Longread
martin-van-geel
Analyse

Waarom Martin van Geel meer credits verdient bij Feyenoord

Niels

Maandagmiddag richt de blik van Feyenoord zich op de toekomst. Om 13:30 uur worden Robert Eenhoorn en Dévy Rigaux officieel gepresenteerd tijdens een persconferentie. Rigaux zet dan zijn handtekening onder een driejarig contract als technisch directeur. De verwachtingen zijn hooggespannen. Na de periode waarin Dennis te Kloese de functies van algemeen en technisch directeur combineerde, kiest Feyenoord opnieuw voor een duidelijke scheiding van verantwoordelijkheden.

Vooral de komst van Rigaux maakt nieuwsgierig. Bij Club Brugge bouwde hij een sterke reputatie op met een scherp oog voor talent, internationale scouting en spelers die later voor grote bedragen werden verkocht. Precies op dat vlak wil Feyenoord de komende jaren verder doorgroeien.

Daarmee keert ook een klassieke functie terug in De Kuip: de technisch directeur die zich volledig richt op het technische beleid. De langstzittende technisch directeur uit de historie van Feyenoord was Martin van Geel. Zijn periode begon succesvol, mondde uit in de landstitel van 2017, maar eindigde zonder groot applaus. Tijd dus voor een terugblik. Was Van Geel belangrijker voor Feyenoord dan vaak wordt gedacht?

Als het over Martin van Geel gaat, valt al snel de term ‘bord-op-schoot-scouting’. Het beeld is bekend: Feyenoord haalde te vaak spelers die iedereen op zondagavond bij Studio Sport voorbij zag komen. Zeker na het kampioenschap van 2017 werd dat verwijt sterker. De dure aankopen die Feyenoord die zomer deed, slaagden niet echt in de Kuip. Daardoor is het oordeel over Van Geel in de loop der jaren flink gekanteld.

Voor de buitenwacht ben je als technisch directeur vaak zo goed als je laatste transferzomer. Dat gold ook voor Van Geel. De man die mede aan de basis stond van het kampioensteam van 2017, werd na dat historische seizoen steeds vaker gezien als de technisch directeur die de selectie onvoldoende wist door te ontwikkelen. Daar kwam bij dat Feyenoord onder zijn verantwoordelijkheid niet instapte met Jong Feyenoord in de Eerste Divisie, de huidige Keuken Kampioen Divisie. Een beslissing die de club later nog vaak is nagedragen, juist omdat bij Feyenoord inmiddels een duidelijke wens bestaat om met Jong Feyenoord alsnog hogerop te komen in de voetbalpiramide.

Toch doet dat beeld zijn periode tekort. Wie terugkijkt op de volledige acht jaar van Martin van Geel als technisch directeur, ziet namelijk ook een club die sportief én financieel uit een diep dal kwam.

Een club in zwaar weer
Martin van Geel trad op 1 mei 2011 in dienst bij Feyenoord. Hij begon daarmee een maand eerder aan zijn eerste transferzomer dan Dévy Rigaux nu. De situatie waarin Van Geel terechtkwam, was allesbehalve eenvoudig. Feyenoord had sportief zware jaren achter de rug en financieel was de ruimte minimaal.

De vijf seizoenen vóór zijn komst eindigde Feyenoord als 7de, 6de, 7de, 4de en 10de. Vooral die 10de plaats in het seizoen 2010/2011 was pijnlijk. Feyenoord was een grote club, maar op het veld was daar steeds minder van terug te zien. Ook financieel stond de club er slecht voor. Ondanks een investeringsimpuls van bijna 33 miljoen euro van de Vrienden van Feyenoord had Feyenoord bij het aantreden van Van Geel nog altijd een negatief eigen vermogen van ongeveer 21 miljoen euro.

Dat was de context waarin Van Geel moest werken. Geen luxe uitgangspositie, geen grote transferbudgetten en geen ruimte voor grote fouten.

