spelerstunnel-de-kuip-in-aanbouw

Herbert F Behrens (Nationaal archief)

De Rotterdamse derby die De Kuip voorgoed veranderde

Martijn

Voor de vijfde keer begint de Eredivisie met de Rotterdamse derby tussen Feyenoord en Sparta. De eerste keer was in 1959. Die ontmoeting in De Kuip zou niet alleen van grote invloed zijn op de strijd om het landskampioenschap, maar uiteindelijk ook het aanzien van het stadion blijvend veranderen.

Vol verwachting kijken we bij iedere thuiswedstrijd naar de klep van de spelerstunnel onder de Maastribune. Eerst klinken de vertrouwde paukenslagen door De Kuip. De hartslag gaat langzaam omhoog bij de gedachte aan het duel dat ons te wachten staat. Dan gaat de klep langzaam open en zet het legioen Hand in Hand, Kameraden in.

Het blijft telkens weer een indrukwekkend moment. Toch bestaat de opkomst aan de Maaszijde pas sinds de grote renovatie van 1994. Daarvoor betraden de spelers het veld aan de overkant, via de tunnel onder de Olympiazijde. De oudste Feyenoord-supporters hebben zelfs nog meegemaakt dat ook die tunnel niet bestond. Spelers en scheidsrechters gingen destijds via een open doorgang tussen het publiek naar de kleedkamers.

De aanleiding om daar verandering in te brengen, kwam uitgerekend tijdens de eerste Rotterdamse openingsderby, op zondagmiddag 23 augustus 1959.

De landskampioen op bezoek
Sparta was enkele maanden eerder voor de zesde en tot op heden laatste keer landskampioen van Nederland geworden. Het nieuwe seizoen begon voor de titelhouder direct met een uitwedstrijd in Rotterdam-Zuid.

De verhoudingen tussen beide clubs lagen in die jaren anders dan tegenwoordig. Sparta behoorde tot de absolute top van het Nederlandse voetbal en was voor Feyenoord een ware angstgegner. De voorgaande drie competitiewedstrijden tussen beide clubs in De Kuip waren allemaal door Sparta gewonnen: met 0-3 in april 1957, met 1-2 in december van datzelfde jaar en opnieuw met 0-3 in maart 1959.

De spanning was dan ook groot toen ongeveer 65.000 toeschouwers op 23 augustus 1959 in De Kuip de derby bezochten. Feyenoord wilde eindelijk weer eens afrekenen met de stadsgenoot, terwijl Sparta direct wilde laten zien dat het landskampioenschap geen toevalstreffer was geweest. Lang leek de wedstrijd op een bloedeloze 0-0 af te stevenen.

Een speels knietje met grote gevolgen
In de slotfase kreeg Feyenoord-doelman Eddy Pieters Graafland de bal in handen. Sparta-aanvaller Wim van der Gijp bleef in zijn buurt hangen en probeerde hem uit zijn concentratie te halen. Pieters Graafland reageerde met een speels knietje of tikje tegen het achterwerk van de Spartaan. Scheidsrechter Leo Horn zag er weinig speels in. Tot ontzetting van alles wat Feyenoord was, wees hij naar de strafschopstip.

De protesten waren fel. Pieters Graafland probeerde duidelijk te maken dat van een serieuze overtreding geen sprake was geweest. Ook andere Feyenoorders zochten Horn op, maar de internationaal hoog aangeschreven scheidsrechter bleef bij zijn beslissing. Sparta kreeg ongeveer vijf minuten voor tijd een strafschop. Tinus Bosselaar, die later nog voor Feyenoord uitkwam, liet zich niet van de wijs brengen. Hij schoot de bal achter Pieters Graafland en bezorgde Sparta een 0-1-overwinning.

Na het laatste fluitsignaal liep de woede hoog op. Vanaf de tribunes werden volop zitkussentjes op het veld gegooid. Het arbitrale trio had bescherming nodig op weg naar de kleedkamer. Leo Horn werd door politieagenten begeleid, maar een supporter slaagde er desondanks in hem een schop te geven.

Een klein en ogenschijnlijk onschuldig knietje had een strafschop, een nederlaag en een explosie van woede veroorzaakt. De gevolgen zouden nog jarenlang voelbaar blijven.

