Pro Shots
Onderzoek • Van zetel naar zetel: het bestuurlijke web rond Feyenoord
Feyenoord telt niet alleen een directie en een Raad van Commissarissen. Daarachter bevinden zich stichtingen, aandeelhouders en voordrachtsrechten die voortdurend met elkaar verbonden zijn. Bestuurders verdwijnen uit het ene orgaan en duiken op in het volgende. Ondertussen verdween bij Stichting Het Feyenoord Legioen juist het recht van supporters op een verplichte verkiezing. De nieuwe algemeen directeur Robert Eenhoorn pleit voor een eenvoudigere organisatie. Een reconstructie van de benoemingen en statuten laat zien waarom die wens niet zomaar zal zijn gerealiseerd.
De bestuurlijke organisatie van Feyenoord is voor de gemiddelde supporter nauwelijks te doorgronden. In het eerste deel van dit drieluik beschreven we de verschillende organen en hun bevoegdheden. In dit deel leggen we hun onderlinge verbindingen bloot. Dan blijken sommige functies niet alleen met elkaar verbonden, maar is ook zichtbaar hoe dezelfde bestuurders op verschillende momenten terugkeren.
Dat is extra relevant nu Robert Eenhoorn de ingewikkelde organisatie zelf ter discussie stelt. In een interview met het Algemeen Dagblad van 23 oktober 2026 zei de algemeen directeur: "We hebben met tien entiteiten te maken bij deze club." Zijn conclusie: "Als er iets niet efficiënt is, dan is het de governance." Eenhoorn sprak daarbij over de entiteiten die hij in de jaarrekening zag. Dat zijn niet automatisch dezelfde bestuursorganen, stichtingen en aandeelhouders die in dit artikel aan bod komen. Maar zijn boodschap is helder: Feyenoord moet zijn bestuurlijke organisatie eenvoudiger en effectiever maken.
Eenhoorn zag het probleem al voor zijn komst
Die kritiek komt niet uit het niets. In februari 2026, toen zijn naam circuleerde als mogelijke algemeen directeur, beschreef Eenhoorn bij FC Afkicken hoe voetbalclubs na financiële problemen te maken krijgen met investeerders die invloed op belangrijke beslissingen willen houden. Hoe meer partijen met een eigen positie aan tafel zitten, hoe lastiger volgens hem besluiten worden. Hij noemde PSV en AZ als voorbeelden van een overzichtelijkere verdeling: een directie die bestuurt en een RvC die op afstand controleert.
Feyenoord stond toen al voor een reorganisatie van club en stadion. Eenhoorn wist dus aan welke bestuurlijke puzzel hij mogelijk zou beginnen. Nu is hij verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van een club waarin het historische compromis tussen bescherming, financiering en zeggenschap nog altijd doorwerkt.
De cirkel van voordrachten
De belangrijkste verbinding is terug te lezen in de statuten. De Raad van Commissarissen mag de voorzitter van Stichting Het Feyenoord Legioen bindend voordragen. De directie van Feyenoord mag daarnaast één andere bestuurder voordragen. Het derde bestuurslid komt uit de deelnemers van de stichting.
Vervolgens mag Het Legioen één bestuurder bindend voordragen voor Stichting Continuïteit Feyenoord (StiCo). Die stichting houdt het bijzondere aandeel dat onder meer naam, kleuren en identiteit van Feyenoord beschermt. StiCo is bovendien meerderheidsaandeelhouder van Feyenoord Rotterdam N.V. en oefent via die positie invloed uit op de samenstelling van de RvC. Via een andere route hebben ook de houders van gewone aandelen, waaronder de Vrienden van Feyenoord, voordrachtsrechten.
De cirkel is daarmee eenvoudig samen te vatten: RvC → Het Legioen → StiCo → RvC. Het is geen automatische benoeming van zichzelf: de statuten schrijven meerdere besluitvormingsstappen voor. Maar de ene bestuurlijke kring heeft aantoonbaar invloed op de samenstelling van de andere. Wie vraagt wie daarvoor verantwoordelijkheid aflegt, komt uiteindelijk opvallend vaak bij dezelfde organen uit.
De vraag is niet of deze constructie op papier is toegestaan. De vraag is welke onafhankelijke tegenmacht overblijft wanneer de organen die elkaar moeten controleren ook invloed hebben op elkaars bezetting. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom Eenhoorn juist in deze structuur een bestuurlijke belemmering ziet.