Meteen ingrijpen in selectie en staf
Van Geel drukte direct zijn stempel op de selectie en de technische staf. De periode van Mario Been kwam in de zomer van 2011 abrupt ten einde. De spelersgroep zegde het vertrouwen in Been op, waarna de trainer vertrok. Niet veel later werd Ronald Koeman aangesteld als zijn opvolger.
Die trainerswissel bleek van grote betekenis. Koeman bracht rust, duidelijkheid en voetbalinhoudelijke structuur. Van Geel moest ondertussen met beperkte middelen de selectie versterken en evenwichtiger maken. Dat deed hij opvallend snel.

John Guidetti werd gehuurd van Manchester City en groeide uit tot publiekslieveling. Otman Bakkal kwam naar Feyenoord en bracht ervaring, scorend vermogen en loopvermogen op het middenveld. Jordy Clasie brak definitief door en werd een van de gezichten van het nieuwe Feyenoord. Ook spelers als Bruno Martins Indi en Stefan de Vrij lieten zien hoeveel waarde er in de eigen opleiding zat.

Tegelijkertijd wist Van Geel voor Georginio Wijnaldum en Leroy Fer, allebei spelers met een kortlopend contract, nog goede transfersommen te realiseren. Dat was in die fase belangrijk. Feyenoord had geld nodig, maar kon het zich ook niet veroorloven om sterkhouders gratis de deur uit te zien lopen.

Het resultaat was direct zichtbaar. Feyenoord eindigde in het eerste seizoen onder Koeman en Van Geel als 2de. Na jaren van wisselvalligheid stond de club ineens weer bovenin. Vanaf dat moment werd Feyenoord weer structureel een topclub in de Eredivisie. In de jaren daarna eindigde de club steeds in de top 4.

Van lege portemonnee naar kampioensselectie
De grote verdienste van Van Geel ligt vooral in de opbouw van het elftal dat uiteindelijk in 2017 kampioen werd. Dat elftal kwam niet uit de lucht vallen. Het was in meerdere jaren samengesteld, vaak met relatief beperkte middelen.

Dirk Kuijt keerde terug en werd de leider van de ploeg. Eljero Elia kwam naar Feyenoord en gaf het elftal dreiging, flair en diepte vanaf de linkerkant. Jens Toornstra werd een belangrijke schakel met loopvermogen, doelpunten en arbeid. Rick Karsdorp en Terence Kongolo kwamen door vanuit de eigen opleiding. Karim El Ahmadi groeide uit tot de motor van het elftal.

In de zomer van 2016 maakte Van Geel vervolgens een cruciale keuze. Feyenoord had de mogelijkheid om Jong Feyenoord te laten instromen in de voetbalpiramide, maar Van Geel vond de kosten te hoog en twijfelde openlijk aan de meerwaarde voor de talentontwikkeling. FC Utrecht stapte wel in met Jong FC Utrecht. Feyenoord gebruikte de financiële ruimte liever voor directe versterking van het eerste elftal.

Die keuze is hem later vaak verweten. Toch is het eerlijk om te erkennen dat de korte termijn wél goed uitpakte. Feyenoord haalde Nicolai Jørgensen en huurde Steven Berghuis. Jørgensen werd in het kampioensjaar topscorer van de Eredivisie met 21 doelpunten en gaf daarnaast 11 assists. Berghuis was vanaf rechts belangrijk met doelpunten, assists en dreiging. Samen met Kuijt, Elia en Toornstra vormden zij de basis van een veel scorende ploeg die eindelijk weer de landstitel naar Rotterdam-Zuid bracht.

Achteraf kun je zeggen dat Feyenoord op langere termijn last heeft gehad van het ontbreken van Jong Feyenoord in de Eerste Divisie. Maar in de zomer van 2016 was de keuze om het beschikbare geld in Jørgensen en Berghuis te steken niet onlogisch. Sterker nog: zonder die keuze was Feyenoord waarschijnlijk geen kampioen geworden.

