frans-reichardt
Columns

Column • Voor elke Feyenoorder is deze dag balsem voor de ziel

Frans

Opeens zie ik hem staan. René. Hij staart voor zich uit met een lege blik in zijn ogen. Hij staat een meter bij mij vandaan. 
"René!"
Hij draait zich naar mij toe, we zetten allebei een stap en houden elkaar stevig vast.
Even later kijken we elkaar aan. "Wat goed dat je er bent".

Op 22 juni verloor René zijn vrouw en 'allesie' Carola, 54 jaar jong. Ze was al een poosje ernstig ziek en René zorgde voor haar. Opeens ging haar gezondheid hard achteruit. Hierdoor kwam het verlies toch nog onverwacht.
René is kapot. "Het is alsof het elke dag zwaarder wordt. Steeds meer dringt het besef door dat ik haar nooit meer kan vasthouden. 'Nooit meer' is wel heel erg definitief, hè?"

Hij heeft niks te klagen over aandacht. "Ik heb zoveel steun gekregen. Van familie, vrienden, klanten, kameraden. Appjes, telefoontjes, kaarten, bezoeken, zoveel mensen bij het afscheid en bij de uitvaart. Die steun is heel belangrijk voor me. Mike heeft gezegd: "Als je je opsluit, kom ik je halen".

Peter uit Hilversum schuift voorbij.
"Peter!"
Peter is in veertig jaar nauwelijks veranderd. Die donkere ogen, zijn ondeugende glimlach, hij is nu alleen wat grijzer. We halen kort herinneringen op aan de jaren tachtig en een memorabel bezoek aan FC Twente-Feyenoord in het oude Diekman.

Verderop zie ik Kees en Bas. Met bekers bier, uiteraard. Het is warm vandaag, dus je moet goed drinken.
Als ik me omdraai, zie ik René in gesprek met Oscar.
"Oscar!"
We geven elkaar een stevige hand. Oscar verloor zijn vrouw anderhalf jaar geleden. Plotseling. Op 49-jarige leeftijd.
Hij wijst op René en zegt: "Lotgenoten".
"Ach, Feyenoorders onder mekaar is sowieso een soort lotgenotencontact, hè?", probeer ik het luchtig te houden. Daar, op het zonovergoten terras van De Vereeniging achter de Olympiazijde, is het lastig woorden te geven aan wat je uit het diepst van je hart tegen deze twee kameraden zou willen zeggen. Om de pijn te mijden, maken we grappen. We nemen afscheid en wensen elkaar een fijne wedstrijd.

In de hoek van de noordtribune schuifelen grijze mannen het veld op. Zij schreven de geschiedenis van deze club. Met het applaus voor zijn levende legendes eert het Legioen de helden die ons ontvielen. Zij worden nooit vergeten.

Onder applaus rolt even later een wit doek met meer dan tweeduizend namen van overleden supporters over de noordtribune. Elk seizoen is dit het meest sobere doek dat het sfeerteam maakt. En elke keer weer maakt het grote indruk. Door het hele stadion slikken supporters bij het zien van het herdenkingsdoek, in de wetenschap dat een overleden familielid, vriend of vriendin hierop is vereeuwigd.

Wat volgt, is een minuut stilte. Voor alle Feyenoorders die ons afgelopen jaar zijn ontvallen, onder wie clubicoon Aad van der Laan. Nergens anders is een minuut stilte zo oorverdovend als in De Kuip. Ik betrap mezelf op de angst dat een 'grappenmaker' de stilte zal verstoren omdat hij zichzelf belangrijker vindt dan de tienduizenden die eer betonen aan overleden dierbaren. Die angst blijkt ongegrond. Pas als scheidsrechter Hensgens na een minuut stilte fluit, gaat een korte oerkreet van een supporter vooraf aan het applaus van de tribunes. We gaan beginnen aan de wedstrijd. Kameraad Gabri heeft een goed idee: "De winnaar van de Kuip Cup moet volgend jaar automatisch zijn geplaatst voor de Champions League".

Het Legioen geniet van het weerzien met de spelers, De Kuip en elkaar. Er is medeleven met Watanabe die al na een minuut geblesseerd het veld verlaat. Er klinken ohhh's en ahhh's bij verrassende ballen die vertrekken van de zachte voeten van Zechiël. Er is waardering voor de solide Marmol. Er wordt gejuicht bij het openingsdoelpunt van Ueda en het winnende doelpunt van Shaqueel. Weer hij.

Feyenoord wint de eerste Kuip Cup en sluit de oefencampagne af zonder nederlaag. Het zegt nog niks, maar het is wel lekker.
Naast de Kuip Cup stond deze middag in het teken van iets anders. De traditionele openingswedstrijd van Feyenoord gaat niet over winnen of verliezen, maar over iets veel groters.


Frans

Delen