Vier bestuurders, meerdere bestuurszetels
De namen achter dat schema maken het concreet. Pim Blokland kwam in december 2010 namens de Vrienden van Feyenoord in de RvC. De investeerders hadden de club financieel geholpen en kregen daar aandelen en invloed voor terug. Blokland vertrok eind 2016 als commissaris, maar bleef betrokken bij de Vrienden van Feyenoord en werd later bestuurder van StiCo. In oktober 2026 maakt hij nog altijd deel uit van het StiCo-bestuur.
Gérard Moussault bewandelde eerder de omgekeerde weg: vanuit StiCo werd hij in 2015 voorgedragen en vervolgens commissaris bij Feyenoord. Daarnaast was hij voorzitter van Stichting Het Feyenoord Legioen. Peter van der Laan ging in mei 2020 vanuit StiCo naar de RvC, namens de Vrienden van Feyenoord. Zijn plaats bij StiCo werd overgenomen door Hans Vervat.
Vier jaar later vond opnieuw een wisseling plaats. Ronald Brus, sinds 2020 commissaris namens de VvF, verliet in mei 2024 de RvC en trad toe tot StiCo. Daar volgde hij Hans Vervat op. Tegelijkertijd werden Brus en Van der Laan in de RvC vervangen door Rob Tromp en Alexander van der Lely. Feyenoord maakte deze wisselingen op 29 mei 2024 zelf bekend.
Bestuurders wisselen dus niet simpelweg van baan en verdwijnen uit het zicht. In meerdere gevallen komen zij terug in een ander orgaan dat juist invloed heeft op de club waar zij eerder toezicht hielden. Ervaring wordt op deze manier binnen de organisatie behouden. Maar vernieuwing blijft afhankelijk van een bestuurlijke kring die zichzelf telkens opnieuw tegenkomt. Niet ieder nieuw visitekaartje betekent daarmee ook een nieuwe blik op de club.
Oktober 2023: eerst Moussaults vertrek, dan nieuwe statuten
De periode rond het vertrek van Moussault is een schoolvoorbeeld van de onderlinge verbindingen. Volgens het jaarverslag begon Eelco Blok op 5 september 2023 als commissaris bij Feyenoord. Moussault was na twee termijnen van vier jaar niet meer herbenoembaar in de RvC.
Op dat moment was Moussault ook voorzitter van Stichting Het Feyenoord Legioen. En precies daar veranderden de regels. Op 12 oktober 2023, slechts een maand na de openbare mededeling over zijn RvC-vertrek, werden de statuten van de supportersstichting opnieuw vastgesteld.
Daarbij vielen twee wijzigingen op. Niet alleen verdween de verplichte verkiezingsprocedure waarmee supporters hun vertegenwoordiger voor StiCo konden kiezen, ook de maximale zittingsduur van bestuurders werd verruimd van acht naar twaalf jaar.
Die laatste wijziging was bijzonder relevant voor Chris de Back. Hij was op 29 februari 2016 aangetreden als bestuurder van Het Legioen (na verkiezingen) en naderde daarmee, uitgaande van een reguliere herbenoeming in 2020, het einde van zijn tweede termijn. Volgens de oorspronkelijke statuten uit 2008 kon hij daarna niet opnieuw worden benoemd. Door de wijziging van oktober 2023 werd een derde termijn alsnog mogelijk.
Daarmee werden enkele maanden voordat De Back de oorspronkelijke termijnlimiet bereikte de regels aangepast, terwijl tegelijkertijd de verplichte inspraak van supporters (leden van Het Legioen) werd geschrapt.
Vier maanden na de statutenwijziging volgde opnieuw een opmerkelijke bestuurswisseling. Op 15 februari 2024 trad Toon van Bodegom, op dat moment president-commissaris van Feyenoord, aan als voorzitter van Het Legioen. Hij verving Gérard Moussault. De volgorde is daarmee opvallend: Moussault vertrekt uit de RvC, de statuten van Het Legioen worden gewijzigd, De Back krijgt statutair de mogelijkheid langer aan te blijven en vervolgens neemt de zittende president-commissaris het voorzitterschap van de stichting over.
Waarom werden juist in deze overgangsperiode de regels aangepast? Waarom werd de maximale zittingsduur verruimd op het moment dat De Back zijn oorspronkelijke termijnlimiet naderde? En waarom werd tegelijkertijd de rechtstreekse verkiezing door supporters geschrapt?
