Pro Shots
Barça 3.0 ontleed: de duizelingwekkende cijfers achter de 5-1
Was FC Barcelona woensdagavond werkelijk zoveel beter dan Feyenoord als de uitslag doet vermoeden? Het antwoord is zowel ja als nee. Veel cijfers passen vrijwel exact bij een krachtsverschil van ongeveer vijf tegen één. Andere statistieken laten zien dat de Rotterdammers meer dreiging hadden dan de eindstand suggereert. Bovenal maakte Feyenoord kennis met een elftal waarbij onder Hansi Flick momenteel vrijwel alles lukt.
Vijf wedstrijden, vijf overwinningen en 22 doelpunten. FC Barcelona is verpletterend aan het seizoen begonnen. In vier van die vijf wedstrijden kwamen de Catalanen tot vijf treffers. Feyenoord werd woensdagavond het volgende slachtoffer van een ploeg die momenteel niet alleen wint, maar tegenstanders met verzorgd, snel en uiterst nauwkeurig voetbal van het veld speelt.
Bij het Catalaanse radioprogramma Què T’hi Jugues! van SER Catalunya wordt gesproken over ‘Barça 3.0’. Hansi Flick is aan zijn derde seizoen begonnen en de principes van de Duitse trainer lijken inmiddels volledig in de ploeg verankerd. Volgens oud-speler en analist Lluís Carreras geeft Flick momenteel een voetballes. Barcelona speelt met intensiteit, maar kan ook op ieder gewenst moment het tempo bepalen. Bovendien is er geen spoor van verzadiging zichtbaar.
Carles Planchart plaatste bij dezelfde uitzending wel een kanttekening. Barcelona bevindt zich momenteel in een bijna onwerkelijke situatie waarin vrijwel alles lukt. De echte test volgt volgens hem wanneer de ploeg niet opnieuw vijfmaal scoort en een wedstrijd daadwerkelijk moeizaam verloopt.
Flick heeft alles onder controle
Ook El País wees op een veelzeggend aspect van de overwinning. Flick veranderde zijn basiselftal op vijf plaatsen ten opzichte van de eerdere 0-5-zege bij Valencia. Toch verdwenen het ritme en de vaste spelpatronen geen moment uit de ploeg. Ook de vijf wissels in de tweede helft hadden nauwelijks invloed op het niveau.
Daarin schuilt misschien wel de grootste kracht van het huidige Barcelona. Het elftal is niet meer afhankelijk van één ideale opstelling. De spelers kennen hun positie, herkennen de ruimtes en weten precies wanneer zij moeten versnellen of juist temporiseren. Invallers nemen de rollen moeiteloos over.
Rodri bewaakt de balans en verliest nauwelijks een bal. Daardoor kan Pedri hoger op het veld spelen en zich meer met de aanval bemoeien. Voorin beweegt Raphinha als centrumspits voortdurend uit zijn positie. Dat biedt ruimte aan Lamine Yamal, Dani Olmo en de buitenspeler aan de andere kant. Barcelona speelt zonder klassieke nummer negen, maar beschikt daardoor juist over bijzonder veel aanvallende variatie.
Tegen Feyenoord resulteerde dat in vijf doelpunten van vier verschillende spelers. Raphinha scoorde tweemaal. Karim Adeyemi, Lamine Yamal en invaller Gabriel Jesus namen de andere doelpunten voor hun rekening.
Veel cijfers passen precies bij 5-1
De onderliggende cijfers maken duidelijk hoe groot de Catalaanse overheersing was. Barcelona kwam tot 22 doelpogingen, tegenover slechts vier van Feyenoord. De verhouding bij de schoten op doel was 9-2. Ook het balbezit van 71 tegenover 29 procent en het aantal balcontacten in het strafschopgebied, 33 tegenover 6, wijzen op een krachtsverschil van ongeveer vijf tegen één. Bij de hoekschoppen was de verhouding 4-1. Barcelona raakte bovendien tweemaal het aluminium.
