Pro Shots
Arbitrale wanorde bereikt dieptepunt: ook spelers laten zich hard uit
Het arbitrale niveau in Nederland is al jaren onderwerp van discussie, maar dit seizoen lijkt het werkelijk alle kanten op te schieten. De wedstrijd tussen Feyenoord en NEC, onder leiding van Serdar Gözübüyük, voelde als het zoveelste dieptepunt in een reeks van discutabele beslissingen die de geloofwaardigheid van de competitie steeds verder onder druk zetten.
Laten we vooropstellen: iedere club in Nederland voelt zich weleens benadeeld. Dat hoort bij voetbal. Maar dit seizoen valt het bij Feyenoord wel érg vaak de verkeerde kant op, en dat begint inmiddels structurele vormen aan te nemen.
Een lijn die nergens op lijkt te slaan
Nederland beschikt met scheidsrechters als Serdar Gözübüyük, Danny Makkelie, Allard Lindhout, Dennis Higler en Joey Kooij over een toch zo ervaren groep arbiters. Toch ontbreekt het week in, week uit aan consistentie. De ene wedstrijd wordt een identieke situatie bestraft met rood, terwijl in een andere wedstrijd - soms zelfs een dag later - dezelfde overtreding nauwelijks wordt bestraft.
Het meest sprekende voorbeeld zagen we gister. Topscoorder Ueda werd één-op-één met de keeper neergehaald door Philippe Sandler. Een honderd procent scoringskans werd ontnomen. De VAR greep in, Gözübüyük bekeek de beelden meermaals, en toch bleef het bij een vrije trap en een gele kaart.
Dat is simpelweg niet uit te leggen.
In zo’n situatie ligt de keuze nog steeds bij de scheidsrechter maar er zou gister toch gewoon een hard besluit genomen moeten worden: penalty en geel, vrije trap en rood, of doorspelen als er niets aan de hand is. Maar dit soort halfslachtige beslissingen, na tussenkomst van de VAR, zorgen juist voor meer verwarring.
Met twee maten meten
Wat het nog schrijnender maakt, is dat soortgelijke situaties wél consequent worden bestraft, maar dan elders. Bij Ajax werd Tomiyasu in een vergelijkbaar moment een dag eerder nog bestraft met rood. En op internationaal niveau zagen we afgelopen week ook in de Champions League dat een identieke situatie direct rood opleverde voor Barcelona-verdediger Pau Cubarsi.
Waarom is er in Nederland geen duidelijke lijn?
Het probleem zit hem niet alleen in deze ene wedstrijd. Neem het duel tegen Volendam, waar Ueda in het strafschopgebied op de enkel werd geraakt zonder dat er werd ingegrepen. Of eerder dit jaar, de handsbal van Gasiorowski in De Kuip die onbestraft bleef. En dit zijn nog maar drie momenten, drie potentiële beslissingen, en mogelijk drie momenten waarop Feyenoord punten heeft laten liggen, niet alleen door eigen spel, maar ook door arbitrale keuzes.
Structureel probleem, geen incident
Het wordt te makkelijk om dit af te doen als 'pech' of 'onderdeel van het spel'. Analisten, supporters en zelfs spelers spreken zich steeds vaker uit over het niveau van de arbitrage in Nederland. En dat gaat allang niet meer alleen over Feyenoord, het is een breed gedragen gevoel in de hele competitie.
De vraag dringt zich op: worden jonge scheidsrechters te snel voor de leeuwen gegooid? En houden de gevestigde namen te veel vast aan hun status, waardoor zelfreflectie ontbreekt?
Wat ook niet helpt, is dat scheidsrechters zich zelden verantwoorden. Waar spelers en trainers na elke wedstrijd voor de camera verschijnen, blijft het vanuit arbitrale kant vaak stil. Juist dat gebrek aan transparantie zorgt voor frustratie bij spelers én supporters.
Frustratie bereikt kookpunt
Het zegt genoeg dat inmiddels bijna een volledige 'basisopstelling' aan Feyenoord-spelers zich via social media heeft uitgesproken over het moment met Ueda, en niet bepaald op een vriendelijke manier. Een signaal dat de maat vol is. De vraag blijft: pakken de hoge heren in Zeist dat signaal op?