Daar komt nog een vraag bij: waarom werd juist de voorzitter van de RvC naar voren geschoven om Moussault bij Het Legioen op te volgen, in plaats van iemand van buiten de bestaande bestuurlijke kring? Het zijn vragen die de toenmalige bestuurders en de RvC behoren te beantwoorden. Echter, deze aanpassingen in Stichting Het Legioen, waar ruim 100.000 supporters 'deelnemer' van zijn, zijn nooit naar buiten gecommuniceerd.
Ronald Brus en Peter van der Laan waren in deze periode nog commissarissen. Zij maakten deel uit van de RvC toen Blok werd benoemd, de statuten van Het Legioen wijzigden en Van Bodegom daar voorzitter werd. Ook daarom is het relevant hoe de raad de voordracht van zijn eigen voorzitter heeft behandeld. Brus vertrok enkele maanden later zelf naar StiCo.
Het Legioen: van inkomstenmodel én inspraak naar bestuurlijke controle
Voor de betekenis van de statutenwijziging moeten we terug naar 2007. Feyenoord kende al een onafhankelijke supportersvereniging, maar commissaris Boudewijn Poelmann en commercieel directeur Chris Woerts werkten aan een eigen officiële supportersclub. Voor veertig euro per jaar konden supporters deelnemen en kregen zij onder meer een magazine en voordelen. Het was óók een interessant verdienmodel voor Feyenoord: een grote groep betalende deelnemers leverde terugkerende inkomsten op.
Daar stond ook een bestuurlijke belofte tegenover. Het nieuwe Legioen zou supporters dichter bij de besluitvorming brengen. Poelmann sprak destijds zelfs over de mogelijkheid dat supporters op langere termijn het clubbestuur konden benoemen of wegsturen. Daarmee werd de nieuwe stichting niet alleen als commercieel product verkocht, maar ook als een stap naar invloed op Feyenoord.
In de oprichtingsstatuten van 28 januari 2008 kreeg dat verhaal een tastbare betekenis. Artikel 3 noemde verkiezingen voor vertegenwoordiging in StiCo als een van de doelen. Artikel 8 legde de procedure vast: het bestuur droeg vijf kandidaten voor, deelnemers konden een maand stemmen en de winnaar werd bindend voorgedragen voor StiCo. Voor de benoeming van een bestuurder uit Het Legioen was bovendien raadpleging van deelnemers voorgeschreven.
Bij de statutenwijziging van 12 oktober 2023 verdwenen die waarborgen. Het Legioen behield het recht een bestuurder voor StiCo voor te dragen, maar voortaan bepaalt het stichtingsbestuur zélf de selectieprocedure. De verplichte raadpleging van deelnemers bij de benoeming van hun eigen bestuursvertegenwoordiger werd eveneens geschrapt.
Het gevolg is concreet: deelnemers hebben geen statutair gegarandeerde verkiezing meer voor hun vertegenwoordiger richting StiCo. Een bestuur kan nog vrijwillig stemmen organiseren, maar supporters hebben niet meer het recht op de procedure die in 2008 zorgvuldig was vastgelegd. Van de oorspronkelijke bestuurlijke belofte is daarmee een essentieel onderdeel verdwenen.
Dat is een opmerkelijke ontwikkeling voor een stichting die werd gelanceerd als extra kanaal voor supportersinvloed. Aan de ene kant bleven de contributie en supportersactiviteiten bestaan; aan de andere kant verdween de verplichte verkiezing. Waarom is uitgerekend het stemrecht geschrapt waarmee de oprichting van Het Legioen destijds mede werd gerechtvaardigd?
Het gaat daarbij niet om de eis dat supporters in elke toekomstige bestuursstructuur mee moeten beslissen. Het gaat om het verschil tussen wat in 2007 werd voorgespiegeld, in 2008 werd vastgelegd en in 2023 weer is losgelaten.
Waarom bestaat Stichting Het Feyenoord Legioen eigenlijk nog?
Voor een Legioen-lidmaatschap betalen supporters tegenwoordig 54 euro per jaar. Feyenoord biedt daarvoor concrete voordelen: voorrang bij de kaartverkoop en de aanschaf van seizoenkaarten, toegang tot Feyenoord ONE en korting in de Fanshop. Dat maakt het lidmaatschap voor supporters aantrekkelijk als commercieel product, zeker wanneer toegang tot populaire wedstrijden schaars is.
