Wat Feyenoord écht overhoudt aan een miljoenentransfer
Ayase Ueda staat in de belangstelling van een aantal clubs uit de Premier League. Ook op het WK zette hij zichzelf nadrukkelijk in de etalage. Namens Japan vertolkte hij de hoofdrol tegen Tunesië, met twee doelpunten, een assist en een voorassist.
De verwachting is dat Ueda Feyenoord deze zomer voor een mooi bedrag gaat verlaten. Met Nacho Ferri heeft Feyenoord al een nieuwe spits vastgelegd. Of het daadwerkelijk tot een uitgaande transfer komt, welk bedrag daarmee gemoeid is en welke voorwaarden tussen de clubs worden afgesproken, zal waarschijnlijk slechts deels naar buiten komen. Toch is er wel een grove inschatting te maken van wat zo’n verkoopdeal voor Feyenoord betekent.
Neem onderstaande bedragen daarom niet voor waar aan. Dit artikel is vooral bedoeld om te laten zien welk deel van een verkoopopbrengst een club kan gebruiken voor versterkingen. Een concreet voorbeeld, zoals een mogelijke verkoop van Ueda, maakt dat inzichtelijk.
Een voorbeeld om de transferrekensom uit te leggen
Bij de verkoop hanteren we de volgende uitgangspunten:
| Uitgaande transfersom | € 25 miljoen |
| Oorspronkelijke transfersom in 2023 | € 10 miljoen |
| Geschatte boekwaarde per 30 juni 2026 | € 4,5 miljoen |
| Solidariteitsvergoeding | 5% |
| Doorverkooppercentage Cercle Brugge | 20% van het surplus |
| Makelaarskosten bij verkoop | 7% van de transfersom |
Waarom we met deze bedragen rekenen
Wat de precieze transfersom in 2023 was, verschilt per nieuwsbron. Inclusief bonussen lijkt het bedrag afgerond rond de € 10 miljoen te liggen. In een eerder artikel zijn we uitgebreid ingegaan op afschrijvingskosten en de boekwaarde van spelers. Ueda tekende in de zomer van 2023 een vijfjarig contract. Drie van de vijf jaren zijn nu verstreken. Dat betekent dat nog 2/5-deel van de totale investering als bezitting op de balans staat.
Kijk je alleen naar een transfersom van € 10 miljoen, dan zou de boekwaarde nu € 4 miljoen zijn. Omdat bovenop de transfersom ook nog bijkomende kosten kunnen zijn geactiveerd, zal de boekwaarde nu eerder rond de € 4,5 miljoen zijn.
Meerdere nieuwsbronnen melden dat Cercle Brugge bij de transfer naar Feyenoord een doorverkooppercentage van 20% heeft afgesproken. In dit rekenvoorbeeld gaan we ervan uit dat dit percentage wordt berekend over het surplus: het verschil tussen de nieuwe verkoopprijs en de oorspronkelijke investering van Feyenoord.
Bij een verkoop voor € 25 miljoen en een oorspronkelijke investering van € 10 miljoen is dat surplus € 15 miljoen. Twintig procent daarvan is € 3 miljoen. Dat bedrag zou Feyenoord dan moeten afdragen aan Cercle Brugge.
Daarnaast rekenen we met 5% solidariteitsvergoeding en 7% makelaarskosten bij verkoop. De solidariteitsvergoeding is een vast gegeven. De makelaarskosten zijn in dit voorbeeld geraamd op 7% van de transfersom. In werkelijkheid verschilt dat tarief per transfer, afhankelijk van de gemaakte afspraken.
Wat blijft er over van 25 miljoen?
De fictieve rekensom ziet er dan als volgt uit:
| Bruto verkoopprijs | € 25,00 miljoen |
| Af: solidariteitsvergoeding, 5% | € 1,25 miljoen |
| Af: makelaarskosten, 7% | € 1,75 miljoen |
| Af: doorverkoopvergoeding Cercle Brugge | € 3,00 miljoen |
| Netto verkoopopbrengst vóór boekwaarde | € 19,00 miljoen |
| Af: boekwaarde Ueda | € 4,50 miljoen |
| Positief transferresultaat voor Feyenoord | € 14,50 miljoen |
Waarom het ook lager kan uitvallen
Dit positieve transferresultaat van € 14,5 miljoen kan lager uitvallen als Ueda bij een uitgaande transfer recht heeft op een vertrekpremie. In het verleden speelde dit bijvoorbeeld bij Graziano Pellè, die bij zijn transfer naar Southampton een premie ontving. Zo’n vertrekpremie kan bovendien leiden tot extra belastingdruk voor de club. In 2026 moet bij vertrekvergoedingen 75% belasting worden betaald over het bedrag boven de € 700.000. In dit rekenvoorbeeld laten we zo’n eventuele vertrekpremie en bijbehorende belastingheffing buiten beschouwing, omdat niet bekend is of Ueda daar recht op heeft.
Zelfopgeleide spelers leveren netto meer op
Van de brutoverkoopprijs van € 25 miljoen blijft in dit rekenvoorbeeld dus € 14,5 miljoen over als positief resultaat in de winst-en-verliesrekening. Dat is nog geen 60% van het bedrag dat in de media als transfersom zou worden genoemd.
Die 60% is geen vaste norm. Bij de verkoop van een zelfopgeleide speler of een speler met een heel lage boekwaarde ligt het percentage veel hoger. Denk bijvoorbeeld aan een speler die vrijwel niets heeft gekost en waarvoor geen zwaar doorverkooppercentage geldt.
