Jim Breeman
Selectie van Feyenoord schreeuwt om doelpunten, maar van wie?
Feyenoord heeft een uiterst moeizaam seizoen achter de rug. De schrijnende fysieke gesteldheid van de selectie werd daar vaak als verklaring voor aangehaald, net als het tactische onvermogen om wedstrijden te kantelen. Maar minstens zo nijpend is een ander probleem: er wordt simpelweg door te weinig spelers gescoord.
Wie de cijfers erbij pakt, ziet het meteen. Feyenoord leunt voor zijn doelpuntenproductie vrijwel volledig op drie spelers: Ayase Ueda, Anis Hadj Moussa en Sem Steijn. Ueda neemt het grootste aandeel voor zijn rekening, Hadj Moussa volgt op gepaste afstand en Steijn zit daar weer vlak achter, ondanks dat hij lange tijd buitenspel stond met een blessure. Samen waren zij betrokken bij driekwart van de totale doelpuntenproductie. Dat is geen luxe, dat is afhankelijkheid.
Want kansen creëren is één ding, ze afmaken is iets anders. Feyenoord presteerde het hele seizoen ondermaats in de afronding. Halve kansen, opgelegde mogelijkheden en zelfs kansen waarvan je denkt: die gaan er op een bedrijventoernooi nog in. Als Ueda wordt verkocht, Steijn opnieuw geblesseerd raakt of Hadj Moussa een mindere fase kent, wat blijft er dan over?
Dan kom je automatisch uit bij de rest van de selectie. En daar wringt de schoen.
Rendement van de buitenspelers
Neem de vleugelaanvallers. Daar is fors in geïnvesteerd, daar is beleid op gevoerd en daar zijn plannen voor gemaakt. Aan het einde van het seizoen staat de teller echter op slechts zes goals en vier assists, verdeeld over een handvol aanvallers: Aymen Sliti, Leo Sauer, Goncalo Borges, Ibrahim Diarra, Raheem Sterling en een half seizoen van Jaden Slory en Cyle Larin. Dat is mager.
Zelfs wanneer de cijfers van Hadj Moussa worden meegerekend, komt Feyenoord nog altijd niet in de buurt van wat Mika Godts in zijn eentje bijeen speelde bij de aartsrivaal.
Roep om goals vanaf het middenveld
Dan het middenveld. Ook daar zou rendement vandaan moeten komen, althans in theorie. Maar halverwege het seizoen viel Quinten Timber weg, terwijl Steijn eerst uit beeld verdween en later in de ziekenboeg belandde. Wat overbleef, werkte hard, maar het rendement bleef uit. Luciano Valente, Oussama Targhalline, Hwang In-beom en Jakub Moder kwamen gezamenlijk tot zes doelpunten. Geen productie waar een tegenstander wakker van ligt.
Bij FC Twente komt er een drievoudige vuurkracht van Van den Belt, Zerrouki, Ørjasaeter en Hlynsson (21 goals) en in Amsterdam van Gloukh, Klaassen, Regeer en Mokio ook (16). Het middenveld van N.E.C. is met Önal, Sano, Nejasmic en Ouaissa helemaal trefzekender dan de Rotterdammers (20) en op PSV staat geen maat. Daar schieten Saibari, Veerman, Til en Manner er vrolijk op los alsof het een trainingsvorm is (40).
En dus kom je telkens weer terug bij dezelfde vraag: wie gaat Feyenoord aan doelpunten helpen?
Na Ueda en Hadj Moussa blijft het angstvallig stil. Dat zegt eigenlijk alles. Dat een speler als Jordan Bos vervolgens opduikt als eerstvolgende naam in de statistieken, zegt misschien nog wel meer. Feyenoord moet op zoek naar rendement. Naar spelers die wedstrijden beslissen, kansen afmaken en toeslaan wanneer het moet. Naar iets structureels, iets dat verder gaat dan hopen op een bevlieging, een zondagsschot of een toevallige strafschop.
Wie krikt het scorend vermogen op en krijgt het vizier op tijd scherp? Want als de club deze lijn doortrekt, dreigt volgend seizoen opnieuw hetzelfde verhaal: negentig minuten spanning, een handvol gemiste kansen en hopen dat het balletje een keer goed valt.