Maar een lidmaatschap met dergelijke voordelen is iets anders dan een stichting met een eigen bestuur en een bindend voordrachtsrecht richting StiCo. Waarom moet die afzonderlijke stichting nog bestaan? Is Het Legioen in de praktijk vooral een betaalde clubkaart geworden om eerder tickets te kunnen kopen, of heeft het ook nog aantoonbare betekenis voor de bestuurlijke vertegenwoordiging van supporters?
Het stichtingsbestuur bestaat uit Toon van Bodegom, Pieter Smorenburg en Chris de Back. Dat bestuur bepaalt sinds 2023 de procedure voor de kandidaatstelling richting StiCo. Daarmee ligt een logische vraag op tafel: welke verantwoording legt dit bestuur aan de deelnemers af over zijn voordrachten en besluiten? En welke bestuurlijke meerwaarde ervaren de leden daarvan, buiten de kortingen, diensten en voorrangsrechten die ze met hun contributie aanschaffen?
Het geval Michiel Gilsing maakt de vraag concreet. Hij kwam in 2018 nog dankzij stemmen van Legioen-deelnemers op de voordracht voor StiCo. Maar welke terugkoppeling heeft de achterban sindsdien van hem en van het Legioen-bestuur gekregen over die vertegenwoordiging? Als de stichting haar bestuurlijke rol wil behouden, mag zij uitleggen wat deze vandaag nog inhoudt.
Twee van de drie stemmen komen uit de clubtop
De huidige drie bestuurders van Het Legioen zijn Toon van Bodegom, Pieter Smorenburg en Chris de Back. Van Bodegom is president-commissaris van Feyenoord en Smorenburg financieel directeur. Twee van de drie bestuurders hebben dus ook een sleutelpositie bij de betaaldvoetbalorganisatie.
Bij gewone besluiten beslist het bestuur met een volstrekte meerderheid, met ten minste twee aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. Van Bodegom en Smorenburg kunnen samen een meerderheid vormen, ook als De Back anders stemt. De statuten kennen bijzondere regels voor onder meer tegenstrijdige belangen en statutenwijzigingen, maar dat verandert niets aan deze gewone stemverhouding.
Daar zit de kern van het probleem. De stichting die supporters via verkiezingen een stem moest geven in StiCo, wordt in de dagelijkse besluitvorming gedomineerd door twee bestuurders uit de Feyenoord-top. Het woord supportersinspraak klinkt in die omstandigheden steeds minder overtuigend.
Wie vertegenwoordigt Het Legioen dan werkelijk: zijn betalende deelnemers, of de organisatie die hen de contributie laat betalen?
Ook bij StiCo is blijven zitten mogelijk
StiCo is op haar beurt geen neutraal administratiekantoor. De stichting bewaakt de identiteit van Feyenoord via het bijzondere aandeel en oefent als meerderheidsaandeelhouder rechten uit bij onder meer benoemingen en vaststelling van de jaarrekening. Volgens de geldende statuten wordt één bestuurder op bindende voordracht van Het Legioen benoemd, hebben houders van gewone aandelen voordrachtsrechten en worden overige bestuurders mede via de eigen bestuurlijke kring voorgedragen.
Opvallend is bovendien dat in de huidige StiCo-statuten geen maximum van twee bestuurstermijnen meer staat. Die beperking bestond wel: in 2010 mocht een bestuurder na zijn eerste termijn nog één keer worden herbenoemd. In de statutenwijziging van 25 juli 2013 is die grens geschrapt. Sindsdien staat er dat een bestuurder na aftreden volgens rooster direct herbenoembaar is. Dezelfde bestuurders kunnen dus langer invloed blijven uitoefenen zonder dat eerst de statuten moeten worden aangepast.
Voor de bescherming van naam, clubkleuren en De Kuip is stabiliteit wenselijk. Maar juist een stichting met zulke rechten moet ook laten zien dat de samenstelling niet verzandt in een kring waarin oud-commissarissen elkaar blijven opvolgen. Continuïteit van Feyenoord mag niet automatisch continuïteit van dezelfde bestuurders betekenen.
Waarom moest Opstelten volgens Feyenoord weg, maar kan Gilsing blijven?
