Rendement-spook duikt al vroeg in het seizoen op; wie heeft scorend vermogen?
Feyenoord creëerde zondag in de stadsderby tegen Sparta een recordaantal kansen, maar moest desondanks tot het laatste fluitsignaal billenknijpen om de nipte 0-1 overwinning over de streep te trekken. Waar enkele spelers na afloop voor de camera’s verschenen met de geruststellende boodschap dat het scorend vermogen vanzelf zal toenemen, vertellen de cijfers een ander verhaal. Feyenoord schreeuwt al langer om spelers die goed voetbal ook daadwerkelijk in doelpunten kunnen uitdrukken.
De vraag dringt zich dan ook vroeg in het seizoen op: beschikt Feyenoord over voldoende rendement om mee te doen om de prijzen? De concurrentie heeft de afgelopen transferperiode nadrukkelijk geïnvesteerd in spelers die hun waarde al met doelpunten hebben bewezen. In de selecties van PSV en Ajax loopt een brede verzameling spelers rond die bewezen hebben goed te zijn voor tien goals of meer per seizoen. In Rotterdam ligt dat anders.
Afhankelijkheid is geen luxe
Wie de cijfers van de afgelopen seizoenen erbij pakt, ziet dat Feyenoord opvallend afhankelijk is van een kleine groep doelpuntenmakers. Vorig seizoen kwam een groot deel van de productie op naam van Ayase Ueda, Anis Hadj Moussa en Sem Steijn. Ueda nam het grootste aandeel voor zijn rekening, Hadj Moussa volgde op gepaste afstand en Steijn zat daar weer vlak achter, ondanks het feit dat hij lange tijd uit de roulatie was met een blessure. Gezamenlijk waren zij betrokken bij ongeveer driekwart van de totale doelpuntenproductie.
Een seizoen eerder was het beeld vergelijkbaar. Toen waren Igor Paixão, Ueda en Hadj Moussa de belangrijkste leveranciers van goals. De conclusie is moeilijk te ontwijken: Feyenoord leunt al jaren zwaar op enkele spelers als het gaat om het afmaken van kansen.
Dat maakt de huidige situatie extra interessant. Ueda en Hadj Moussa kunnen deze transferwindow nog vertrekken, terwijl Steijn het momenteel met een reserverol moet doen. Wie schiet de doelpunten dan binnen?
Tegen Sparta was het veldspel gedurende lange fases uitstekend. Feyenoord creëerde kans na kans, maar die waren niet aan Gaoussou Diarra (2x), Gjivai Zechiël (3x), Luciano Valente en Ueda (2x) besteed. Gelukkig voor Feyenoord was één rake poging van Valente voldoende voor de overwinning.
Kansen creëren is één ding, ze benutten is iets anders. En juist daar zit de kwetsbaarheid. Wanneer de gevestigde rendementsspelers niet thuisgeven, hoeveel doelpunten mag Feyenoord dan verwachten van de rest van de selectie?
Rendement van de aanvallers
Feyenoord nam de afgelopen periode, al dan niet tijdelijk, afscheid van Aymen Sliti, Leo Sauer, Raheem Sterling en Jaden Slory. Op basis van hun rendement valt die keuze te begrijpen. Diarra, Casper Tengstedt en Goncalo Borges zijn er nog wel, maar kwamen vorig seizoen gezamenlijk niet tot een handvol doelpunten.
Daar staat tegenover dat Feyenoord dit seizoen beschikt over een volledig herstelde Van Persie en met Nacho Ferri een nieuwe spits aantrok. Ferri maakte er bij KVC Westerlo negen. Of zij het gewenste rendement kunnen leveren, moet echter nog blijken.
Vooralsnog blijft Ueda de meest voor de hand liggende doelpuntenmaker, mits hij in Rotterdam blijft. En ook bij Hadj Moussa ligt een groot deel van de verantwoordelijkheid voor het scorend vermogen. Het probleem is alleen dat Feyenoord zich nauwelijks kan veroorloven dat beide spelers tegelijkertijd een mindere periode kennen.
De roep om goals vanaf het middenveld
Minstens zo opvallend is het gebrek aan rendement vanuit het middenveld. Valente, Oussama Targhalline, Jakub Moder en Hwang In-beom kwamen vorig seizoen gezamenlijk tot slechts zes doelpunten. Hwang is inmiddels vertrokken en Feyenoord haalde met Charles Vanhoutte een nieuwe middenvelder. Zijn gemiddelde carriereproductie van één goal per seizoen geeft echter weinig aanleiding om daar direct een enorme doelpuntenexplosie van te verwachten.
Zechiël biedt op dat vlak meer perspectief. Bij FC Utrecht kwam hij vorig seizoen tot negen doelpunten en zes assists. Samen met Steijn is hij een van de weinige middenvelders in de selectie die al aantoonbaar rendement heeft geleverd. En dat is precies wat Feyenoord nodig heeft: meer spelers die vanuit verschillende posities een wedstrijd kunnen beslissen.
Concurrentie heeft meer zekerheid
Elk team dat kampioen wil worden, weet dat het doelpunten moet maken. In Eindhoven hebben ze dat inmiddels tot kunst verheven. In Amsterdam werd deze zomer opnieuw geïnvesteerd in spelers die doorgaans garant staan voor goals.
Feyenoord bewandelt voorlopig een andere route. De club zet in op spelers die mogelijk naar een gewenst rendementsniveau kunnen doorgroeien, zoals Valente, Ferri en Van Persie. Tegelijkertijd lopen Ueda en Hadj Moussa nog rond in De Kuip.
Toch zal ook de nieuwe Feyenoorddirectie beseffen dat het rendement over de gehele linie omhoog moet. Wie terugkijkt naar de laatste twee kampioenselftallen, ziet juist daar een belangrijk verschil. Het scorend vermogen vanaf de vleugels, maar vooral vanuit het middenveld, was toen beter verdeeld dan in de afgelopen seizoenen.
Ueda, Hadj Moussa en daarvoor Paixão hebben de afgelopen jaren met hun individuele productie een ander probleem enigszins verbloemd: het lage rendement van veel spelers die voetballend wel degelijk goed genoeg zijn. Ter vergelijking: het afgelopen seizoen kwam er vanuit het middenveld van FC Twente, NEC, PSV en Ajax meer vuurkracht dan uit dat van Feyenoord.
Duidelijke opdracht
Daar ligt dus een duidelijke opdracht. Feyenoord moet op zoek naar rendement. Naar spelers die wedstrijden beslissen, kansen afmaken en toeslaan wanneer het moet. Naar structurele doelpuntenproductie, in plaats van afhankelijkheid van een bevlieging, een zondagsschot, één goal uit vijftien kansen of een toevallige strafschop.
Wie krikt het scorend vermogen op en krijgt het vizier op scherp? Want anders dreigt opnieuw een seizoen waarin Feyenoord negentig minuten lang spanning produceert, een handvol kansen laat liggen en vervolgens moet hopen dat het balletje een keer binnenvalt.
Zoals tegen Sparta.