Financieel herstel
Ook financieel veranderde er veel in de periode-Van Geel. In alle acht seizoenen waarin hij technisch directeur was, realiseerde Feyenoord een positief operationeel resultaat. In zijn eerste zes seizoenen was ook het transferresultaat positief. Alleen in de laatste twee seizoenen sloeg dat transferresultaat om naar negatief. Juist dat werd een stevige smet op zijn periode.

Toch blijft het totale financiële beeld indrukwekkend. Bij zijn aantreden had Feyenoord een negatief eigen vermogen van ongeveer 21 miljoen euro. Toen Van Geel in de zomer van 2019 vertrok, had Feyenoord een positief eigen vermogen van ruim 25 miljoen euro. Dat betekent een verbetering van ongeveer 46 miljoen euro.

Daarbij hoort ook de kanttekening dat Feyenoord na het bereiken van de Champions League in 2017 niet al het geld in de selectie stopte. De directie koos ervoor om een deel van de opbrengsten te gebruiken voor de bouw van trainingscomplex 1908 en voor de modernisering van Varkenoord. Dat was een verstandige keuze. De club profiteert daar nog altijd van. De omstandigheden voor het eerste elftal en de jeugdopleiding zijn structureel verbeterd.

De transferzomer die bleef hangen
Toch is het begrijpelijk dat het beeld over Van Geel na 2017 kantelde. Feyenoord werd kampioen en plaatste zich na vijftien jaar weer voor de Champions League. Dat was hét moment om door te pakken. De club haalde vier relatief dure spelers: Ridgeciano Haps van AZ, Jeremiah St. Juste en Sam Larsson van sc Heerenveen en Sofyan Amrabat van FC Utrecht. Geen van deze vier wist echt te slagen in de Kuip.

Haps begon sterk, maar kreeg te maken met blessures en werd uiteindelijk een speler waarop Feyenoord financieel een behoorlijk verlies moest nemen. Larsson kwam met hoge verwachtingen, maar bleek te wisselvallig. Zijn aan- en verkoopbedrag lagen ongeveer op hetzelfde niveau, maar sportief wist hij de verwachtingen nooit echt waar te maken. St. Juste had snelheid, atletisch vermogen en potentie, maar werd in Rotterdam nooit de vaste topverdediger die men voor ogen had. Toch werd hij later met winst verkocht aan Mainz, waar zijn ontwikkeling verderging. Financieel was St. Juste dus geen slechte aankoop.

Bij Sofyan Amrabat ligt het misschien nog interessanter. Hij kwam van FC Utrecht, maar kon bij Feyenoord niet overtuigen. Een jaar later vertrok hij alweer. Toch liet zijn latere loopbaan zien dat er wel degelijk veel potentie in hem zat. Via Club Brugge en Hellas Verona ontwikkelde Amrabat zich verder. Hellas Verona verkocht hem uiteindelijk voor ongeveer 20 miljoen euro aan Fiorentina. Dat zegt veel. Met Amrabat had Feyenoord in potentie juist een speler in huis waarmee de club een grote slag op de transfermarkt had kunnen slaan. Alleen kwam dat er in Rotterdam niet uit.

Dat maakt de transferzomer van 2017 zo dubbel. Van Geel haalde geen volstrekt kansloze spelers. St. Juste en Amrabat bleken later wel degelijk waarde te hebben. Maar Feyenoord wist die waarde zelf onvoldoende te benutten. Sportief mislukten de aankopen grotendeels en financieel profiteerde de club te weinig van de potentie die sommige spelers wel hadden.