De in 2013 geschrapte termijnbeperking zet een officiële mededeling uit 2023 in een opmerkelijk daglicht. Op 28 september 2023 presenteerde Feyenoord Allard Castelein als de nieuwe StiCo-voorzitter, met ingang van 1 januari 2024. Hij zou Ivo Opstelten opvolgen. De club schreef daarbij expliciet dat Opstelten na twee perioden van vier jaar niet in aanmerking kwam voor herbenoeming. Maar die verplichting om na twee termijnen te vertrekken stond op dat moment al ruim tien jaar niet meer in de StiCo-statuten.
De beperking was immers op 25 juli 2013 geschrapt. De officiële toelichting van Feyenoord paste daarmee niet bij de geldende statutaire regeling: een nieuwe benoeming van Opstelten was in beginsel mogelijk. Dat Opstelten vertrok, is één ding. Dat de club zijn vertrek verklaarde met een regel die al tien jaar niet meer gold, is iets anders.
Waarom communiceerde Feyenoord dat Opstelten niet meer kon worden herbenoemd? Welke regel of afspraak werd daar dan wél mee bedoeld? Een bestuursorganisatie die zorgvuldigheid van anderen vraagt, moet daarover zelf helder zijn.
Dat is extra actueel door de positie van Michiel Gilsing. Hij werd na een verkiezing onder deelnemers van Het Legioen in september 2018 kandidaat voor StiCo. Hij kreeg 33 procent van de stemmen; bijna drieduizend deelnemers namen aan de stemming deel. Op 1 november 2018 trad hij aan. Bij een reguliere herbenoeming in 2022 nadert zijn tweede termijn dus rond 1 november 2026 het einde.
Voor Gilsing is een derde termijn volgens de huidige statuten wel degelijk mogelijk. Daarvoor is een rechtsgeldig herbenoemingsbesluit nodig, maar de oude grens van twee termijnen staat niet meer in de weg. En waar de supporters hem in 2018 zelf konden kiezen, is zo'n verkiezing sinds de wijziging van de statuten van Het Legioen in 2023 niet langer verplicht.
Gilsing werd destijds aan de achterban gepresenteerd als de man die haar stem naar StiCo zou brengen. Acht jaar later dringt een simpele vraag zich op: wat hebben de supporters sindsdien van hun vertegenwoordiger gehoord?
Welke onderwerpen heeft hij namens zijn voordracht ingebracht en waar kunnen deelnemers daarvan kennisnemen? En welke rol speelt het bestuur van Het Legioen in de verantwoording over die zetel? Een onafhankelijke bestuursfunctie hoeft geen dagelijks overleg met supporters te betekenen, maar sluit een heldere publieke uitleg over het nut van die vertegenwoordiging niet uit.
De tegenstelling met Opstelten maakt het vraagstuk nog scherper: waarom werd de één uitgezwaaid met een beroep op een niet meer geldende termijnlimiet, terwijl de ander op basis van de bestaande regels gewoon aan een derde termijn kan beginnen?
Van Bodegom: aflopende termijn, blijvende invloed?
Van Bodegom trad op 1 maart 2019 aan als president-commissaris en werd op 2 februari 2023 herbenoemd. Zijn tweede reguliere termijn loopt begin februari 2027 af. Feyenoord kondigde zijn oorspronkelijke benoeming maanden van tevoren aan. Een nieuwe president-commissaris is nog niet op vergelijkbare wijze gepresenteerd.
Een derde termijn is volgens artikel 14A.2 van de statuten van Feyenoord Rotterdam N.V. niet categorisch uitgesloten. De normale regel is vier jaar en maximaal één herbenoeming, maar de algemene vergadering kan uitdrukkelijk anders besluiten. De Telegraaf berichtte eerder dat Van Bodegom geen derde termijn nastreeft. Het blijft dus een statutaire mogelijkheid, geen aangekondigd besluit.
Belangrijker is dat een vertrek uit de RvC niet automatisch zijn positie bij Het Legioen beëindigt. Zelfs na zijn vertrek als president-commissaris kan Van Bodegom via Het Legioen een rol behouden in de cirkel die naar StiCo leidt. Juist daarom is zijn voorzitterschap van de supportersstichting meer dan een bijkomende bestuursfunctie.
