die niet alles.
| Speler | Gemiste wedstrijden |
| Jan-Arie van der Heijden | 19 |
| Eric Botteghin | 18 |
| Kenneth Vermeer | 17 |
| Jeremiah St. Juste | 17 |
| Sam Larsson | 16 |
| Sven van Beek | 12 |
| Bart Nieuwkoop | 10 |
| Ridgeciano Haps | 7 |
| Nicolai Jørgensen | 6 |
| Anderen | 10 |
| Totaal | 132 |
2018/19: opnieuw weinig vaste zekerheid
In 2018/19 was het blessurebeeld minder zwaar dan een seizoen eerder. Het aantal gemiste wedstrijden viel alles bij elkaar nog mee, zeker in vergelijking met 2017/18. Toch waren er opnieuw maar enkele spelers die vrijwel altijd beschikbaar waren. Jordy Clasie, Tonny Trindade de Vilhena, Jens Toornstra, Steven Berghuis en Sam Larsson kwamen boven de dertig competitiewedstrijden. Daaromheen bleef het zoeken naar vaste patronen.
Achterin miste Ridgeciano Haps opnieuw een flink deel van het seizoen. Zijn afwezigheid werd opgevangen door de doorgebroken Tyrell Malacia, die zich knap staande hield, maar zelf ook zes wedstrijden door een blessure moest missen. Ook Jeremiah St. Juste en Eric Botteghin waren niet het hele seizoen zonder fysieke problemen beschikbaar. Daarnaast lijken Jan-Arie van der Heijden en Sven van Beek meerdere wedstrijden niet wedstrijdfit genoeg te zijn geweest om een vaste rol te spelen. Daardoor kon Van Bronckhorst achterin nog steeds niet langdurig bouwen op één vaste samenstelling. Onder de lat veranderde de situatie eveneens. Justin Bijlow leek door te breken als eerste doelman, maar viel langdurig weg. Dat werd opgevangen door de ervaren Kenneth Vermeer.
Voorin bleef Nicolai Jørgensen kwetsbaar. In het kampioensjaar was hij nog de spits waarop het elftal volledig kon leunen, maar daarna werd hij nooit meer zo constant fit en beslissend. Robin van Persie had op zijn leeftijd vanzelfsprekend niet meer het lichaam van een speler die alles kon spelen, maar bleef wel van grote waarde. Dat kwam vooral tot uiting in de 6-2-zege op Ajax, waarin zijn klasse nog één keer volledig zichtbaar werd.
Feyenoord had in 2018/19 nog steeds genoeg individuele kwaliteit en de blessurelast was niet extreem. Het probleem zat vooral in de beperkte vaste zekerheid. Achterin wisselde de samenstelling te vaak en voorin bleef de afhankelijkheid van momenten van klasse groot. Het werd uiteindelijk een seizoen zonder kampioenschap of beker.
| Speler | Gemiste wedstrijden |
| Ridgeciano Haps | 28 |
| Justin Bijlow | 27 |
| Nicolai Jørgensen | 12 |
| Jeremiah St. Juste | 10 |
| Eric Botteghin | 9 |
| Tyrell Malacia | 6 |
| Anderen | 13 |
| Totaal | 105 |
De rol van de staf
Het is lastig om precies aan te wijzen waarom Feyenoord in de eerste twee seizoenen onder Van Bronckhorst veel minder last had van blessureproblemen dan in de laatste twee seizoenen. Gedurende die vier jaar waren er geen grote wijzigingen in de technische en medische staf. Een blessuregolf ontstaat bovendien zelden door één oorzaak.
In 2017/18 kwamen veel factoren samen: een kampioensploeg die deels uit elkaar viel, nieuwe spelers die moesten worden ingepast, Champions League-belasting, terugkerende spelers uit blessureperiodes en meerdere individuele tegenvallers. In 2018/19 bleef die instabiliteit in de selectie zichtbaar, maar minder nadrukkelijk dan een seizoen eerder.
Conclusie: Van Bronckhorst presteerde het best met een vaste kern
De eerste periode van Giovanni van Bronckhorst bij Feyenoord is qua fitheid duidelijk in twee delen te knippen. In 2015/16 en 2016/17 kon hij bouwen op een stabiele kern. In 2015/16 hielp het ontbreken van Europees voetbal. In 2016/17 was het totale aantal gemiste wedstrijden door blessures weliswaar het hoogst, maar dat beeld wordt sterk beïnvloed door drie langdurige afwezigen: Kenneth Vermeer, Sven van Beek en Warner Hahn. Op hun wegvallen werd snel geanticipeerd. Brad Jones werd de vaste doelman en het centrum met Eric Botteghin en Jan-Arie van der Heijden groeide uit tot een betrouwbare combinatie. Daardoor bleef het elftal intact en herkenbaar.
In 2017/18 en 2018/19 was dat anders. Toen raakten meer spelers geblesseerd die een vaste of potentiële basisplaats hadden. Botteghin, Van der Heijden, St. Juste, Larsson, Haps, Bijlow en Jørgensen misten allemaal periodes of kwamen moeilijk in hun ritme. Het ging daardoor niet alleen om het aantal gemiste wedstrijden, maar vooral om de plekken waarop de blessures vielen. Van Bronckhorst moest vaker schuiven en kon minder goed bouwen aan automatismen.
Wat wel duidelijk is: net als Priske en Van Persie presteerde ook Van Bronckhorst minder optimaal in de seizoenen waarin blessureleed een grote rol speelde. Toen hij de beschikking had over een stabiele, fitte basis, reeg zijn team de punten aaneen, op de forse dip begin 2016 na. Als Rigaux erin slaagt een selectie samen te stellen die fysiek beter in balans is, met voldoende betrouwbare opties op kwetsbare posities, krijgt Van Bronckhorst opnieuw de kans om een team te smeden dat langdurig kan meestrijden om de nationale prijzen en ook Europees weer een rol van betekenis kan spelen.