Jim Breeman Sports Photography
Hoe Moneyball onder Eenhoorn en Rigaux terugkeert bij Feyenoord
Een club kan de beste data-analisten aantrekken en overal naar jonge talenten zoeken. Zonder een vaste voetbalidentiteit ontstaat echter nog geen Moneyball. Eerst moet duidelijk zijn hoe het elftal wil spelen. Pas daarna kan per positie worden bepaald welke eigenschappen nodig zijn en waar de markt die kwaliteiten nog onvoldoende waardeert.
Juist die volgorde raakte Feyenoord na het vertrek van Arne Slot gedeeltelijk kwijt. Anis Hadj Moussa werd vlak voor diens vertrek nog op aandringen van Slot vastgelegd. Daarna wisselde de speelwijze onder Brian Priske en Robin van Persie en werd een te klein deel van de transferopbrengsten besteed aan ondergewaardeerde spelers met veel groeipotentie.
Met Robert Eenhoorn en Dévy Rigaux aan het roer lijkt Feyenoord terug te keren naar het oude vertrekpunt. Eenhoorn verankerde Moneyball eerder bij AZ, terwijl Rigaux bij Club Brugge binnen een vergelijkbare waardecyclus werkte. De club koos nu een trainersduo dat de succesvolle voetbalprincipes uit de Slot-periode kent, haalde spelers met duidelijke functieprofielen en bleef investeren in de doorstroming vanuit Varkenoord. Na één transferperiode kan de nieuwe koers nog niet definitief worden beoordeeld. De eerste contouren zijn wel herkenbaar.
Eerst de speelwijze, dan de spelers
Na het vertrek van Van Persie passeerden uiteenlopende trainers de revue. Onder anderen de naam van Oliver Glasner zorgde voor hoge verwachtingen. Toen uiteindelijk Giovanni van Bronckhorst en Sipke Hulshoff werden aangesteld, reageerde een deel van de achterban daarom wat vertwijfeld. Werd met de terugkeer van twee oude bekenden wel voor voldoende vernieuwing gekozen?
Bekeken vanuit Moneyball is de keuze juist logisch. Van Bronckhorst kent de club, kan een spelersgroep leiden en heeft bewezen prijzen te kunnen winnen. Bovendien werkte hij afgelopen seizoen bij Liverpool onder Slot. Hulshoff deed dat twee seizoenen bij Feyenoord en daarna twee jaar bij Liverpool. Hij kent de trainingen en tactische details achter het voetbal waarmee Feyenoord tussen 2021 en 2024 zoveel succes boekte.
Dat betekent niet dat Van Bronckhorst het elftal van Slot probeert te kopiëren. Wel zijn de vertrouwde uitgangspunten terug. Feyenoord wil van achteruit opbouwen, de tegenstander hoog onder druk zetten, na balverlies direct reageren en met veel spelers op de helft van de tegenstander voetballen. De laatste lijn staat hoog en de controlerende middenvelder moet de ruimtes bewaken die door de aanvallende intenties ontstaan. Daardoor zijn de eisen per positie opnieuw duidelijker.
John de Wolf vervult een andere rol. Van Bronckhorst en Hulshoff zetten de tactische lijnen uit, terwijl De Wolf als assistent en cultuurbewaker voor continuïteit zorgt. Hij kent de kleedkamer en bewaakt de eisen die bij Feyenoord aan inzet en gedrag worden gesteld. Een voetbalidentiteit bestaat tenslotte niet alleen uit formaties en looplijnen.
De start biedt nog geen bewijs, maar wel aanwijzingen. Feyenoord verspeelde thuis punten tegen Go Ahead Eagles en ADO Den Haag, maar liet tegen PEC Zwolle en FC Utrecht zien waar de staf naartoe wil. De ploeg won met 0-7 en 5-0, creëerde veel kansen en bleef ook na een ruime voorsprong op meer doelpunten jagen. Met zeventien punten uit zeven wedstrijden ging Feyenoord de interlandperiode in.
Niet iedere aankoop hoeft een handelsobject te zijn
In het eerste deel onderscheidden we vijf kenmerken van Moneyball: een vaste voetbalidentiteit, data naast scouting, aandacht voor onderliggende voorspellers van succes, het benutten van marktinefficiënties en een verdienmodel waarin waarde wordt gecreëerd. Niet iedere transfer hoeft op alle vijf onderdelen te scoren. Een selectie met uitsluitend jonge handelsobjecten mist ervaring en stabiliteit.