En er is nog een andere statutaire mogelijkheid: Van Bodegom zou na zijn RvC-periode ook zelf bestuurder bij StiCo kunnen worden. Het StiCo-bestuur kan binnen de eigen benoemingsregels kandidaten voor de overige zetels voordragen en benoemen. Een dergelijke overstap is niet aangekondigd en is niet meer dan een mogelijke route. Maar na de bewegingen van Blokland, Moussault en Brus zou ook die verschuiving binnen het bestaande systeem passen.
Dat zegt iets over de constructie: wie een zetel verlaat, hoeft daarmee nog niet uit de bestuurlijke invloedssfeer te verdwijnen. Wie volgt Van Bodegom bij de RvC op? Komt er werkelijk iemand van buiten, of wordt opnieuw binnen dezelfde kring geschoven?
Sinds Troost vertrok, ontbreekt voetbaltechnische ervaring in de RvC
Er speelt meer dan alleen de opvolging van de voorzitter. In februari 2026 stelde Sjaak Troost zijn commissariaat ter beschikking. Met de voormalig Feyenoord-speler en oud-technisch directeur verdween de enige RvC-commissaris met een professionele loopbaan in het voetbal zelf. Maar er was een kanttekening. 'Ter beschikking' betekende niet dat Troost niets meer deed.
Op 6 augustus 2026 werd Lowick Barg zijn opvolger. Barg brengt expertise mee vanuit financiën, bouw en vastgoed en was al actief bij Stadion Feijenoord. Dat is relevant voor de integratie van club en stadion. Maar de vrijgekomen zetel van Troost werd niet gebruikt om nieuwe voetbaltechnische deskundigheid aan de raad toe te voegen.
De huidige commissarissen Van Bodegom, Barg, Eelco Blok, Rob Tromp en Alexander van der Lely hebben vooral zakelijke en bestuurlijke achtergronden. Een directe professionele voetbalachtergrond zoals die van Troost ontbreekt. Dat is opvallend bij een organisatie waarin het eerste elftal en de technische koers uiteindelijk allesbepalend zijn voor de inkomsten en prestaties.
De naderende afloop van Van Bodegoms termijn maakt die lacune opnieuw relevant. Waarom werd bij de komst van Barg niet meteen bekeken of hij op termijn Van Bodegom kon opvolgen, zodat de plek van Troost beschikbaar bleef voor iemand met voetbalverstand? De voorzitter hoeft immers niet zelf de voetbalman te zijn; de RvC moet als geheel wel voldoende relevante kennis hebben.
En dus komt dezelfde vraag terug: zoekt Feyenoord straks een nieuwe commissaris die iets toevoegt wat de raad mist, of kiest de club opnieuw voor iemand die al bekend is binnen het netwerk van commissarissen, aandeelhouders en stichtingen?
Wie hield toezicht op de financiële koers?
De bestuurlijke verwevenheid is niet alleen een kwestie van benoemingen. Zij raakt ook aan de vraag wie de directie op prestaties aanspreekt. Feyenoord rapporteerde over 2025/2026 een omzet van 115,2 miljoen euro, een operationeel verlies van 25,7 miljoen euro en een nettoverlies van 12,6 miljoen euro. Een jaar eerder was er nog een nettowinst van 23 miljoen euro. Bij de publicatie van dat recordjaar in oktober 2025 verwachtte de club ook over 2025/2026 nog een positief nettoresultaat. Uiteindelijk werd het 12,6 miljoen euro verlies. De omzet daalde met 51,5 miljoen euro, vooral door lagere Europese inkomsten, terwijl het kostenniveau nagenoeg gelijk bleef.
Eenhoorn wees in het AD-interview nadrukkelijk op een risico dat iedere voetbalclub kent: de sterk wisselende inkomsten uit de Champions League en Europa League. Zijn waarschuwing kwam erop neer dat incidentele inkomsten niet als vaste dekking voor structurele kosten mogen worden behandeld. Hij opperde dat de vroegere verwachting van een tweede Nederlands Champions League-ticket mogelijk een rol had gespeeld bij de inschattingen van zijn voorganger. Het is geen vaststelling van welke aannames daadwerkelijk in de begroting zijn verwerkt, maar wel een scherpe kritiek op financiële afhankelijkheid van Europees succes.
