Column: Wat Van Persie kan leren van Charles Darwin
Niet de snelste, sterkste of slimste overleeft, maar degene die zich het beste weet aan te passen aan de omstandigheden. De evolutietheorie van Darwin in twintig woorden. Wat Van Persie hiervan kan leren? Dat hij vaker moet aanpassen en dus moet experimenteren.
Feyenoord heeft veel problemen. Blessures, verkeerde tactische keuzes, verkeerde keuzes in het veld, een selectie die niet volledig in balans is en ook een aantal keren pech. In het verlengde daarvan: minder vertrouwen, een vormdip, nog meer blessures, meer druk, nog minder vertrouwen. Een neerwaartse spiraal. Het is een veelkoppig monster en dus is er niet zomaar één oplossing.
Het grote contrast
Wat in elk geval in het oog springt, is het enorme verschil tussen de eerste negen competitiewedstrijden van het seizoen en alles wat daarna kwam. Het affiche voor de eerste confrontatie met PSV was nog: de beste verdediging tegen de beste aanval. En om het geheugen op te frissen: die beste verdediging, dat waren wij. Met slechts zes tegendoelpunten in negen wedstrijden en zes clean sheets. Slechts één wedstrijd werd niet gewonnen: de 3-3 uit tegen AZ.
Kampioenswaardige cijfers. Zeker verdedigend. En aanvallend begon het ook te lopen, getuige de 0-7 bij Heracles. We stonden drie punten voor op PSV, dat van Telstar had verloren. Bij winst zouden we zes punten loskomen en een voorzichtige stap richting titel zetten. Want als je zo weinig weggeeft, ben je heel moeilijk te verslaan. En ga je dus niet veel punten laten liggen. Zeker niet met Ueda, Steijn en Hadj Moussa, spelers die uit het niets iets kunnen creëren.
Het liep net even anders. Of eigenlijk: heel erg anders.
Waar we nu staan
Minder dan drie maanden later staan we zeventien punten achter op PSV, zijn we uit de beker gegooid en heeft Feyenoord Europees nauwelijks iets laten zien. Een verloren seizoen, waarin alleen de tweede plaats nog als een goedbetaalde troostprijs voelt. Een direct entreeticket naar de Champions League miljoenen. Voorlopig voor het laatst bovendien, want Nederland raakt het tweede ticket kwijt aan Portugal.
Waar zit dan het verschil tussen die eerste negen wedstrijden en alles daarna? Met dezelfde spelers, dezelfde staf, hetzelfde systeem en dezelfde speelwijze?
Kort gezegd: tegenstanders hebben een antwoord gevonden op het spel van Feyenoord. En Feyenoord heeft geen antwoord op dat antwoord. Het blijft hetzelfde doen en loopt dus tegen dezelfde problemen aan. Het is Einsteins definitie van waanzin: dezelfde dingen blijven doen en andere resultaten verwachten.
Werkwijze en speelwijze
Feyenoord werkt met een vaste werkwijze en een vaste speelwijze. Van Persie benadrukt dat onderscheid regelmatig. De speelwijze gaat over wat er op het veld gebeurt. Feyenoord speelt 4-3-3, wil hoog druk zetten en vanuit een verzorgde opbouw met twee hoge buitenspelers kansen creëren. De kernelementen van die speelwijze komen de afgelopen maanden maar zeer beperkt uit de verf, met PSV uit als pijnlijk dieptepunt.
De werkwijze gaat over alles buiten het veld. De processen en afspraken die het team zo goed mogelijk moeten voorbereiden op wedstrijden. De aanloop naar wedstrijden, de analyses, de besprekingen, wie op welk moment wat doet. Alles om trainingen heen. De aanpak bij herstel van spelers. Noem maar op.
Een vaste speelwijze en werkwijze hebben waarde. Ze zorgen voor vastigheid, structuur en rust. Wat je vaak hetzelfde doet, doe je beter. Bovendien sluit het aan op de Academy. De jeugdteams spelen min of meer volgens dezelfde principes, wat doorstroming eenvoudiger maakt. Je kunt er gericht op scouten, zonder het risico dat een speler met specifieke talenten een lichting later in een totaal ander systeem moet spelen.