De zeven externe aanwinsten van Rigaux zijn daarom in twee groepen te verdelen. Tjark Ernst, Nacho Ferri, Mika Mármol en Javi López kunnen zich ontwikkelen en later transferwaarde vertegenwoordigen. Charles Vanhoutte, Reiss Nelson en Florian Kastenmeier zijn vooral gehaald om het elftal en de selectie beter te laten functioneren.
Ook beschikbaarheid lijkt zwaarder te hebben meegewogen. Fitheid is geen zesde kenmerk van Moneyball, maar een onderliggende voorspeller van succes. Een speler die nauwelijks inzetbaar is, levert immers weinig sportieve en financiële waarde. Zes van de zeven externe aanwinsten kwamen uit seizoenen waarin zij veel speelden en niet langdurig uitgeschakeld waren. Dat past bij een intensieve speelwijze. Van Bronckhorst stelde in september bovendien vast dat zijn selectie er fysiek goed voor stond. Nelson vormt de duidelijke uitzondering.
Vanhoutte moet anderen beter maken
Charles Vanhoutte was de eerste aankoop van Rigaux en misschien wel de duidelijkste keuze voor het systeem. De 27-jarige Belg kwam voor ongeveer hetzelfde bedrag van OGC Nice als waarvoor de Franse club hem een jaar eerder bij Union Sint-Gillis had opgehaald. Een grote toekomstige transferwinst ligt daarom niet voor de hand.
Zijn rendement moet vooral op het veld zichtbaar worden. Bij Union was Vanhoutte de balansbewaker van een goed georganiseerde pressieploeg. Bij het onrustige Nice moest hij vaker grote ruimtes verdedigen en op de tegenstander reageren. Dat paste minder goed. Feyenoord haalde geen onbekende speler, maar iemand wiens waarde door de omstandigheden minder zichtbaar was geworden.
De ondergewaardeerde kwaliteit van Vanhoutte zit vooral in het denkende gedeelte van het spel. Hij scant voortdurend zijn omgeving, bewaakt de onderlinge afstanden en herkent wanneer hij risico moet nemen. Hij beschikt niet over een uitzonderlijke versnelling of splijtende pass, maar zijn positionering en controle geven spelers als Gjivai Zechiël en Luciano Valente hoger op het veld meer vrijheid. Als zij daardoor beter presteren en verder in waarde stijgen, levert Vanhoutte indirect alsnog financieel rendement op.
Ernst en Ferri zijn echte datatransfers
Tjark Ernst kwam voor vijf miljoen euro over van Hertha BSC. Een 23-jarige doelman uit de 2. Bundesliga spreekt minder tot de verbeelding dan een gevestigde keeper uit een grote competitie. Zijn laatste seizoen in Berlijn leverde echter uitzonderlijke cijfers op. Volgens datamodellen voorkwam hij ongeveer negen doelpunten meer dan op basis van de schoten op zijn doel mocht worden verwacht. Hij hield elf keer de nul en maakte geen fout die rechtstreeks tot een tegendoelpunt leidde.
Daar staat een belangrijke kanttekening tegenover. Ernst is vooral een sterke lijnkeeper met uitstekende reflexen en nog geen doelman die de opbouw domineert. Aan de bal kiest hij meestal voor een korte en veilige oplossing. Bij Feyenoord moet hij zich daarom nog ontwikkelen in het bespelen van de ruimte achter een hoge laatste lijn en het opbouwen onder druk. De transfer is gebaseerd op een uitzonderlijke kernkwaliteit en de verwachting dat de rest van zijn spel kan meegroeien.
Bij Nacho Ferri is de koppeling nog duidelijker. De 21-jarige spits maakte vorig seizoen elf competitiedoelpunten voor Westerlo. Dat aantal rechtvaardigde op zichzelf geen transfersom van negen miljoen euro. Geen speler in de Belgische competitie verzamelde echter meer expected goals. Ferri kwam dus uitzonderlijk vaak in kansrijke posities, maar benutte die kansen nog niet optimaal.
Met zijn lengte van 1,92 meter behoorde hij bovendien tot de beste spitsen van België in de luchtduels. Ferri maakte de meeste overtredingen van de competitie, maar werd zelf ook vaak onreglementair afgestopt. Slechts twee spelers overkwam dat vaker. De Spanjaard zoekt voortdurend de strijd en levert ook zonder bal veel arbeid. Dat past bij een ploeg die voorin druk wil zetten. Feyenoord betaalde voor de verwachting dat zijn positionering en fysieke kracht in een beter elftal tot meer doelpunten zouden leiden. Zijn hattrick tegen PEC Zwolle en treffer tegen FC Utrecht waren veelbelovend. Als zijn afwerking zich doorontwikkelt, dan is de investering van negen miljoen euro dat waard, al is bij een dergelijk bedrag een financieel risico aanwezig.
