clubliefde
Opinie

Hunkering naar clubliefde • Het Legioen vreest dat zelfs oer-Feyenoorders de romantiek achter zich laten

Dennis

De romantiek van clubliefde is bij voetballers al langere tijd langzaam aan het uitsterven. Dat spelers worden gehaald en na een paar seizoenen weer vertrekken, is inmiddels onderdeel van het moderne voetbal. Het zijn de passanten. Spelers die hun best doen, prijzen winnen en soms zelfs geliefd worden, maar waarvan supporters weten dat een vertrek altijd op de loer ligt.

De gevoel ligt anders bij jongens uit de eigen opleiding. Voetballers die als kind al op Varkenoord rondlopen, alle jeugdelftallen doorlopen en uiteindelijk hun debuut maken in De Kuip. Zij voelen anders. Zij zijn niet zomaar spelers. Zij zijn een van hen.

Juist daarom komt het hard aan wanneer ook deze spelers uiteindelijk lijken te kiezen vanuit een puur zakelijke afweging. Zelfs de jongens die jarenlang werden gezien als het levende bewijs van clubliefde lijken steeds meer door dezelfde zakelijke bril naar hun loopbaan te kijken.

Transfergeruchten Geertruida
De mogelijke overstap van Lutsharel Geertruida naar PSV raakt precies die gevoelige snaar. Volgens berichtgeving zou de verdediger persoonlijk akkoord zijn met de Eindhovense club. Voor veel Feyenoorders is alleen de gedachte al moeilijk te bevatten.

Dit is niet zomaar Geertruida. Dit is ‘Geert’. Of ‘Luts’. De jongen die vanaf zijn twaalfde bij Feyenoord speelde. De speler die uitgroeide tot een boegbeeld van de opleiding, een eigen signature celebration ontwikkelde waarin zijn liefde voor Rotterdam-Zuid zichtbaar was en die in het programma DAY 1 nog vertelde dat hij zeker wist ooit terug te keren naar Feyenoord omdat hij de club zo mist.

Het was de speler die na zijn vertrek een groots afscheid kreeg. Met gewonnen prijzen op het veld, een speech vol waardering en een immens spandoek van de supporters. De voormalig aanvoerder die regelmatig zelf de microfoon pakte om met het publiek Feyenoordliederen te zingen. De jongen van de club.

Dat juist hij mogelijk voor PSV kiest, een van de grootste titelconcurrenten van Feyenoord, voelt voor veel supporters als iets wat tot voor kort onmogelijk werd geacht.

Hartman en de aartsrivaal
Afgelopen winter kregen de Feyenoorders al een vergelijkbare koude rilling te verwerken. Quilindschy Hartman, eveneens een kind van de club, flirtte met een overstap naar Ajax. Ook hij groeide bij Feyenoord op van jongetje naar volwassen speler. Ook hij werd door het Legioen op handen gedragen.

Hartman kreeg altijd een streepje voor. Niet alleen vanwege zijn kwaliteiten, maar omdat supporters wisten wie hij was. “Q” kenden ze. Ze hadden zijn ontwikkeling gevolgd, zijn doorbraak gevierd en zich met hem verbonden.

Dat twee zulke grote Feyenoorders uiteindelijk openstaan voor een vertrek naar directe concurrenten, raakt aan iets dat dieper gaat dan alleen voetbal. Het gaat over de vraag of clubliefde nog bestaat in een tijd waarin carrièreplanning, salaris en sportieve kansen vaak de doorslag geven.

Ras-Feyenoorders en PSV 
De afgelopen jaren trokken meerdere voormalige Feyenoorders richting PSV. Die club ligt minder gevoelig dan Ajax, waar de rivaliteit historisch veel groter is, maar helemaal vanzelfsprekend voelt het ook niet wanneer een speler die ooit door Feyenoord werd gevormd het shirt van deze concurrent aantrekt.

Iedere speler had daarbij zijn eigen verhaal. Rick Karsdorp bijvoorbeeld streek in 2024 neer in Eindhoven. Feyenoord had op dat moment geen interesse meer in hem en het stond hem uiteraard vrij om zijn carrière elders voort te zetten. Toch voelde het voor veel supporters vreemd om hem bij zijn presentatie uitgebreid en volledig gehuld in PSV-kleding te zien. En niet alleen hij, ook zijn gezin werd bij zijn presentatie uitgebreid in het Eindhovense tricot gehezen alsof iedereen was bekeerd. Was dit dezelfde Karsdorp die meer dan tien jaar van zijn leven bij de club had rondgelopen? De jongen die Feyenoord als kind had vertegenwoordigd?

Ook Tyrell Malacia koos in 2025 voor een kortstondige periode bij PSV. Opnieuw een speler uit de eigen opleiding. Een jongen die in De Kuip uitgroeide tot publiekslieveling en met zijn spectaculaire spel een transfer naar Manchester United verdiende. Dat hij later in Eindhoven terechtkwam, voelde voor een deel van de achterban toch vreemd. Ondanks dat hij zichtbaar aan kwaliteit had ingeboet.

De gevoeligheid rondom dergelijke overstappen is niet nieuw. Georginio Wijnaldum maakte in 2011 al de gang naar PSV. Ook hij was een van de grootste talenten die Feyenoord ooit voortbracht. Maar zijn situatie was anders. De Rotterdamse club verkeerde financieel in zwaar weer en kon hem niet hetzelfde perspectief bieden als PSV. Wijnaldum koos voor zijn ontwikkeling en zijn carrière, op een moment waarop Feyenoord simpelweg niet dezelfde mogelijkheden had.

Romantiek en gelijke kansen
Bij Geertruida ligt dat anders. Feyenoord speelt Champions League, strijdt om de prijzen en kan financieel concurreren met PSV. Ook in Rotterdam is hij verzekerd van speeltijd en in beeld voor het Nederlands elftal.

Juist daarom voelt een eventuele overstap zo gevoelig. Want als zelfs spelers die opgroeien bij een club, die zeggen hun hart eraan te hebben verpand en die jarenlang het gezicht van die verbondenheid zijn geweest, uiteindelijk dezelfde keuzes maken als de gemiddelde broodvoetballer, verdwijnt langzaam het laatste stukje romantiek uit het voetbal.

Daarom hopen veel Feyenoorders dat Geertruida uiteindelijk zijn Rotterdamse roots laat spreken. Dat hij beseft dat sommige banden verder gaan dan een contract of een salarisstrook. Dat het laatste stukje hoop op pure clubliefde gewaarborgd en gekoesterd blijft en niet helemaal wegebt. Zodat niet alleen het logo en het rood-witte shirt overblijft en de speler die erin staat slechts de tijdelijke invulling is.

Delen