Bij een speler als Read valt het percentage daarom hoger uit. Daarvoor zijn drie redenen denkbaar:
| Waarom het percentage bij Read hoger ligt | Toelichting |
| Lage boekwaarde | Alleen tekengelden met bijkomende kosten kunnen nog op de balans staan. |
| Lagere solidariteitsvergoeding aan andere clubs | Een groter deel van de opleidingsjaren ligt bij Feyenoord zelf. |
| Geen doorverkooppercentage | FC Volendam heeft geen doorverkooppercentage bedongen. |
Andersom kan het ook. Bij de verkoop van een speler waarbij de transfersom maar net boven de boekwaarde ligt, blijft er veel minder positief resultaat over. Als een speler onder zijn boekwaarde wordt verkocht, leidt een transfer zelfs tot een verlies. Vaak is in een eerder jaar zo’n verlies al genomen.
Waarom Feyenoord niet voor 14,5 miljoen kan kopen
De volgende vraag is dan: wat kan Feyenoord met die € 14,5 miljoen doen als de club dit bedrag wil gebruiken voor een nieuwe spits?
Ook bij een inkomende transfer gaat niet het hele bedrag naar de verkopende club. Er moet opnieuw rekening worden gehouden met bijkomende kosten. Tekengelden en kosten van zaakwaarnemers zijn vaak gekoppeld aan het brutosalarispakket van de speler, maar voor een eenvoudig rekenvoorbeeld benaderen we ze als percentage van de transfersom.
In dit voorbeeld rekenen we voorzichtig met 8% tekengeld en 8% makelaarskosten. Samen is dat 16%. Daarnaast zit in de transfersom zelf opnieuw een solidariteitsvergoeding van 5%, waardoor de verkopende club niet de volledige transfersom ontvangt.
Wat kan Feyenoord herinvesteren?
Als Feyenoord het positieve transferresultaat van € 14,5 miljoen volledig wil gebruiken voor een nieuwe speler, ontstaat deze rekensom:
| Brutotransfersom nieuwe speler | € 14,5 miljoen |
| Tekengeld, 8% | € 1,0 miljoen |
| Makelaarskosten, 8% | € 1,0 miljoen |
| Totale investering | € 12,5 miljoen |
Van die brutotransfersom van € 12,5 miljoen gaat vervolgens nog 5% solidariteitsvergoeding af, waardoor de verkopende club minder overhoudt dan € 12,5 miljoen.
Simpel gezegd: als Feyenoord Ueda voor € 25 miljoen verkoopt, kan de club met het positieve transferresultaat in dit voorbeeld een speler kopen voor € 12,5 miljoen. Dat is de helft van de uitgaande transfersom. Daarmee wordt duidelijk waarom uitgaande transfers bij Eredivisieclubs vaak hoger zijn dan inkomende transfers.
De kosten per jaar
Tot slot is er nog de jaarlijkse last in de winst-en-verliesrekening. Ueda kost Feyenoord niet alleen salaris, maar ook afschrijving. Capology schat zijn jaarsalaris in op ongeveer € 0,8 miljoen per jaar. Zijn jaarlijkse afschrijving gaat richting € 2,5 miljoen, dan drukt hij voor ruim € 3 miljoen per jaar op het resultaat.
Voor een nieuwe speler ligt dat anders. Stel dat Feyenoord een speler haalt voor een totale investering van € 14,5 miljoen en hem een contract voor vijf seizoenen geeft. Dan bedraagt de afschrijving op alleen de transfersom € 2,9 miljoen per jaar. Als daar een jaarsalaris van bijvoorbeeld € 1,4 miljoen bijkomt, stijgt de jaarlijkse last naar € 4,3 miljoen.
| Jaarlijkse last | Ueda | Nieuwe speler |
| Salaris | € 0,8 miljoen | € 1,4 miljoen |
| Afschrijving | € 2,5 miljoen | € 2,9 miljoen |
| Totale jaarlijkse last | € 3,3 miljoen | € 4,3 miljoen |
Waar het resultaat uit bestaat
Het resultaat van een voetbalclub bestaat grofweg uit drie onderdelen:
| Onderdeel | Betekenis |
| Operationeel resultaat | Omzet minus kosten, inclusief salarissen |
| Financieel resultaat | Renteopbrengsten en rentelasten |
| Transferresultaat | Nettoresultaat op verkochte spelers minus de jaarlijkse afschrijvingen |
Feyenoord heeft positieve transferresultaten dus hard nodig om de jaarlijkse afschrijvingen te kunnen dekken. Daarbij geldt ook dat over een positief totaalresultaat nog ongeveer 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Een club kan niet jaar na jaar spelers kopen, afschrijvingen laten oplopen en vervolgens nauwelijks verkopen. Dan ontstaat vroeg of laat een probleem in de winst-en-verliesrekening.
Op tijd verkopen is ook beleid
Feyenoord heeft met Ueda een topspits in huis. Toch kan het financieel verstandig zijn om hem deze zomer te verkopen. Allereerst verdient de Japanner een mooie stap naar een grote competitie als die kans zich voordoet. Dat moeten hem zeker gunnen. Daarnaast wordt hij eind augustus 28 jaar. Vanaf die leeftijd wordt het steeds lastiger om nog een grote transfersom te vragen.
In het verleden heeft Feyenoord te vaak een negatief transferresultaat geboekt doordat er te weinig werd verkocht, terwijl de jaarlijkse afschrijvingen wel doorliepen. Een goede verkoop van Ueda kan daarom sportief pijn doen, maar financieel juist verstandig zijn.
De les is helder: € 25 miljoen verkopen betekent niet € 25 miljoen terugkopen.