Feyenoord hoopte dat het zou overwaaien en nu is alles uit handen gegeven
Hoop is uitgestelde teleurstelling, sprak ooit een markante oud-voorzitter van Feyenoord. Hopen dat er iets goeds gaat gebeuren, zonder dat daar aanwijsbare redenen voor zijn. Precies dat lijkt de club al een aantal maanden op rij te doen. Hopen op een balletje binnenkant paal, een bevlieging van Hadj Moussa of een zondagschot dat de ingezette teloorgang moeten keren.
Je hoeft geen Albert Einstein te zijn om te weten hoe dit doorgaans afloopt. Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg is een gevleugelde uitspraak. Zoals elk jaar werd tijdens de winterbreak de zon opgezocht voor een trainingskamp, waarvan de club steevast terugkeerd met uitspraken als ‘een goed gevoel’, ‘vertrouwen getankt’ en ‘klaar voor de tweede seizoenshelft’, om daarna gelijk te spelen tegen sc Heerenveen en te verliezen van Sparta.
De wedstrijden tegen Real Betis en PSV ontvouwden zich vervolgens zoals voorspeld, waardoor na de uitschakelingen in de Europa League en het bekertoernooi, nu ook de riante voorsprong voor de tweede plek in de competitie compleet is verdampt en in verliespunten is overgedragen aan nota bene NEC. En niemand is echt verrast.
Signalen
Al maanden staat de media bol van de artikelen over wat er allemaal fout gaat. Over een onuitputtende blessurestroom die de performance staf mag worden aangerekend, niet renderende recordaankopen, een onervaren trainer, het gebrek aan scorend vermogen, gehannes met de aanvoerdersband en openlijk geruzie met een van de beste spelers.
Signalen genoeg, maar er gebeurde weinig. Feyenoord wilde graag de rust bewaren in de vaak opportunistische voetbalwereld en dat valt de club nog enigszins te prijzen. De problemen zijn alleen niet van vandaag. Vorig seizoen was het niet heel anders, al werd dat nog enigszins gecamoufleerd door een uitmuntende Champions League-campagne.
Ook toen was de waslijst van blessuregevallen ellenlang en moesten de doelpunten steevast van slechts een drietal spelers komen, waarvan er inmiddels een is vertrokken. Onrust was er toen ook, met het lekken van een aanstaand ontslag van Brian Priske als absoluut dieptepunt. De verkoop van de beste spelers ging vervolgens volop door. Voor historische miljoenenbedragen die de club normaal gesproken niet gewend was, maar de sportieve kaalslag werd al snel zichtbaar.
Eén rampseizoen kun je scharen onder ongelukkig toeval, of noem het van mijn part de Wet van Murphy. Twee seizoenen heet een patroon. Gelukkig staan de verantwoordelijke bestuurders te trappelen om hun aflopende termijnen te verlengen. Want de kritiek waait weer een keer over. Zo hopen ze.