Column • Lieve Luciano, speel weer als een nummer 40 alsjeblieft!
Lieve Luciano,
Zelden was er een speler die zo snel de harten van het Legioen wist te veroveren als jij. En ik weet wel waarom. Het is een combinatie van het feit dat je heel erg goed kan voetballen, een absolute killermentaliteit in het veld hebt en verder gewoon een rustig, vriendelijk en vooral ook reflectief persoon bent. En ook niet onbelangrijk: je wilde heel graag naar Feyenoord. Omdat je voelde dat het jouw club was, na de overstap van je jeugdliefde FC Groningen.
De afgelopen maanden liep het niet. Niet met het team, en ook niet echt met jou. En natuurlijk: die twee hangen nauw met elkaar samen. Want als het elftal niet draait, en je gedreven door blessures vrijwel steeds in andere samenstellingen moet spelen, dan is het moeilijk om je te onderscheiden. Om het verschil te maken. Terwijl ik aan alles zie dat je dat ongelooflijk graag zou willen.
In de eerste helft van het seizoen verraste je bijna iedereen. Dat je goed kan voetballen was al snel duidelijk, maar dat je zó snel een dragende kracht van het team zou worden, dat had toch vrijwel niemand verwacht. Zelfs ik niet, en ik had toch echt hooggespannen verwachtingen. Je strooide als Chef Ondeugende Balletjes met passjes, waarmee je vrijwel wekelijks iemand met één voetbeweging vrij voor de keeper zette. In minder dan tien wedstrijden was jouw naam de eerste die op het wedstrijdformulier stond.
Het leverde je ook de zeer verdiende upgrade van je contract op, en een uitnodiging voor Oranje. Natuurlijk had je ook voor Italië kunnen kiezen, maar dat lijkt tegenwoordig niet de kortste weg naar een groot eindtoernooi. Anyway: het was logisch dat je erbij was, en je liet je bij je debuut direct zien. Met een bijna on-Rotterdamse en on-Groningse flair. Het gemak van wegdraaien en passen. Bijna onmogelijk voor tegenstanders om met hun tengels aan die bal te komen. Want die is van jou en jij bepaalt waar die heen gaat.
Maar lieve Luciano, het loopt nu dus even wat minder. En de mythe wil dat het zo ongeveer samenviel met de wijziging van je rugnummer. Toen Larin de deur uitliep, kwam de nummer 10 vrij. En ging jij, net als eerder bij Groningen, van nummer 40 naar nummer 10. Je deelde dat je er erg trots op was. En terecht! Want het is een iconisch nummer, en dat bij zo’n grote club. Zelf afgedwongen omdat simpelweg niemand om je heen kon. Maar sindsdien lijkt het moeizamer te gaan. Ik heb er zelfs grapjes op social media over gezien. Luciano in een PostNL-pak, met de tekst: “Valente sinds hij met nummer 10 speelt”. Het zal niet lullig bedoeld zijn, want daarvoor ben je te geliefd in Rotterdam.
Toch zie ik je worsteling. Je verspeelt meer ballen dan voorheen en trekt je acties soms net te lang door. Het is steeds moeilijker de ruimtes te vinden om die heerlijke steekballetjes te geven. Ik herinner me er nog eentje die zo’n 40 meter lang de grastoppen leek te kussen, zonder ooit de grond te raken. Strakker dan strak, en precies op maat. Ik heb die bal vaker teruggekeken dan goed voor me is.
Natuurlijk: tegenstanders zijn ook niet gek. Die hebben allemaal de beelden bekeken. In de voorbespreking voor elke wedstrijd zal de assistent-trainer van de tegenstander met de video-analist benoemen hoe belangrijk het is om jou vast te zetten. Want dat trekt de hele creatieve angel uit dit Feyenoord. En eerlijk is eerlijk: het is inmiddels best wat tegenstanders gelukt om jou uit situaties te houden waarin je het meest in je kracht staat. Als passende verbinder in de opbouw of omschakeling. Als tweede of derde station in de opbouw wegdraaiend om een snelle kantwissel te forceren. Een felle dribbel waarmee je 30 of 40 meter pakt en verdedigers tot pijnlijke keuzes dwingt. Natuurlijk zoeken tegenstander een antwoord. Dat hoort allemaal bij het voetbal.