Te weinig groeibriljanten
Daarmee raken we aan een breder kritiekpunt. Onder Van Geel boekte Feyenoord grote transferresultaten vooral met spelers uit de eigen opleiding. Denk aan spelers als Stefan de Vrij, Bruno Martins Indi, Jordy Clasie, Rick Karsdorp, Terence Kongolo, Jean-Paul Boëtius en later ook anderen die vanuit Varkenoord waarde vertegenwoordigden. Dat onderstreept hoe belangrijk een sterke jeugdopleiding voor Feyenoord is geweest. Varkenoord was in die jaren misschien wel de belangrijkste motor achter het sportieve en financiële herstel.

Tegelijkertijd lukte het Feyenoord onder Van Geel minder goed om jonge, veelbelovende spelers van andere clubs vroeg te ontdekken, relatief goedkoop vast te leggen en later met grote winst te verkopen. Juist op dat gebied heeft Feyenoord de laatste jaren stappen gezet. Onder Frank Arnesen werd duidelijk dat het scoutingapparaat van Feyenoord te dun bezet was. Na de reorganisatie en versterking van de scouting werden groeibriljanten van buitenaf beter en eerder ontdekt.

Dat verschil is belangrijk in de beoordeling van Van Geel. Hij heeft Feyenoord sportief en financieel geholpen om uit het dal te komen, maar hij heeft de club niet volledig naar een moderne transfer- en scoutingorganisatie gebracht. Daar lag zijn beperking.

Het gemiste Jong Feyenoord
Ook het dossier Jong Feyenoord blijft aan zijn periode kleven. Van Geel bekritiseerde destijds openlijk de toetreding van beloftenteams tot de voetbalpiramide. Hij vond dat de kosten hoog waren en twijfelde aan de meerwaarde voor de ontwikkeling van talenten. Vanuit de financiële situatie van Feyenoord was dat standpunt te begrijpen.

Maar achteraf is duidelijk dat Feyenoord hier terrein heeft verloren. Clubs als Ajax, PSV, AZ en FC Utrecht konden hun grootste talenten wekelijks op een hoger niveau laten spelen. Feyenoord miste die tussenstap. Zeker voor spelers die te goed waren voor jeugdvoetbal, maar nog niet klaar voor Feyenoord 1, was dat nadelig.

De keuze uit 2016 was dus plausibel, zeker omdat het geld mede werd gebruikt voor spelers die Feyenoord kampioen maakten. Maar op de lange termijn heeft Feyenoord de prijs betaald voor het ontbreken van een Jong-team op het hoogste beloftenniveau.

De balans
Wie alleen naar de laatste jaren kijkt, ziet vooral de mislukte transferzomer van 2017, het ontbreken van Jong Feyenoord in de Eerste Divisie en een scoutingapparaat dat onvoldoende toekomstbestendig was. Dat zijn terechte kritiekpunten. Van Geel is daar ook verantwoordelijk voor geweest.
Maar wie zijn hele periode beoordeelt, ziet meer.

Hij kwam binnen bij een club die sportief was afgegleden en financieel nog altijd zwaar beschadigd was. Hij stelde snel orde op zaken, haalde met beperkte middelen waardevolle spelers, verkocht spelers met kortlopende contracten op tijd, hielp Feyenoord terug naar de top van Nederland en was medearchitect van het elftal dat in 2017 eindelijk weer kampioen werd. In zijn periode verbeterde het eigen vermogen met ongeveer 46 miljoen euro. Bovendien werd onder zijn technische directeurschap geïnvesteerd in 1908 en Varkenoord, voorzieningen waar Feyenoord nog altijd van profiteert.

Daarom is het beeld over Martin van Geel niet zwart-wit. Zijn laatste jaren hebben zijn reputatie beschadigd. De dure aankopen na het kampioenschap slaagden niet, Amrabat werd te vroeg afgeschreven en het scoutingsapparaat was onvoldoende ingericht op de moderne transfermarkt. Maar de basis van zijn periode was wél sterk.

Martin van Geel was niet de technisch directeur die Feyenoord definitief naar een modern transfermodel bracht. Hij was wel de technisch directeur die Feyenoord vanuit een sportief en financieel dal terugbracht naar de top van Nederland.

Delen