Feyenoord is te voorspelbaar
Maar het voetbal is veranderd. Steeds meer ploegen variëren in hun systeem en veldbezetting, zowel per wedstrijd als binnen een wedstrijd. In balbezit anders dan zonder bal. Ook Feyenoord staat in de opbouw niet letterlijk in een 4-3-3. Het label klopt nog, maar de werkelijkheid is dynamischer.
En daar zit het risico van vastigheid: voorspelbaarheid. Feyenoord is voor tegenstanders steeds makkelijker te lezen. Wie voor de tweede keer in een seizoen tegen Feyenoord speelt, hoeft de analyse van de vorige ontmoeting alleen maar af te stoffen. Grote kans dat het strijdplan nog steeds werkt.
Tactiek is uiteindelijk simpel: zet je eigen spelers in hun kracht en dwing de tegenstander in zijn zwakte. Dat is in deze fase te weinig wat Feyenoord doet. Kijk naar de buitenspelers, die in het merendeel van de wedstrijden breed aan de zijkant staan, vaak met dubbele dekking. In theorie betekent dat ergens anders een vrije man. Maar als de kantwissel te traag is, kan de tegenstander zich steeds weer tijdig organiseren. Dan levert het weinig op.
Hoe zet je spelers in hun kracht?
Of neem Ueda en Steijn. Afmakers met gevoel voor positie en het doel. Geen grote meevoetballende architecten, dat wist je vooraf. Toch worden zij in veel wedstrijden gedwongen ver van het doel in de bal te komen en krijgen ze weinig bruikbare ballen in de zestien. Tegenstanders zijn natuurlijk ook niet gek en dwingen deze spelers in hun zwakte. Maar Feyenoord slaagt er onvoldoende in hen in hun kracht te brengen. Dan gaat het achteraf over hun beperkingen. Maar je moet een kat niet verwijten dat hij niet blaft.
In een ideale wereld combineer je de voordelen van vastigheid met de voordelen van flexibiliteit. Een herkenbare basis, maar met variatie die verrast. Continu aanpassen aan wat nodig is. Vanaf de aftrap of tijdens de wedstrijd. Dat hebben we de afgelopen maanden weinig gezien. Soms stond het na rust net wat beter, maar vaker was het de tegenstander die in de rust bijstuurde en Feyenoord vervolgens geen antwoord meer vond.
Het beste van twee werelden
Het is een dunne lijn. Vasthoudendheid is waardevol, maar kan doorschieten in koppigheid. Aanpassingsvermogen is eveneens waardevol, maar kan doorschieten in richtingloosheid. De kunst zit in het vinden van een perfecte balans. Het beste van twee werelden.
Daarom was ik blij met Moder in de spits. Niet omdat dat per se de beste oplossing is op lange termijn, maar omdat het eindelijk iets anders was. Een experiment. Iets dat verrast. Iets dat niet al weken op het bord van iedere tegenstander stond. Ook al was het dan deels gedreven door de omstandigheden.
Vasthouden is prima, loslaten soms ook. Zeker als datgene waar je aan vasthoudt niet meer werkt. Ik pleit er zeker niet voor om de vaste Feyenoord-speelwijze overboord te gooien. Daarvoor is die te belangrijk, voor de vaste partonen, voor de Academy en sportieve visie, het transferbeleid en de herkenbaarheid van de club. Maar wel om vaker te variëren. In een wedstrijd of binnen fases van een wedstrijd. Een antwoord op het antwoord, en daarna weer een nieuw antwoord. Aanpassen. Doorschakelen. En uiteindelijk volgens Darwin: overleven. Dat betekent in dit seizoen dus tweede worden.
Aanpassen om te overleven
Een flexibele voetbalmachine dus, die kan schakelen waar nodig. Dat vraagt mentale wendbaarheid van Van Persie en zijn staf, maar zeker ook van de spelers. Zij moeten tijdens de wedstrijd herkennen wat er gebeurt en durven aanpassen.
De komende weken zullen uitwijzen of Feyenoord die stap kan zetten. Of Feyenoord weer meer kan verrassen, kan aanpassen en experimenteren. Niet met een fantasieopstelling, maar met welgemikte en soms gedurfde experimenten. Vanuit een herontdekte sterke basis. Want als dat lukt, zullen de resultaten volgen. Vertrouwen werkt namelijk twee kanten op, dus bij succes kunnen we ook snel weer ons logo op de borst vooruit zien.
Hup Feyenoord.
Met rood-witte groet,
Raymond