Rząsa in duel met Luís Figo tijdens de Super Cup in 2002 tussen Feyenoord en Real Madrid | Pro Shots
Van De Kuip naar de top van Polen: het verhaal van Tomasz Rząsa
Van 1999 tot 2003 speelde Tomasz Rząsa als linksback voor Feyenoord. In die periode won hij de Johan Cruijff Schaal (1999) en de UEFA Cup (2002). Na zijn actieve voetbalcarrière ging hij enkele jaren aan de slag als assistent-trainer bij Lech Poznań en werkt hij sinds 2018 als sportief directeur bij de Poolse landskampioen. Jeffrey Overvoorde van Hand in Hand Magazine sprak met de oud-Feyenoorder.
“In 2014 werd ik door Maciej Skorża gevraagd om assistent-trainer te worden bij Lech Poznań. Ik kende hem al goed uit zijn tijd als assistent bij het Poolse nationale elftal. Ik vervulde die rol tot 2015, totdat Skorża vertrok. In 2018 keerde ik terug bij Lech Poznań, opnieuw als assistent-trainer. Later ben ik door de clubpresident benaderd voor de functie van sportief directeur.”
“In die rol ben ik niet alleen op kantoor actief, maar ook nauw betrokken bij wat er op het veld gebeurt, zowel bij het eerste elftal als bij de jeugdopleiding. Daarnaast houd ik me bezig met het transferbeleid.”
Jeugdopleiding en visie van de club
In 2022 en 2025 werd Lech Poznań kampioen van Polen. Tijdens het schrijven van dit artikel (13 april 2025) staat de club nog steeds op de eerste plaats in de competitie, met nog zes wedstrijden te spelen en een voorsprong van twee punten op de nummer twee. Daarmee maakt de ploeg kans om voor de tiende keer in de clubgeschiedenis de landstitel te winnen.
Volgens de voormalige linksback komt dat succes door meerdere factoren. “De jeugdopleiding is erg belangrijk voor ons. We streven ernaar dat minimaal 83% van de selectie daaruit voorkomt. Daarbij is het een uitdaging om onze beste spelers te behouden, zeker wanneer grote clubs uit het buitenland interesse tonen.”
“We houden de data over onze spelers goed bij en kijken hoe ze er fysiek en mentaal voorstaan. Daarnaast letten we er bij het aantrekken van (jeugd)spelers op of ze goed in onze speelwijze passen. De supporters moeten het team niet alleen herkennen aan de blauwwitte shirts, maar ook aan onze aantrekkelijke en offensieve speelstijl.”
“De formatie van het elftal blijft daarbij vaak dezelfde. We kiezen niet voor alleen maar rondspelen. De Poolse competitie staat bekend om de vele omschakelmomenten. Met de visie van de club richten we ons niet op succes op korte termijn, maar op geleidelijke groei op de lange duur.”
“De functie van sportief directeur is veel werk, maar als je iets doet wat je leuk vindt, kost dat geen moeite. Daarnaast vond ik het belangrijk om mijn kinderen te laten zien dat je ook op latere leeftijd nog steeds kunt leren. Ik heb het altijd erg belangrijk gevonden om mezelf te blijven ontwikkelen.”
“Na mijn carrière als speler heb ik een opleiding afgerond aan een sportuniversiteit en een cursus gevolgd bij de UEFA als trainer.”
Trainers van Feyenoord
Tomasz Rząsa maakte in zijn vier seizoenen bij Feyenoord drie verschillende trainers mee. De eerste was Leo Beenhakker in 1999. “Hij had een grote invloed op het team, omdat hij goed met mensen omging en iedereen dichter bij elkaar bracht. Beenhakker kon in topwedstrijden snel zien wat werkte of wat minder ging, waardoor hij zijn wissels strategisch kon toepassen.”
“Wat mij vooral is bijgebleven van mijn eerste officiële wedstrijd voor Feyenoord (de wedstrijd om de Johan Cruijff Schaal die met 2-3 gewonnen werd bij Ajax, red.), is dat ik erg offensief kon spelen, al had dat ook te maken met de kwaliteiten van het team.”
Het vertrek van Beenhakker bij Feyenoord in 2000 leidde tot de tijdelijke aanstelling van Henk van Stee. Voor het seizoen 2000-2001 nam Bert van Marwijk het stokje als oefenmeester over. “Het verschil tussen hem en Beenhakker zat in zijn focus op details, zoals passing, inspelen op het ‘juiste’ been van een medespeler en het wegdraaien bij een tegenstander. Van Marwijk hanteerde een wat meer gecontroleerde speelstijl.”
“Hij hield ook van aanvallend voetbal, maar wilde er altijd voor zorgen dat de verdediging goed georganiseerd stond. Wanneer de ene back naar voren ging, bleef de andere achter om de verdediging te houden.”
Jakub Moder
“We laten regelmatig vier tot vijf van de meest getalenteerde jeugdspelers meetrainen met het eerste elftal, voornamelijk tijdens de trainingskampen in de zomer- en winterstop. Daarna kijken we of ze bij het eerste elftal kunnen blijven of dat we het verstandiger vinden om hen uit te lenen aan een andere club, zoals het geval was met Jakub Moder.”
“Hij deed het zo goed tijdens zijn verhuurperiode bij Odra Opole (momenteel een tweedeklasser in Polen, red.) in 2018-2019, dat we hem een seizoen later weer hebben teruggehaald naar het eerste elftal. Zijn transfer naar Brighton & Hove Albion in 2020 was een van de grootste uitgaande transfers (11 miljoen euro) uit de Poolse competitie.”
Een club met een speciale plek in het hart
“Feyenoord was de beste club uit mijn carrière als voetballer. De supporters hebben altijd in mij geloofd, ook in moeilijke tijden. Mijn grootste succes heb ik ook in Rotterdam behaald door de UEFA Cup te winnen.”
“Mentaal groeiden we als team enorm door lastige tegenstanders zoals PSV en Internazionale te verslaan in het toernooi. Over een goed eindresultaat in de UEFA Cup-finale bestond bij ons geen twijfel.”
“Naast die finale blijft ook de thuiswedstrijd tegen Olympique de Marseille (3-0) mij altijd bij. We kwamen al vroeg met tien man te staan, maar dankzij de fanatieke fans, hard werken en het doorzettingsvermogen wonnen we die wedstrijd alsnog.”
“Onlangs speelde ik mee in een wedstrijd van Feyenoord Legends tegen Celtic Legends (op 15 oktober 2025, red.). Daarnaast voel ik mij altijd verbonden met Rotterdam, waar mijn kinderen geboren werden in het inmiddels gesloopte Sint Clara Ziekenhuis.”
“Voor mijn afscheid bij Feyenoord liep ik een ereronde na de laatste thuiswedstrijd tegen Roda JC in het seizoen 2002-2003. Dat was een emotioneel moment voor mij. Feyenoord heeft een speciale plek in mijn hart en ik blijf de club goed in de gaten houden", sluit hij af.