Exclusief
toon-van-bodegom-proshots-1

Pro Shots

Analyse

Waarom de Vrienden de sleutel hebben tot Van Bodegoms toekomst

Niels

In ons artikel van gisteren werd Toon van Bodegom neergezet als de invloedrijke bestuurder achter de schermen bij Feyenoord: soms zichtbaar, vaker onzichtbaar, maar vrijwel altijd aanwezig rond de grote dossiers in De Kuip. Daarmee is de vraag niet langer alleen hoeveel macht de president-commissaris heeft, maar vooral ook hoe lang hij die macht nog kan behouden. Van Bodegom is officieel sinds 5 januari 2019 president-commissaris van Feyenoord. Zijn tweede termijn loopt dus begin 2027 af, maar inmiddels klinkt nadrukkelijk door dat hij graag aan een derde termijn wil beginnen. Juridisch is dat mogelijk, maar bestuurlijk ligt precies daar de volgende machtsstrijd binnen Feyenoord.

Herbenoeming in 2023
In 2023 wilde Van Bodegom doorgaan voor een tweede termijn. Dat lukte, maar niet zonder slag of stoot. De Vrienden van Feyenoord, goed voor bijna de helft van de aandelen, waren tegen zijn herbenoeming. Op 2 februari 2023 werd Van Bodegom toch herbenoemd dankzij de steun van meerderheidsaandeelhouder Stichting Continuïteit Feyenoord (StiCo). Die steun leverde hem weliswaar een nieuwe termijn op, maar dat gebeurde met een minimaal mandaat.

Dat beeld wordt nog scherper als je kijkt naar de verhoudingen binnen StiCo zelf. In 2023 zouden drie van de vijf StiCo-bestuurders vóór de herbenoeming hebben gestemd, terwijl de twee leden uit de kring van de Vrienden van Feyenoord (VvF) tegen waren. Officieel stelde toenmalig StiCo-voorzitter Ivo Opstelten dat Van Bodegom met veel overtuiging was herbenoemd, maar bestuurlijk was duidelijk dat de steun broos was.

De statutaire route naar een derde termijn
Normaal gesproken is de route helder. De statuten van Feyenoord Rotterdam N.V. bepalen dat commissarissen in beginsel voor vier jaar worden benoemd en daarna maximaal nog één keer voor vier jaar kunnen worden herbenoemd. Voor een derde termijn is echter geen statutenwijziging nodig. In de statuten staat namelijk een belangrijke ontsnappingsclausule: “Behoudens voor zover uitdrukkelijk anders is bepaald door de Algemene Vergadering”. Dat betekent dat een derde termijn in beginsel niet mogelijk is, tenzij de Algemene Vergadering daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft.

De derde termijn van Van Bodegom vraagt dus meer dan een gewone herbenoeming. Er moet een Algemene Vergadering komen waarin expliciet wordt besloten dat van de normale termijnregeling wordt afgeweken. Voor zo’n afwijkingsbesluit ligt de lat hoger dan in 2023: daarvoor is naar alle waarschijnlijkheid een twee derde meerderheid nodig.

Feyenoord Rotterdam N.V. kent in de praktijk drie relevante aandeelhoudersblokken. StiCo is de meerderheidsaandeelhouder met iets meer dan 50% en beheert ook het zogenoemde gouden aandeel. De Vrienden houden bijna 49% van de aandelen. Daarnaast heeft Stichting Supporters Steunen Feyenoord een belang van iets meer dan 1%. Als dezelfde stemdynamiek zich herhaalt als in 2023, heeft StiCo ditmaal niet genoeg stemmen. Nu is immers een twee derde meerderheid noodzakelijk. De Vrienden kunnen met hun pakket een derde termijn in beginsel blokkeren, mits zij tegenstemmen.

Het alternatief: eerst de Vrienden uitkopen
Als Van Bodegom vreest dat hij in de huidige aandeelhoudersverhoudingen geen twee derde haalt, ligt een andere route voor de hand: zorgen dat de aandelenstructuur vóór februari 2027 ingrijpend verandert. Dat betekent in de praktijk: de Vrienden van Feyenoord uitkopen.

