Robin van Persie - persconferentie
Analyse

Waarom het zo vaak botst tussen Van Persie en zijn spelers

Raymond

Robin van Persie heeft in zijn nog jonge trainerscarrière al opvallend vaak met spelers gebotst. Hartman, Zerrouki, Zechiël en Timber zijn de belangrijkste voorbeelden. Wat deze situaties met elkaar gemeen hebben? Ze draaien om communicatie en om een fundamentele vraag: wat vraagt topsport precies? Hieronder lees je waar het schuurt en hoe Van Persie dit kan doorbreken.

De lessen van de Premier League
Robin van Persie rijpte als voetballer in de Premier League, inmiddels aardig wat jaren geleden. Hij leerde er veel, vooral van zijn voetbalvader Arsène Wenger bij Arsenal en van Manchester United-icoon Sir Alex Ferguson. De stijl van deze Premier League-grootheden wijkt wat af. Wenger was een van de eerste trainers die de voetbalwetenschap volledig omarmde. Met aandacht voor voeding, rust en herstel. Ook vond hij dat voetballers vooral plezier in het spel moesten hebben, want anders kom je nooit tot grootse resultaten. Maar wie denkt dat Wenger daarmee pleitte voor een vrijheid-blijheid-leiderschapsstijl vergist zich. De Franse manager eiste een zeer hoge mate van discipline, verantwoordelijkheid en eigenaarschap van zijn spelers.

Furious Fergie als voorbeeld
Dat gold zeker ook voor Ferguson. De Schot kon ook volledig uit zijn plaat gaan, wat hem de bijnaam Furious Fergie opleverde. Hoewel hij altijd bezig was een goede sfeer te creëren, kon hij ook bikkelhard zijn. Een zeer veeleisende of zelfs autoritaire leider, die net als zijn evenknie bij Arsenal zwoer bij discipline. Van hem komt de uitspraak: “Once you bid farewell to discipline you say goodbye to success.” In de 26 jaar dat hij Manchester United leidde, werd zijn ploeg maar liefst 13 keer kampioen in de Premier League. Een unieke prestatie. En dan hebben we het nog niet over de twee Champions Leagues en de vijf FA Cups.

Op zoek naar balans
Beide voorbeelden van Van Persie zochten nadrukkelijk een balans tussen enerzijds een absoluut topsportklimaat en een goede relatie met spelers en staf. Met een ijzeren discipline, enorm veel verantwoordelijkheid en waar nodig een knetterharde houding. Winnen vraagt offers. Maar ook liefde voor het spel, een positieve vibe en aandacht.

Het is precies deze balans die Van Persie zelf ook probeert te zoeken. En wat hem zeker nog niet in alle gevallen lukt. Dat komt niet alleen omdat Van Persie het ‘fout’ doet, voor zover je dat al kunt zeggen. Maar ook omdat de tijden simpelweg veranderd zijn. Begin deze eeuw was het recept voor succes vrij overzichtelijk: hard werken, presteren en verder vooral heel vaak je mond houden. En iedereen die begin deze eeuw al werkzaam was in een complexe organisatie weet dat dat niet alleen voor de voetballerij gold.

De worsteling van Van Persie
Van Persie worstelt met deze balans. Want hij is wel degelijk mensgericht, zoals ik eerder al schreef. Hij wil mensen helpen en succesvol maken. En daar vraagt hij ook heel veel voor terug. Een volledige inzet voor het allerbeste resultaat. Niet alleen op elke training en in elke wedstrijd, zelfs in een teammeeting en bij het avondeten. Een topvoetballer is namelijk 24 uur per dag bezig om beter te worden. Op alle mogelijke manieren. Anders ga je de absolute top simpelweg niet redden, zo is de overtuiging van Van Persie. Het is dus niet zozeer dat hij zijn spelers geen ontspanning gunt of een keer een makkelijk dagje. Het is zijn stellige overtuiging dat elke gemiste kans om beter te worden je uiteindelijk opbreekt. En dus is het zijn taak om hen voor fouten te behoeden.

Maar dat wil nog wel eens botsen. Vooral als het beeld dat de speler zelf heeft en het beeld dat Van Persie heeft uit elkaar lopen. Simpel gezegd: de speler vindt dat hij er alles aan doet en alles geeft. En Van Persie ervaart dat de speler niet honderd procent geeft. Ofwel in wedstrijden of trainingen, ofwel in commitment aan de club, bijvoorbeeld rond het verlengen van het contract. Zowel bij Hartman als bij Timber kwam dit contrast uiteindelijk heel expliciet naar voren. Beide spelers waren tot in het diepst van hun ziel gekrenkt. “Iedereen die mij kent weet dat ik altijd alles geef!” Maar Van Persie zag dat anders en is niet bang daarnaar te handelen. Geef je niet alles, dan sta je ernaast. En dat schiet dan weer volledig in het verkeerde keelgat. Want na alles wat ik voor de club heb betekend en met mijn talent verwacht ik wel iets meer begrip, zo redeneren de spelers. Laat het maar gewoon zien op de training en in de wedstrijden dat je echt bereid bent alles te geven en dan praten we verder, zou Van Persie kunnen antwoorden.

Welke opties zijn er?
Het gaat er niet om wie er gelijk heeft. Voor beide perspectieven is wat te zeggen. Het gaat erom dat dit leidt tot een verstoorde relatie tussen trainer en sommige spelers en in elk geval tot onrust op de club. En in een voetbalteam ontspoort dat snel, omdat je vaak kort op elkaar zit. Je hebt dan twee mogelijkheden om hier succesvol mee om te gaan. Ofwel je neemt afscheid van deze spelers en gaat verder met spelers die mee kunnen en willen in deze manier van werken. Ofwel je vindt een andere manier om met je spelers om te gaan. Dat laatste zal over het algemeen op de langere termijn een grotere kans van slagen hebben.