De PPDA vertelt een vergelijkbaar verhaal. Deze afkorting staat voor passes per defensive action en geeft aan hoeveel passes een tegenstander mag versturen voordat een ploeg een verdedigende actie uitvoert. Hoe lager het getal, hoe intensiever een ploeg doorgaans druk zet. Barcelona noteerde een PPDA van 9,0. Feyenoord kwam uit op 26,0. Concreet betekent dit dat Barcelona gemiddeld na negen Rotterdamse passes een verdedigende actie ondernam. Feyenoord liet de Catalanen gemiddeld 26 keer overspelen voordat het tot zo’n ingreep kwam. In de tweede helft liep dat verschil verder op. De PPDA van Feyenoord steeg toen zelfs naar 40,5.
Ook de post-shot expected goals sluiten redelijk bij het spelbeeld aan. Deze maatstaf wordt ook wel xGOT genoemd, expected goals on target. Gewone xG beoordeelt de kwaliteit van een kans op het moment dat een speler schiet. xGOT kijkt vervolgens ook naar de uitvoering en plaatsing van het schot. Een bal die richting de hoek vliegt, krijgt daardoor een hogere waarde dan een schot vanaf dezelfde positie dat recht op de doelman afgaat.
Barcelona kwam uit op een post-shot xG van 3,09, tegenover 0,92 voor Feyenoord. Vooral bij de doelpunten van Adeyemi en Raphinha is het verschil goed zichtbaar. Adeyemi schoot vanaf een lastige positie met een xG van slechts 0,03, maar plaatste de bal zo goed dat het schot een post-shotwaarde van 0,54 kreeg. De tweede treffer van Raphinha steeg door de voortreffelijke afronding van 0,24 xG naar 0,59. De Catalanen creëerden dus niet alleen kansen, maar werkten die op uitzonderlijk hoog niveau af.
Toch was de uitslag ook geflatteerd
Andere maatstaven geven een genuanceerder beeld. De totale xG bedroeg 2,31 tegenover 0,82. Op basis van alleen de kwaliteit van de doelpogingen lag een uitslag van ongeveer 2-1 of 3-1 meer voor de hand dan 5-1. Ook het verschil in het aantal grote kansen was kleiner dan de uiteindelijke marge van vier doelpunten doet vermoeden.
Daarbij worden momenten na geconstateerd buitenspel niet in de doelpogingen en de xG verwerkt. Nacho Ferri zag twee doelpunten wegens buitenspel worden afgekeurd. Die treffers telden terecht niet mee, maar lieten wel zien dat Feyenoord enkele keren achter de hoge defensie van Barcelona wist te komen. De buitenspelval beheersen de Catalanen tot in de perfectie. De vlag ging acht keer omhoog. Aan de andere kant stond Barça slechts tweemaal buitenspel.
De eindstand was daarom aan de ene kant een logische vertaling van de algehele dominantie. Aan de andere kant was Barcelona veel doeltreffender dan op basis van de gecreëerde kansen mocht worden verwacht. Juist daarin komt het huidige zelfvertrouwen van de ploeg van Flick tot uitdrukking. Moeilijke kansen worden met grote overtuiging afgerond.
Een duizelingwekkende passnauwkeurigheid
Misschien wel het meest indrukwekkende cijfer was de passnauwkeurigheid van Barcelona. Van de 791 passes kwamen er liefst 738 aan. Dat is 93 procent over een volledige Champions League-wedstrijd. Naarmate de avond vorderde, vonden de spelers elkaar steeds gemakkelijker. In het eerste kwartier lag de nauwkeurigheid op 91 procent. In het laatste kwartier was dat opgelopen tot 94 procent. Barcelona bleef zelfs bij een ruime voorsprong zorgvuldig en geconcentreerd voetballen.