Het doelpunt dat Feyenoord het kampioenschap kostte
Aan het einde van de competitie bleek hoe kostbaar de treffer van Bosselaar was geweest. Feyenoord en Ajax eindigden allebei met vijftig punten. Dankzij een beter doelgemiddelde (doelpunten vóór gedeeld door doelpunten tegen) stond Feyenoord bovenaan. Bij een gelijk aantal punten moest volgens het reglement echter een beslissingswedstrijd om het landskampioenschap worden gespeeld. Dat knietje kwam Feyenoord uiteindelijk duur te staan.

Op 26 mei 1960 moesten de twee rivalen in het Olympisch Stadion in Amsterdam uitmaken wie zich de beste club van Nederland mocht noemen. Feyenoord kwam voor rust door een strafschop van Henk Schouten op een 0-1-voorsprong. Kort na de pauze leek Coen Moulijn ook de 0-2 binnen te schieten. Scheidsrechter Martens keurde het doelpunt echter af omdat Moulijn de bal volgens hem met de hand had meegenomen. Die beslissing altijd omstreden gebleven. In plaats van 0-2 werd het enkele minuten later 1-1. Feyenoord stortte vervolgens volledig in en verloor uiteindelijk met 5-1.

Het Leo Horn-pad
De gebeurtenissen rond Leo Horn maakten bovendien pijnlijk duidelijk dat de toegang tot de kleedkamers niet langer voldeed. Scheidsrechters en spelers liepen vanaf het veld vrijwel onbeschermd tussen het publiek door. Bij grote woede of ongeregeldheden was er nauwelijks een veilige vluchtroute.

Feyenoord nam daarom vrijwel onmiddellijk maatregelen. Met houten afscheidingen en dranghekken werd tussen het veld en de kleedkamers een afgeschermde doorgang gemaakt. Bij de eerstvolgende grote thuiswedstrijden konden spelers en arbitrage daardoor beter van het publiek worden gescheiden. De doorgang kreeg al snel een spottende maar passende bijnaam: het Leo Horn-pad.

Opnieuw een regen van kussentjes
Op 10 januari 1960 ging het tijdens de thuiswedstrijd tegen VVV opnieuw mis. Nadat scheidsrechter Willem Beltman een doelpunt van Feyenoord had afgekeurd, werden vanaf de tribunes wederom grote aantallen zitkussentjes op het veld gegooid. Het incident liet zien dat het Leo Horn-pad slechts een tijdelijke oplossing was en onvoldoende bescherming bood. Een volledig afgesloten spelerstunnel moest daarvoor een oplossing bieden.

Van noodpad naar spelerstunnel
In februari 1961 maakte Feyenoord bekend dat onder de Olympiazijde een echte spelerstunnel zou worden aangelegd. De tunnel werd ongeveer 27 meter lang, twee meter breed en 2,35 meter hoog. Vanaf de kleedkamers liep hij onder de toenmalige hoofdtribune door tot aan de rand van het veld.

Op 8 juli 1961 werd de nieuwe tunnel voor het eerst officieel gebruikt. Dat gebeurde tijdens een wedstrijd tegen Schalke 04 in het toernooi om de Intertoto Cup. Bijna twee jaar na de uit de hand gelopen openingsderby konden spelers en scheidsrechters eindelijk volledig afgeschermd het veld betreden en verlaten.

Van spelerstunnel tot museumstuk
De tunnel aan de Olympiazijde bleef vervolgens ruim dertig jaar de vaste opkomstplaats. Pas bij de renovatie van 1994 verhuisden de kleedkamers en de spelersopkomst naar de Maaszijde. Sindsdien komen de elftallen door de tunnel onder de Maastribune het veld op. De oude tunnel bleef bestaan. Sinds 2019 hangen er twintig uitgelichte zwart-witfoto’s uit het archief van clubfotograaf Piet Bouts. Op de beelden zijn onder anderen Coen Moulijn, Willem van Hanegem, Wim Jansen, Ulrich van Gobbel en Dirk Kuijt te zien. De tunnel maakt tegenwoordig deel uit van het Feyenoord Museum en is tijdens stadionrondleidingen te bezoeken.

Delen