Maar lieve Luciano, de relevante vraag is natuurlijk waar je zelf invloed op hebt. Dat zal trainer Van Persie ook vaak genoeg benoemen, schat ik zo in. En daar heeft hij dan gelijk in. Maar welke mogelijkheden heb je? Ik denk vooral: door minder te doen. Door minder te willen doen. Door er gewoon minder mee bezig te zijn wat je doet.
Je bent een van de beste voetballers in de selectie, dat weet je zelf ook. Als speler voel je zoiets feilloos aan, al weet ik dat je het nooit hardop zult bevestigen. Elke dag zie je wat jij met een bal kan. Hoeveel duels je wint op de training. Hoe vaardig, sterk en snel je bent. Hoe je spelinzicht je mogelijkheden geeft. Want jij ziet de oplossing al voor het probleem er is en je beschikt over de verfijnde techniek om het uit te voeren.
Je hebt niet het karakter om naast je schoenen te gaan lopen. Integendeel. Toch heb ik de indruk dat je jezelf een enorme druk oplegt. De druk om het verschil te willen maken. Noblesse oblige, roept je systeem. Want met jouw talent moet je toch beslissend kunnen zijn? Je stempel op elke wedstrijd kunnen drukken? Je hebt dat magische nummer 10 toch niet voor niks om je schouders gekregen? Het Legioen ziet jou toch als houvast?
Het zal allemaal wel, maar het helpt je niet. Sterker nog: het belemmert je eerder, daar ben ik van overtuigd. Want creativiteit is niet het gevolg van hard werken. Creativiteit laat zich niet dwingen. Het heeft ruimte nodig om te ontstaan, zo werken onze hersenen nu eenmaal. Daarom hebben mensen vaak een goed idee als ze onder de douche staan of in het bos lopen. Als ze even niks hoeven. In het veld geldt dat ook. Als je een vol hoofd hebt, met gedachten over wat je wilt, wat je vindt dat moet of hoe je vindt dat het gaat, dan laat je letterlijk geen ruimte voor die geniale bal. Dan zet je jezelf klem.
Ik heb het Mats Wieffer weleens horen zeggen: “Als ik er niet lekker in zit, dan ga ik gewoon 3 of 4 makkelijke ballen geven.” Dat geeft vertrouwen. Dat geeft rust. En, heel belangrijk, het geeft ruimte. Ik nodig je van harte uit om het wat vaker te proberen. Meer simpele ballen. Één keer raken, pass opzij, doorbewegen. Balletjes waar je niet over na hoeft te denken en die vrijwel altijd goed gaan.
En lieve Luciano: laat de druk los. Echt. Laat het gaan. Denk niet na over hoe graag je wilt. Wat je vindt dat zou moeten. Dat je moet winnen. Hoe belangrijk de Champions League wel niet is. Wat het voor je WK-kansen betekent. Speel gewoon als de onbevangen nummer 40 van je eerste half jaar. Die gewoon zo goed mogelijk probeert te spelen, maar zonder de last die de gedoodverfde verschilmaker ervaart.
Niet omdat je geen verschil kan maken, maar juist vanuit het vertrouwen dat je het verschil gáát maken als je er minder mee bezig bent. Dat is namelijk je talent, je spiergeheugen, je voetbalintelligentie, je intuïtie. Die gaan het werk voor je doen. Het enige wat ze nodig hebben is een beetje ruimte.
Trust your system, trust the process.
En dan gaan de ondeugende balletjes vanzelf weer komen. Uit het niets. Geloof me.
Hup Feyenoord, hup Luciano! In bocca al lupo!
Met rood-witte groet,
Raymond
PS: ik hoop met het hele Legioen dat je blessure meevalt