Bij Feyenoord voltrok zich de tegenovergestelde ontwikkeling. De Rotterdammers begonnen met een passnauwkeurigheid van 83 procent. Aan het begin van de tweede helft werd nog 85 procent gehaald, maar in het laatste kwartier zakte het percentage naar slechts 71 procent. Vermoeidheid, de voortdurende Catalaanse druk en het steeds groter wordende verschil op het veld zullen daarin een rol hebben gespeeld.
Vier basisspelers van Barcelona kwamen persoonlijk zelfs boven de 96 procent uit. Jules Koundé en Pau Cubarsí haalden allebei 98 procent. Andreas Christensen en Rodri eindigden op 97 procent. Aan Feyenoord-zijde konden alleen Givairo Read en Tsuyoshi Watanabe zich met allebei 96 procent meten met die bijna foutloze cijfers. Gjivai Zechiël viel met 91 procent eveneens positief op.
Barcelona speelde de bal bovendien niet uitsluitend veilig breed of terug. Van de 65 progressieve passes kwamen er 55 aan, goed voor 85 procent. Feyenoord verstuurde er 55, maar daarvan bereikten slechts 30 de gewenste bestemming. Dat is 55 procent.
Het verschil rond het strafschopgebied
Nog duidelijker werd het verschil in de buurt van het doel. Barcelona verstuurde veertien passes richting het strafschopgebied, waarvan er acht aankwamen. Feyenoord probeerde het zevenmaal, maar geen enkele pass bereikte een medespeler. De nauwkeurigheid bedroeg daardoor 57 tegenover 0 procent.
Barcelona noteerde verder dertien zogeheten shot assists, tegenover slechts één van Feyenoord. Een shot assist is de laatste pass vóór een doelpoging. De bal hoeft dus niet tot een doelpunt te leiden, zoals bij een officiële assist, maar de pass moet wel rechtstreeks een schot mogelijk maken. Barcelona bracht een ploeggenoot op deze manier dertienmaal in een schietpositie.
Bij de deep completions was het verschil zelfs 17-0. Dit zijn geslaagde passes, uitgezonderd voorzetten, naar een medespeler in de gevaarlijke zone binnen ongeveer twintig meter van het doel. Het cijfer laat zien hoe vaak Barcelona door de Rotterdamse linies heen speelde en vervolgens dicht bij het doel een medespeler bereikte. Feyenoord slaagde daar geen enkele keer in.
Feyenoord leverde wel de snelste spelers
Op snelheid hoefde Feyenoord opvallend genoeg nauwelijks iets toe te geven. Ondanks de afwezigheid van sprintkanon Jordan Bos stonden drie Rotterdammers in de top vier van de hoogst gemeten snelheden. Anis Hadj Moussa trok met 33,2 kilometer per uur de snelste sprint van de wedstrijd. Nacho Ferri volgde met 32,8 kilometer per uur, terwijl Mika Mármol 32,7 kilometer per uur haalde. Feyenoord beschikte daarmee wel degelijk over de snelheid om de hoge laatste lijn van Barcelona te bedreigen.
Ook de arbeid van Zechiël verdient vermelding. De middenvelder legde 11,8 kilometer af en was daarmee de grootste kilometervreter van de wedstrijd. Het bevestigt het beeld dat vrijwel iedere week ontstaat. Zechiël is overal op het veld te vinden en staat opvallend vaak op de juiste plaats. Op gepaste afstand volgden João Cancelo met 11,5 kilometer en Rodri met 11,1 kilometer.
Feyenoord trof een ploeg waarbij alles klopt
Feyenoord verloor woensdagavond van een verzameling uitstekende voetballers. Het trof een elftal waarvan de spelprincipes volledig zijn ingeslepen en waarin Flick de individuele kwaliteiten optimaal met elkaar heeft verbonden. De statistieken onderstrepen dat duidelijk. Of Barça 3.0 dit niveau een heel seizoen kan vasthouden, moet nog blijken. Op dit moment lijkt bij de Catalanen echter bijna alles te kloppen.