Feyenoord heeft volgens de afspraken met de Vrienden het recht om de aandelen terug te kopen tegen dezelfde prijs als waarvoor de Vrienden in 2010 instapten. De terugkoop mag volgens Feyenoords eigen uitleg op ieder moment plaatsvinden, maar de omvang van de jaarlijkse terugkoop hangt af van netto-inkomsten uit Europees voetbal en nettotransferresultaten. Feyenoord kan bovendien afzien van terugkoop als de liquiditeitspositie dat niet toestaat.

Juist daar wringt het. Eerder dit jaar onderzocht Feyenoord of het een deel van de VvF-aandelen kon terugkopen met behulp van een lening bij een Duitse bank. Het idee daarachter is helder: een bank bemoeit zich niet met het beleid van de club, terwijl de Vrienden van Feyenoord via aandelen, voordrachtsrechten en StiCo-zetels wél bestuurlijke invloed hebben. Een banklening zou dus duurder en financieel risicovoller kunnen zijn, maar bestuurlijk meer rust en autonomie opleveren.

Voor Van Bodegom zou volledige uitkoop van de Vrienden een gunstig scenario zijn. Als Feyenoord de VvF-aandelen terugkoopt, zijn die aandelen zolang zij door Feyenoord zelf worden gehouden niet stemgerechtigd in de Algemene Vergadering.

Daardoor verandert de rekensom drastisch. StiCo wordt dan, zeker als ook de governance-rechten van de Vrienden verdwijnen, bijna de enige bepalende stem aan de aandeelhouderstafel. Bovendien verliezen de Vrienden bij volledige uitkoop ook hun voordrachtsrechten voor StiCo en de RvC. Dat maakt het voor Van Bodegom aanzienlijk eenvoudiger om binnen StiCo en vervolgens in de Algemene Vergadering de benodigde steun te organiseren.

Maar willen de Vrienden wel volledig worden uitgekocht?
Op basis van recente berichtgeving lijkt het antwoord genuanceerd: de Vrienden zijn niet principieel tegen terugtreden, maar zij willen niet half worden uitgekocht terwijl zij tegelijk hun zeggenschap verliezen.

De Vrienden en Feyenoord hebben in 2018 al afgesproken dat het doel voor de komende jaren een gefaseerde en financieel verantwoorde uitkoop van de Vrienden is, maar alleen als Feyenoord daartoe financieel in staat is.

De gesprekken over het uitkopen verlopen tot nu toe stroef. Feyenoord zou een gedeeltelijke terugkoop hebben voorgesteld, waarbij de Vrienden nog een aanzienlijk belang zouden houden, maar wel zeggenschap zouden moeten inleveren. Juist daarin kan voor Van Bodegom de bestuurlijke winst zitten: zodra het belang van de Vrienden door zo’n gedeeltelijke terugkoop onder een derde zakt, heeft StiCo in de Algemene Vergadering voldoende stemgewicht om hem aan een derde termijn te helpen. De Vrienden zouden dat scenario niet zien zitten. Als zij controle over het door hen ingebrachte vermogen moeten opgeven, kunnen zij volledige terugkoop verlangen en daarbij als voorwaarde stellen dat Van Bodegom de RvC verlaat.

Conclusie
Van Bodegom heeft juridisch een route naar een derde termijn, maar die route is veel zwaarder dan in 2023. Toen volstond voor zijn eerste herbenoeming een gewone meerderheid en kon StiCo hem, ondanks verzet van de Vrienden van Feyenoord, overeind houden.

Voor een derde termijn ligt dat anders. De Algemene Vergadering moet dan uitdrukkelijk afwijken van de normale termijnregeling. Daarvoor is een twee derde meerderheid nodig. Met alleen StiCo redt Van Bodegom dat niet.

Blijven de huidige verhoudingen bestaan en stemmen de Vrienden volledig tegen, dan wordt een derde termijn zeer lastig. Worden de Vrienden vóór februari 2027 volledig uitgekocht, dan verschuift de macht naar StiCo en verdwijnen de belangrijkste blokkades. Dat is voor Van Bodegom veruit het gunstigste scenario voor een volgende termijn van vier jaar.

Delen