Van Persie heeft geen gebrek aan empathisch vermogen. Alleen kiest hij er lang niet altijd voor om daarnaar te handelen. Niet omdat hij zijn eigen mening belangrijker vindt, maar omdat zijn overtuiging is dat het nodig is voor succes. Geen concessies aan inzet, toewijding en commitment. Als Furious Fergie niet zo rechtlijnig en veeleisend was geweest, dan had hij met zekerheid niet in de helft van zijn jaren de titel gepakt. Tegelijkertijd: als je te vaak met te veel spelers in de clinch ligt, wordt de kans op succes ook bepaald niet groter. Een duivels dilemma. Welk probleem heb je het liefst?

De eisen van de tijd
Het is een uitdaging waar veel leiders mee worstelen, ook omdat de nieuwe generatie anders gebakken is. Met andere vertrekpunten, andere waarden en een ander zelfbeeld. Van Persie zelf is pas 42, maar zijn werkwijze sluit grotendeels aan bij zijn belangrijkste leermeesters Wenger en Ferguson. En het effect van die manier van werken en communiceren is anders in 2026 dan het in 2006 was. Niet omdat spelers minder willen of omdat succes minder commitment vraagt, maar omdat de route waarlangs je hen meekrijgt veranderd is.

Het zou Van Persie en Feyenoord kunnen helpen hier een andere weg in te vinden. Maar hoe?

In elk geval door vaker met spelers te praten en op een andere manier. Een speler mag nooit verrast worden door een uitspraak van de trainer in het openbaar. Dat raakt direct aan het gevoel van veiligheid en vertrouwen. Anders verwoord: het geeft een speler het gevoel dat hij voor de bus gegooid wordt. Timber was daar heel duidelijk over toen hij op eigen verzoek voor de camera’s van ESPN verscheen. Hartman deed vergelijkbare uitspraken. Ook de situatie rond Jaden Slory past in dat beeld. Kort na zijn tijdelijke vertrek naar Go Ahead Eagles verwees hij in De Stentor naar zijn ongelukkige moment tegen AZ. “Ik heb er intern niet over gesproken”, gaf hij subtiel aan. Dat soort momenten vragen juist om een gesprek. Liefst op maandagochtend. Niet om nog eens uit te leggen wat er fout ging, maar om op persoonlijk niveau in te checken.

Het is ook nooit goed
Van Persie voelt zich op dit punt ook regelmatig onbegrepen. Zo gaf hij na de affaire-Hartman aan dat hij hem misschien te lang in bescherming had genomen. Hij had het gevoel daarna de deksel op de neus te krijgen. Want zijn kant was onderbelicht gebleven en nu was hij ineens de boeman. Van Persie sprak uit dat hij dit in de toekomst waarschijnlijk anders zou gaan doen. En dat hebben we gezien, bijvoorbeeld bij Timber. Het resultaat is niet per se beter, wat het ‘je kunt het ook nooit goed doen’-gevoel bij Van Persie kan versterken.

Van Persie gaf dit weekend nog aan dat elke speler in zijn kantoor kan binnenlopen. Maar een ‘mijn deur staat altijd open’-strategie is over de datum. Een trainer moet, net als elke andere leider, structureel met zijn spelers praten. En praten vraagt tweerichtingsverkeer. Dus niet alleen uitleggen welke keuzes je maakt en waarom, maar juist ook ophalen hoe een speler zijn inzet, rol en ontwikkeling zelf ziet. Hoe hij het ervaart, wat hij wil, wat hij daarvoor nodig heeft. Waar lopen beelden uiteen, waar zit de overlap? Je hoeft het niet met elkaar eens te worden. En als dat zo is, beslist de trainer uiteindelijk. Maar als een speler het gevoel heeft daadwerkelijk gehoord te zijn en meegenomen te worden in de overwegingen, zal de acceptatie groter zijn. Van Persie hoeft niet alle gesprekken zelf te voeren. De hoofdtrainer van een grote club heeft een bomvolle agenda. Zolang hij het maar organiseert én in elk geval zelf ook regelmatig met elke (!) speler tijd inruimt. 

Waarom Van Persie dit kan
Dus elke speler regelmatig spreken in plaats van ‘mijn deur staat altijd open’. Niet alleen zenden, maar vooral veel luisteren. En dan niet alleen naar argumenten, maar juist ook naar de meer persoonlijke aspecten. Het lijken kleine verschillen, maar ze zijn wezenlijk. Dit is geen pleidooi voor minder discipline of lagere standaarden, maar voor het voorkomen van verrassingen en meer afstemming. Een manier van communiceren en omgang met jonge talenten die past bij deze tijd. Dat geldt voor elke complexe organisatie, en Feyenoord is daarop geen uitzondering.

Ik hoop daarom van harte dat Robin van Persie bereid is om dit aspect van zijn manier van werken net even anders in te richten. Niet 180 graden anders, maar 15 graden.  Het gaat hem helpen. Van Persie beschikt over het empathisch en reflectief vermogen om dit te doen. Met de uitspraak “zo ben ik nu eenmaal” doet hij zichzelf daarom tekort. Wat hij eigenlijk zegt is: zo doe ik het nu eenmaal, omdat ik het zo gewend ben.

Het goede nieuws: beter communiceren kan prima samengaan met een absolute topsportmentaliteit. Sterker nog, ze versterken elkaar. Focus, energie en heel veel offers blijven nodig om te winnen en prijzen te pakken. Dat is niet veranderd. Alleen vraagt het in deze tijd soms een andere route om spelers daar volledig in mee te krijgen.

Make it happen Robin!

Delen