Column • Als niets je dag kan verpesten, is daar altijd nog Feyenoord
Als ik zondag over de Groene Hilledijk flaneer, lijken alle ingrediënten aanwezig voor een perfecte voetbaldag. De zon schijnt, Feyenoord speelt vandaag zijn eerste thuiswedstrijd van dit seizoen en als we winnen staan we aan kop.
Aan een statafel voor café Vanouds Trianon staan Eus, Peter en nog wat bekenden. We schudden handen en praten en lachen wat. De voorspellingen voor vanmiddag variëren van 2-0 tot 4-1. Feyenoord gaat winnen, alleen met hoeveel is de vraag.
"En wat denk jij dan?", vraagt Peter.
"Gelijkspelletje", zeg ik. "Een-een." Als het om Feyenoord gaat, doe ik mijn best mijn rationele verstand het emotionele te laten overrulen.
Er wordt gelachen. "Jij hebt er lekker veel vertrouwen in", zegt de een. "Optimist", zegt een ander.
"Hij ís toch optimistisch", lacht Eus.
Verderop sluit ik aan bij de lange stoet die zich over het Breeplein, de Breeweg en de Coen Moulijnweg richting De Kuip slingert. Of het nu in Glasgow is, in Sunderland, Dresden of Rotterdam, het heeft iets sacraals, die duizenden mensen op weg naar het stadion. Vreemden van elkaar die, met elkaar verbonden door clubliefde, zich voor enkele uren verenigen in eensgezindheid en saamhorigheid. De Kuip is onze kerk.
Op het plein voor het stadion maken ouders foto's van hun kind tegen de achtergrond van de fotogenieke Kuip. In de rij voor de toegangspoort is de sfeer ontspannen. In de zon wordt gepraat en gelachen. Na binnenkomst doneer ik bij de collectant aan het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis. Even later doneer ik voor een beker bier maar liefst €6,50 aan het Lilian de Leeuw Fonds. Op het veld zwaaien kinderen met vlaggen. Zij hebben de dag van hun leven. Alle ingrediënten zijn aanwezig om van deze middag een feest te maken.
Feyenoord speelt fris, domineert, creëert kansen en scoort tweemaal. Voor het Legioen is er weinig reden zich druk om te maken. Of het moet zijn dat scheidsrechter Joey Kooij schijnbaar lijdt aan de ziekte van Nijhuis: hij maakt zijn eigen spelregels. Om te voorkomen dat Watanabe na blessurebehandeling een minuut aan de kant moet blijven en Feyenoord met tien man verder moet, kiest Giovanni van Bronckhorst ervoor hem niet te laten behandelen. Toch sommeert Joey Kooij Watanabe het veld te verlaten en laat hij Feyenoord een minuut met tien man spelen. Gods wegen en die van sommige arbiters zijn ondoorgrondelijk. Het Legioen loeit van verontwaardiging.
Feyenoord haalt ongeschonden de rust. Er is geen vuiltje aan de lucht. Kameraad Bas houdt vast aan zijn voorspelde eindstand ("5-1") en als ik Dennis vraag naar zijn voorspelling voor de eindstand, zegt hij droog: "0-0".
Net als je denkt dat niets deze dag kan verpesten, is daar altijd nog Feyenoord. In de eerste tien minuten na rust lijkt er niks loos totdat Watanabe plaatsmaakt voor Kraaijeveld, Diarra voor Borges en Read voor Lotomba. Dit zal nog meer vragen van de opnieuw uitstekend spelende controleur Vanhoutte. Die, tot verrassing van zichzelf en de bijna vijftigduizend op de tribune, even later wordt gewisseld voor Steijn.
Weg is de controle, weg is de rust, weg is het voetbal.
Eagles-trainer Joseph Oosting zei al voor de wedstrijd dat hij tegen Feyenoord kansen ziet in de omschakeling en Feyenoord geeft de Eagles daartoe alle gelegenheid. Keer op keer zoeken zij met de lange bal de ruimte achter onze verdediging. Het opportunisme van de Eagles zorgt bij Feyenoord voor paniek. Feyenoord is rijp voor de sloop, de Eagles ruiken bloed, raken de lat en de paal en uiteindelijk komt Feyenoord met 2-2 goed weg.
"We moeten hiervan leren", zegt Giovanni van Bronckhorst na afloop. En zo is het ook.
Een van de dingen die hij kan leren, is dat je voetbal niet moeilijker moet maken dan het is. Wissel nooit je beste speler. Dat is een keiharde voetbalwet.
Teleurgesteld schuifelt het Legioen De Kuip uit. In de stoet die zwijgend over het stadionviaduct richting Breeplein loopt, is de teleurstelling voelbaar. Voor wie vooraf rekende op een overwinning, voelt dit gelijkspel als een nederlaag.
Het roept de vraag op wat wij hier zelf van kunnen leren. Misschien verwachten we te snel te veel, zijn we te snel in paniek en moeten wij werken aan ons geduld.
Frans