De RvC houdt volgens de statuten toezicht op het beleid van de directie en heeft goedkeuringsrechten bij de begroting en belangrijke besluiten. Toon van Bodegom was gedurende de hele periode president-commissaris. Eelco Blok maakte sinds september 2023 deel uit van de raad; Rob Tromp en Alexander van der Lely kwamen in mei 2024. Ook zij hielden dus toezicht in het seizoen waarin de club een fors verlies boekte.
Het is te eenvoudig om de omslag in de cijfers alleen aan de RvC toe te schrijven. Maar met zulke verschillen tussen inkomsten en structurele kosten mag de vraag wél worden gesteld: welke risico's heeft de RvC vooraf geaccepteerd, welke begroting is goedgekeurd en hoe is de directie daarop gecontroleerd? De commissarissen zitten er niet alleen om bij voorspoed op de foto te staan.
StiCo heeft niet dezelfde operationele toezichtstaak als de RvC, maar beoordeelt als aandeelhouder wel benoemingen en de jaarrekening. Ook daar hoort de vraag thuis of de juiste mensen op de juiste plaatsen zitten, vooral wanneer sommigen na een vertrek als commissaris in StiCo terugkeren. Een volgende benoemingsronde zou ook een moment van openbare verantwoording moeten zijn, niet alleen een wisseling van namen op het organogram.
De hervormer zit midden in het systeem
De wens van Eenhoorn om Feyenoord eenvoudiger te besturen klinkt daarom logisch. Hij trof geen blanco organisatie aan, maar een web van historische afspraken met de Vrienden van Feyenoord, zelfstandige stichtingen, een supportersorganisatie en twee inmiddels gezamenlijk aangestuurde vennootschappen voor club en stadion.
Ook over de Vrienden van Feyenoord was hij tegenover het AD duidelijk: hij wil hun aandelen op termijn terugkopen, maar uitsluitend wanneer de club dat financieel kan dragen. Dat is precies de spanning in dit dossier. De investeerders hielpen Feyenoord uit financiële nood en kregen zeggenschap; het afbouwen van die afhankelijkheid kost geld. Maar de vraag welke historische rechten nog bij de huidige club passen, kan niet eeuwig worden uitgesteld.
Het probleem is niet dat al deze partijen ooit een nuttige reden hadden om te ontstaan. Het probleem is dat hun rechten en bestuursfuncties steeds sterker met elkaar zijn verknoopt. Een investeerder die Feyenoord hielp in een noodsituatie, verdient erkenning. StiCo vervult een belangrijke functie in het bewaken van de identiteit. Het Legioen had ooit de expliciete opdracht om supporters via verkiezingen te betrekken. Maar die historische doelen zijn geen argument om iedere bestaande zetel en ieder voordrachtsrecht onaangetast te laten.
De statutenwijziging van Het Legioen toont bovendien dat aanpassing van die regels wél mogelijk is. In 2023 verdwenen de verplichte supportersverkiezingen en kregen bestuurders meer ruimte om aan te blijven. Waarom was die aanpassing wel gewenst, maar is nooit overtuigend uitgelegd welke bestuurlijke functie de stichting daarna nog voor haar deelnemers vervult? Dat is iets anders dan eisen dat supporters in een volgende structuur opnieuw stemrecht krijgen: het vraagt om een heldere keuze en een eerlijke uitleg.
De aflopende termijnen van Van Bodegom en mogelijk Gilsing maken die vraag concreet. Worden bestaande zetels opnieuw ingevuld door bekende gezichten, of wordt ook kritisch gekeken naar de kwaliteit van het toezicht en de noodzaak van ieder afzonderlijk bestuursorgaan? Het contrast met de uitleg over Opsteltens vertrek laat bovendien zien hoe belangrijk het is dat de club bij zulke besluiten zelf de juiste regels communiceert.
Dit tweede deel maakt zichtbaar waarom bestuurlijke verandering bij Feyenoord meer vraagt dan alleen een nieuwe directeur. Wie een ingewikkelde organisatiestructuur wil versimpelen, raakt aan de bevoegdheden van de mensen die nu de voordrachten doen en de besluiten nemen. In het derde en laatste deel onderzoeken we zelf hoe het ook kan: een heldere en slagvaardige bestuursstructuur, voortgebracht uit Feyenoords eigen kracht, met onafhankelijk toezicht, duidelijke verantwoordelijkheden en organen die ieder een aantoonbare functie vervullen.
Deel 1 nog eens lezen? Kijk dan op het 'Lees ook' artikel hieronder.