Met poll
KNVB Campus Zeist [JESSY]

Jessy Domenie Photography

Nieuws

KNVB-baas over VAR: “Dat supporters niet meer zouden kunnen juichen is overdreven en een perceptie”

Dennis

Tien jaar geleden werd in Nederland geschiedenis geschreven toen voor het eerst live een Video Assistant Referee (VAR) werd ingezet in een officiële wedstrijd op het hoogste niveau. Een decennium later is de techniek niet meer weg te denken uit het voetbal. Maar de discussie over de VAR is er bepaald niet minder op geworden. “Ik kan als supporter niet meer juichen om een doelpunt”.

Algemeen Dagblad zette drie mannen aan tafel die vanuit totaal verschillende perspectieven naar de videoscheidsrechter kijken. Scheidsrechterbaas Raymond van Meenen en directeur Gijs de Jong behoorden namens de KNVB tot de pioniers die de komst van de VAR mede mogelijk maakten. Sterker nog, alleen als je voorstander was mocht je deelnemen aan de projectgroep. Andersdenkenden mochten niet meepraten. Journalist Sjoerd Mossou groeide juist uit tot een van de uitgesproken critici van de manier waarop de technologie wordt gebruikt.

Opvallend genoeg begon ook Mossou als enthousiasteling. Toch sloeg het enthousiasme om in twijfel. Volgens Mossou is de VAR inmiddels veel meer geworden dan het hulpmiddel waarvoor hij oorspronkelijk bedoeld was. De techniek moest overduidelijke fouten herstellen, maar inmiddels worden volgens hem ook steeds meer situaties in het grijze gebied uitvoerig onderzocht.

Van minder fouten naar de illusie van perfectie
Van Meenen begrijpt de kritiek. Het oorspronkelijke idee was volgens hem simpel: technologie gebruiken om scheidsrechters betere beslissingen te laten nemen. Wat de initiatiefnemers minder goed voorzagen, was dat supporters, trainers en clubs vervolgens een soort perfectie van de arbitrage gingen verwachten. „Er is techniek, dus er zal wel niks fout gaan”, vat Van Meenen die gedachte samen.

Mossou wijst erop dat voetbal juist ook draait om menselijke interpretatie. Tussen een overduidelijk goede en een overduidelijk foute beslissing bevindt zich een enorm grijs gebied. En volgens hem begeeft de VAR zich daar inmiddels te vaak in, op zoek naar de exacte wetenschap tot aan de lengte van een teennagel.

Niet meer juichen bij een doelpunt
Volgens De Jong moet echter niet worden vergeten wat de VAR daadwerkelijk heeft opgeleverd. Vorig seizoen greep de videoscheidsrechter 105 keer in. In 21 gevallen leidde dat alsnog tot een verkeerde beslissing. Maar volgens De Jong werden daarmee ook 84 fouten voorkomen. „Dat is de opbrengst onderaan de streep”, aldus Van Meenen. Mossou ziet dat duidelijk anders: „Sorry, hoor, maar dat vind ik scheidsrechtersgezwets. Voor jullie is dat belangrijk, maar ik kan als supporter niet meer juichen om een doelpunt.” De Jong wijft die kritiek weg: „Ach, Sjoerd, nu overdrijf je. Ik juich nog vaak genoeg. Ook dit is een kwestie van perceptie. Dit is hoe het in jouw hoofd zit.”

‘Hoe minder, hoe beter’
Een ander discussiepunt is het moment waarop de scheidsrechter naar het scherm wordt geroepen. Mossou vraagt zich af of dat niet juist het gezag van de arbiter aantast. „Als zijn beslissing overduidelijk fout is, waarom moet hij dan nog zelf kijken? En als dat niet zo is, dan heeft hij dus ook geen fout gemaakt?”

Van Meenen ziet daarin juist een dilemma. Veel beslissingen zijn immers niet objectief vast te stellen. De scheidsrechter moet uiteindelijk blijven interpreteren. Mossou pleit daarom voor terughoudendheid. „Hoe minder, hoe beter”, zegt hij over het aantal momenten waarop de VAR moet ingrijpen.

De discussie strekt zich inmiddels ook uit tot buitenspel. Mossou vindt het problematisch dat doelpunten worden afgekeurd wanneer een aanvaller met een minimale marge buitenspel staat. Van Meenen noemt het een interessante gedachte om daar een menselijke foutmarge tegenover te zetten, maar wijst erop dat de discussie uiteindelijk ook over de spelregel zelf gaat.

Technologie moet het voetbal ondersteunen
Over de toekomst verschillen de gesprekspartners eveneens van accent. Mossou zou de VAR het liefst afschalen. De Jong wijst juist op de mogelijkheden die nieuwe technologie biedt, waaronder AI, trackingsoftware en een chip in de bal. Van Meenen trekt daarbij een duidelijke grens: technologie moet het voetbal ondersteunen, niet overnemen.

Delen