Met Ferri sorteerde Feyenoord bovendien vroeg voor op een vertrek van Ueda, die graag naar een competitie uit de Europese top vijf wilde. De Spanjaard tekende al vrijwel aan het begin van de voorbereiding. Toen Ueda twee maanden later naar Lille vertrok, had Ferri de speelwijze en zijn ploeggenoten al leren kennen. Daarmee beperkte Feyenoord het sportieve risico van een late spitsenwissel.
Mármol en López: twee kansen aan de linkerkant
Mika Mármol was geen onbekende die alleen door een algoritme werd ontdekt. De 24-jarige verdediger had bij Las Palmas ervaring opgedaan in La Liga en stond bij meerdere clubs in de belangstelling. De marktinefficiëntie zat vooral in zijn aflopende contract. Feyenoord betaalde geen transfersom, al staan daar bij een transfervrije speler doorgaans een hoger salaris en tekengeld tegenover.
Mármol is linksbenig, kan centraal en als linksback spelen en beschikt over meer dan alleen een goede inspeelpass. Hij kan indribbelen, de lange bal spelen en blijft ook onder hoge druk naar voren voetballen. Zijn startsnelheid helpt hem om achter een hoge laatste lijn grote ruimtes te verdedigen en na balverlies vroeg een passlijn af te sluiten. In de lucht en in zware fysieke duels is hij minder dominant. Feyenoord kreeg voor relatief beperkte instapkosten een speler die duidelijk bij de speelwijze past en nog in waarde kan stijgen.
Javi López vertegenwoordigt een ander soort risicobeheersing. De 24-jarige linksback speelde al meer dan honderd wedstrijden in La Liga, maar veroverde bij Real Sociedad geen vaste plaats. Bij Real Oviedo functioneerde hij afgelopen seizoen vaak als lage linksback en derde opbouwer. Dat is echter niet zijn enige manier van spelen. Bij Alavés kreeg hij vanuit een meer afwachtende speelwijze juist de vrijheid om in de omschakeling op te stomen en de buitenspeler te overlappen. Van Bronckhorst kan hem dus laag houden om Read aan de andere kant te laten doorschuiven, maar López kan ook zelf als aanvallende back worden gebruikt. Feyenoord huurt daarmee een tactisch veelzijdige speler en kan hem daarna voor naar zeven miljoen euro overnemen.
Wanneer López onvoldoende overtuigt, blijft Feyenoord niet met een lang contract en een hoge boekwaarde zitten. Ontwikkelt hij zich wel, dan kan de koopoptie worden gelicht voordat zijn nieuwe marktwaarde volledig in de prijs is verwerkt. Zo zijn de kosten bij een mislukking beperkt, terwijl Feyenoord bij succes van de waardestijging kan profiteren.
Nelson en Kastenmeier leveren een ander rendement
Reiss Nelson kwam transfervrij over van Arsenal en tekende voor één seizoen. De 26-jarige aanvaller kent Feyenoord, De Kuip en de voetbalprincipes uit zijn seizoen onder Slot. Zijn dribbel en individuele actie zijn nog altijd bijzondere kwaliteiten en voegen ervaring toe aan een jonge aanval.
Nelson is wel de uitzondering op het patroon van direct beschikbare aanwinsten. In de afgelopen vier seizoenen kwam hij tot minder dan 2.500 speelminuten. Blessures en een gebrek aan wedstrijdritme speelden daarbij een rol, terwijl zijn dribbels te weinig doelpunten en assists opleverden. Ook bij Feyenoord moest hij eerst individueel aan zijn fitheid werken. Doordat geen transfersom verschuldigd was en de looptijd beperkt bleef, is het financiële risico begrensd. Nelson moet wel bewijzen dat hij zijn individuele klasse aan rendement en structurele beschikbaarheid kan koppelen.
Florian Kastenmeier levert vooral indirect rendement. De 29-jarige doelman kwam transfervrij, tekende voor één seizoen met een optie en brengt 228 wedstrijden voor Fortuna Düsseldorf mee. Naast betrouwbare reserve is hij een ervaren sparringpartner voor de zes jaar jongere Ernst. Als Kastenmeier diens ontwikkeling bevordert, vertegenwoordigt hij ook zonder toekomstige transferwinst waarde voor Feyenoord.
