van persie proshots
Opinie

De onzichtbare tegenstander van Feyenoord

Van de redactie

Voetbal en kritiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zeker bij een topclub, een club waar jaarlijks de hoop leeft dat er prijzen gewonnen zullen worden. Die druk draagt dan ook iets moois in zich. Druk om te presteren is de echo van het feit dat er elke wedstrijd tienduizenden mensen op de tribune zitten voor wie Feyenoord er écht toe doet.

Druk is bovendien niet slechts het oordeel dat het beter moet, maar juist ook het geloof dat het beter kán. Druk is het onvermijdelijke neveneffect van clubliefde, hoop en verlangen, en daarmee is het iets wat Feyenoord nooit kwijt moet raken.

En toch… toch lijkt die druk op dit moment geïnfecteerd met iets wat niet voortkomt uit liefde. De gezonde druk die bij Feyenoord hoort, oogt op dit moment niet gezond. Het geeft de club geen duwtje in de goede richting, maar een duwtje naar de afgrond. Niet zozeer door mensen op de tribunes, maar door de toon die buiten het stadion wordt gezet.

Het valt niet te ontkennen dat er veel dingen zijn die beter kunnen, die beter moeten. Kritiek op keuzes, op wedstrijden die niet lopen, op momenten waarop het zichtbaar beter kan, hoort bij een club als Feyenoord. Die is logisch, en vaak ook terecht. Maar het voelt alsof kritiek zich dieper nestelt en reikt tot plekken waar het niet hoort.

Kritiek van buitenaf hoort erbij, maar in de jungle van het huidige medialandschap is nuance niet hetgeen dat scoort. Journalisten en clubwatchers bewegen mee in een wereld waarin clicks de belangrijkste valuta vormen. Clicks worden niet verdiend met nuance, maar met scherpte. Met duidelijke stellingname, met woorden die nét genoeg schuren om de discussie op gang te brengen.

Waar de journalistiek voorheen het nieuws bracht, moet men het nu vaak doen met wat reeds zichtbaar is. Wedstrijden zijn voor iedereen te volgen, echte scoops zijn schaars, dus verschuift de aandacht naar duiding. En duiding is exact het terrein waar prikkeling wint van inhoud.

Zeker in een tak van sport waar pessimisme, cynisme en negativiteit vaak verward worden met ‘realisme’. Alsof er een zekere voldoening schuilt in het als eerste benoemen van wat er niet klopt. In het laten zien dat jij het wél zag. Realisme valt of staat echter met nuance, en juist die is zoek. Binnen het voetbal wordt optimisme vaak aangezien als naïviteit. Geforceerd kritisch zijn is niet realistisch, juist niet.

Kritisch zijn is bij de huidige situatie van Feyenoord vanzelfsprekend, maar de vorm van de kritiek klopt niet meer. Interpretatie en speculatie worden gebracht als nieuws. Aannames worden gelabeld als ‘het sentiment onder supporters’. Wat begint als interpretatie, wordt gaandeweg de bril waardoor iedereen onbewust kijkt. En zo verschuift de kritiek van iets wat beschrijft naar iets wat richting geeft.

Het is niet de taak van de journalistiek om een pleister op de wond van Feyenoord te plakken, maar ook niet om op de wond te drukken. Het sentiment rond Feyenoord wordt niet alleen op het veld bepaald, maar ook ernaast. Momenteel voelt dat sentiment als een kleurplaat die voor je wordt ingekleurd, nog voordat je zelf hebt kunnen kijken.

Persconferenties lijken niet meer te draaien om vragen over het spel, maar om het testen van de drukbestendigheid van de trainer en om wie hem het best aan het wankelen krijgt. Hij krijgt vragen over zijn toekomst, over zijn positie. Iedereen ziet dat het beter moet, maar wie wekenlang dezelfde vragen, dezelfde twijfels en dezelfde toon hoort, zal merken wat dat doet. Niet dat het gevoel ontstaat, maar wel dat het zich verdiept. Dat het zwaarder wordt, stelliger. Dat het zich vastzet en steeds minder ruimte laat voor iets anders.

Zo sijpelt de moedeloosheid de club in, voelbaar op de tribunes, merkbaar op het veld, in een cirkel die steeds moeilijker te doorbreken wordt. Want dat is wat er nu gebeurt. Elke fout voelt zwaarder, steeds zwaarder. Elke bal die net niet aankomt, wordt groter dan hij is. Elke foute aanname voelt als de zoveelste, alsof het nooit meer goed komt. En natuurlijk staan supporters achter de ploeg. Dat is altijd zo geweest, en dat blijft zo. Maar steun zit niet alleen in wat je zingt of roept. Het zit ook in wat er tussendoor gebeurt. In die zucht bij een mislukte pass. In dat gevoel dat al na tien minuten door het stadion hangt.

Je ziet wat dat doet. Hoe spelers daarna nét iets minder durven. Hoe ze de veilige bal kiezen, in plaats van de juiste. Alsof ze niet meer alleen tegen de tegenstander spelen, maar ook tegen het gevoel dat om hen heen hangt.

Want dat is het verschil. Of een speler na een fout weer risico durft te nemen, of dat hij angstig opziet tegen een volgende fout. Of hij een keuze maakt vanuit vertrouwen, of vanuit het vermijden van de volgende fout. Of hij ruimte voelt, of druk. Of een ploeg vrij speelt, of verkrampt. Of een bal vooruit wordt gespeeld, of veilig terug.

Het verschil tussen een speler die durft en een speler die afwacht, zit vaak niet in kwaliteit, maar in wat hij voelt. Iedereen kent het verschil tussen iemand die je na een fout direct op zijn plek zet, en iemand die je het vertrouwen geeft om het nog een keer te proberen.

Tegenvallende resultaten en negativiteit kunnen een speler de put in krijgen, maar het publiek heeft het vermogen om diezelfde speler hieruit te halen. Niet door minder kritisch te zijn, maar door te kiezen welk gevoel je versterkt.

Dat de spelers beter kúnnen hebben we de eerste maanden van het seizoen gezien. Spelers voetballen zoals ze zich voelen, en dat gevoel kan gekanteld worden. Wíj doorbreken de cirkel.

Tekst: Bob van Gilst | Hand in Hand Magazine

Delen