Niet verkopen kan ook waardemanagement zijn
De vijfde pijler wordt vaak samengevat als goedkoop kopen en duur verkopen. Dat betekent niet dat een club ieder hoog bod onmiddellijk moet accepteren. Ook het juiste verkoopmoment maakt deel uit van waardemanagement.
Feyenoord wees afgelopen zomer biedingen af die voor Givairo Read inclusief bonussen richting de dertig miljoen euro gingen. Ook Lille kreeg Gjivai Zechiël niet los, hoewel de middenvelder zelf aanvankelijk openstond voor een vertrek. Rigaux behield zo twee jonge sterkhouders die zich in de Champions League verder kunnen ontwikkelen. Zechiël werd direct Speler van de Maand in augustus en verlengde zijn contract tot medio 2029.
Wanneer Read volgend jaar voor meer dan veertig miljoen euro vertrekt en Zechiël verder in waarde stijgt, heeft Feyenoord sportief én financieel gewonnen. Bij een ernstige blessure of terugval kan een eerder bod juist aantrekkelijk lijken. Moneyball neemt dat risico niet weg, maar vraagt om de sportieve bijdrage, Europese inkomsten en toekomstige transfersom gezamenlijk af te wegen.
De laatste marktwaarde-update geeft voorlopig steun aan die keuze. De geschatte selectiewaarde steeg volgens Transfermarkt van 210,725 miljoen naar 245,225 miljoen euro, ruim zestien procent. Read wordt op dertig miljoen euro gewaardeerd en Hadj Moussa op 28 miljoen euro. Het zijn geen gerealiseerde transfersommen, maar wel signalen dat behouden en ontwikkelen waarde kan creëren.
Varkenoord blijft de belangrijkste markt
De goedkoopste speler met groeipotentie kan ook al jaren op Varkenoord rondlopen. De door Frank Arnesen hervormde jeugdopleiding werd in de jaren onder Te Kloese steeds sterker. Van Persie verdient de erkenning dat hij de doorstroming afgelopen seizoen versnelde. Onder hem debuteerden Thijs Kraaijeveld, Tobias van den Elshout, Shaqueel van Persie, Ayoub Ouarghi. Ilai Grootfaam en Jivayno Zinhagel.
De nieuwe staf trekt die lijn door. Tijme Wessels maakte tegen Sparta zijn officiële debuut. Jerayno Schaken scoorde direct bij zijn debuut tegen NEC en werd met 17 jaar en 79 dagen de jongst scorende debutant ooit in de Eredivisie. Een week later maakte Zinhagel tegen PEC zijn eerste doelpunt voor Feyenoord 1. Kraaijeveld, Van den Elshout en Van Persie blijven dicht tegen het eerste elftal aanzitten.
Ook in de staf is de verbinding zichtbaar. Davey van den Berg, die zeventien jaar binnen de opleiding werkte, begeleidt talenten bij de overgang naar Feyenoord 1. Daarmee wordt doorstroming geen toevallig gevolg van blessures, maar een vast onderdeel van het beleid.
Dat past volledig bij Moneyball. Een zelfopgeleide speler kost geen transfersom, kent de voetbalprincipes en kan bij een doorbraak snel veel waarde vertegenwoordigen. Een vaste speelwijze maakt de stap bovendien kleiner en helpt de club te bepalen welke talenten aan de eisen van het eerste elftal voldoen.
De terugkeer is ingezet, het bewijs moet nog volgen
Feyenoord lijkt onder Eenhoorn en Rigaux opnieuw duidelijker volgens Moneyball te werken. De voetbalidentiteit is herkenbaarder, de aankopen hebben afgebakende functies, beschikbaarheid weegt zwaarder mee, contractconstructies beperken het risico en de jeugdopleiding wordt aan het eerste elftal gekoppeld. Vanhoutte en Kastenmeier moeten bovendien de voorwaarden scheppen waaronder jongere spelers beter presteren. Nelson biedt met zijn individuele kwaliteit een kans, maar vormt tegelijk een fitheidsrisico.
Het succes is daarmee nog niet bewezen. Ernst moet zijn kwaliteiten op de doellijn combineren met de eisen die het opbouwende spel aan hem stelt. Ferri moet zijn sterke onderliggende cijfers structureel in doelpunten omzetten, Mármol moet zich in fysieke duels bewijzen en López moet laten zien welke rol het beste bij hem past. Bij Nelson blijven fitheid en rendement de grote vraagtekens. Pas na meerdere transferperiodes en latere verkopen kan de opbrengst van de nieuwe koers worden vastgesteld.